Blogs

Kennis
Het belang van het stellen van een reële termijn tot nakoming van (contractuele) verbintenissen
Om rechtsgevolgen te kunnen verbinden aan het niet-nakomen door een wederpartij van (contractuele) verbintenissen, is nodig dat deze wederpartij in verzuim geraakt. Dat in verzuim geraken kan op een aantal manieren. Doorgaans gebeurt dat door het sturen van een ingebrekestelling. Een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw laat zien dat het daarbij noodzakelijk is een reële termijn tot nakoming te stellen.
Onderverhuur via Airbnb; ontbinding huurovereenkomst?
Kan de verhuurder van een woning overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst indien de huurder de woning tegen de afspraken in onderverhuurt via Airbnb? Niet altijd, oordeelde de rechtbank Amsterdam onlangs.
Huurprijswijziging bedrijfsruimte: keuzevergelijkingspanden BHAC leidt tot onjuist resultaat; hoe ook alweer om te gaan met huurprijzen die aan de marktwerking zijn onttrokken?
De wet voorziet in een regeling voor aanpassing van de huurprijs. Bij de aanpassing van de huurprijs dienen vergelijkingspanden te worden betrokken. Maar hoe moet ook alweer omgegaan worden met omliggende panden die langere tijd aan de marktwerking onttrokken zijn geweest? Daarover gaat een onlangs becommentarieerde uitspraak van het Hof Amsterdam.
Ontheffing van mestverwerkingsplicht niet snel aangenomen
Op 7 maart 2016 heeft de hoogste bestuursrechter op het gebied van Mestwetgeving (het CBB) geoordeeld, dat terecht de aanvraag van enkele veehouders voor ontheffing van de mestverwerkingsplicht is afgewezen. De veehouders meenden dat er onvoldoende verwerkingscapaciteit in Nederland bestond en dat mestverwerking hierdoor alleen tegen extreem hoge prijzen beschikbaar was. Volgens de CBB dient in dit geval het algemeen belang van het milieu bij een verantwoorde afzet van dierlijke mest zwaarder te wegen dan het individuele belang van deze veehouders bij ontheffing.
Wanneer is sprake van ‘hetzelfde perceel’ als bedoeld in het Bor?
Het college van B&W van Texel heeft een omgevingsvergunning geweigerd omdat geen sprake zou zijn van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De uitbreiding zou niet op ‘hetzelfde perceel’ betrekking hebben. Nu het Bor geen definitie geeft wat onder ‘hetzelfde perceel’ moet worden verstaan, heeft de Afdeling op 16 maart 2016 hierover uitsluitsel gegeven.
Parkeerregels in een bestemmingsplan
De gemeenteraad van Steenbergen heeft op 24 september 2015 het bestemmingsplan Zuidwal vastgesteld. In dat plan wordt voorzien in 18 woningen en twee groepswoningen voor begeleid wonen, bedoeld voor mensen met een verstandelijke beperking. Twee omwonenden vrezen parkeeroverlast als gevolg van deze nieuwe ontwikkeling en gaan in beroep bij de Afdeling. Op 9 maart 2016... Lees verder
Gebruik recreatiewoningen door arbeidsmigranten
Recreatiewoningen mogen niet anders dan voor recreatieve doeleinden worden gebruikt. Gebruik van recreatiewoningen op een bungalowpark door arbeidsmigranten is geen recreatief gebruik. Aldus is het gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Zo oordeelde de rechtbank Overijssel op 25 februari 2016.
Wil je als verhuurmakelaar rechtsgeldig bemiddelingskosten in rekening brengen bij de aspirant-huurder? Wees het ‘elektronisch prikbord’!
Fungeren als ‘elektronisch prikbord’ is volgens de Hoge Raad een manier om bij particuliere huurders rechtsgeldig bemiddelingskosten in rekening te brengen. Maar wanneer fungeer je als ‘elektronisch prikbord’? Rechtbank Rotterdam specificeert dit begrip in de uitspraak van 12 februari 2016.
Voorkom de schijn van volmachtverlening
De klant koopt bij een aannemer voor € 4.700,- een systeem voor vloerverwarming en vloertegels en geeft daarbij tevens de opdracht om dit aan te leggen in zijn woning. De aannemer schakelt onderaannemers is. Na de oplevering is sprake van gebreken aan de vloer en blijkt deze niet juist te zijn aangelegd. Daardoor is de klant niet tevreden. De ingeschakelde onderaannemer herstelt de gebreken maar rekent daarvoor een extra bedrag bij de klant. Kan de klant dit bedrag verhalen op de aannemer aanspraak maken op terugbetaling van dit extra betaalde bedrag bij de aannemer?
Waardedrukkende invloed op de WOZ-waarde?
In WOZ-zaken wordt vaak betoogd dat de waarde van het object lager is dan in de aanslag staat vermeld. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 februari 2016 geoordeeld dat het beding dat de belanghebbende een volmacht moet verlenen aan de verkoper om medewerking te verlenen aan de levering van een aandeel in de mandeligheid en het beding dat de onroerende zaak niet mag worden vervreemd zolang de mandeligheid nog niet is geleverd, niet als waardedrukkend is aan te merken.