Zonder ingebrekestelling schade vergoeden?

24/05/22 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 7 minuten

Er is een overeenkomst van aanneming gesloten om het dak van een woonboerderij te renoveren. De rechtbank oordeelt over de vraag of een ingebrekestelling nodig is voor het toewijzen van de schadevergoeding.

Dakrenovatie

Tussen partijen is een overeenkomst van aanneming gesloten voor het renoveren van een dak.

Afgesproken is dat de werkzaamheden gedurende een periode van vier weken zouden plaatsvinden afhankelijk van de weersomstandigheden. Op 7 oktober 2020, vier weken na de aanvang van de werkzaamheden, was het werk nog niet gereed voor oplevering aangezien één van de vier dakvlakken nog niet gerenoveerd was. De aannemer is vervolgens door de opdrachtgever van het werk weggestuurd en een derde heeft de overige werkzaamheden uitgevoerd. De opdrachtgever wil dat een bedrag van ruim € 60.000,– door de aannemer wordt betaalt. Dit bedrag bestaat uit de reeds betaalde aanneemsom van € 44.620,– en een aanvullende schadevergoeding.

Ingebrekestelling niet verzonden

Door de opdrachtgever is verzuimd om een ingebrekestelling te sturen waarin de aannemer een redelijke termijn wordt gegund om de werkzaamheden zonder gebreken af te ronden. Hierdoor lijkt de aannemer een belangrijk argument in handen lijkt te hebben.

De aannemer stelt dat er problemen waren als gevolg van lekkages, maar stelt dat deze het gevolg zijn van de slechte staat van het dak en van houtrot dat door de opdrachtgever verzwegen zou zijn. De aannemer stelt ook dat hij steeds bereid was om de lekkages te herstellen, maar dat hem op enig moment de toegang tot het werk is ontzegd. Bovendien is het werk uiteindelijk door derden voltooid waardoor ook om die reden nakoming niet blijvend onmogelijk was.

Standpunt opdrachtgever

De opdrachtgever stelt zich op het standpunt dat een ingebrekestelling niet nodig was omdat de prestatie blijvend onmogelijk was dan wel dat verzuim is ingetreden op grond van artikel 6:83 BW en een ingebrekestelling ook om die reden niet nodig was.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat verwacht mag worden dat de dakvlakken na renovatie waterdicht zouden zijn en dat tijdens de uitvoering van het werk voldoende maatregelen genomen zouden worden om lekkages te voorkomen. Het staat volgens de rechtbank vast  dat gedurende de uitvoering van het werk lekkages zijn ontstaan. De aannemer was wel bereid om deze lekkages te verhelpen maar niet is gebleken dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd. Het standpunt van de aannemer dat sprake was van houtrot en een slechte staat van het dak is door de aannemer onvoldoende onderbouwd.

Deskundigenrapport

Bovendien is naar het oordeel van de rechtbank van deugdelijk werk geen sprake. Er is een rapport opgesteld waaruit blijkt dat de renovatie van het dak onprofessioneel, slordig en slecht is uitgevoerd waarbij bovendien staat opgenomen dat herstel door de aannemer niet wenselijk is. De inhoud van dit rapport is onvoldoende betwist. De rechtbank oordeelt dat het standpunt dat het rapport eenzijdig is opgesteld en dat geen medewerking aan een contra-expertise verleend kon worden onvoldoende is. Daarbij geldt dat de contra-expertise pas op 22 december 2020 aangevraagd is terwijl het rapport al op 27 oktober 2020 gereed was. Deze medewerking had eerder gevraagd moeten worden. Dit geldt temeer omdat in een brief door de opdrachtgever wordt gewezen op het feit dat het gelet op de herfst- en winterperiode noodzakelijk is om de lekkages op de kortst mogelijke termijn te laten herstellen en dat als het schadebedrag niet binnen 14 dagen wordt betaald de opdrachtgever zich vrij acht om de herstelwerkzaamheden door een ander te laten verrichten. Daarnaast zijn de conclusies uit het rapport ook niet weersproken.

Aannemer is tekort geschoten in nakoming overeenkomst

De rechtbank oordeelt dat de aannemer tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis uit de aannemingsovereenkomst. Voordat dit echter kan worden toegewezen moet nog worden beoordeeld of nakoming blijvend onmogelijk was of dat er geen sprake was van verzuim waardoor de schadevergoeding niet voor toewijzing in aanmerking zou komen.

Wanneer ingebrekestelling

De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van de vraag of nakoming blijvend onmogelijk is het erom gaat of de aannemer met tekortkoming de uitvoering van het werk door nadere nakoming had kunnen helen. Als hij dat niet kan dan hoeft er geen ingebrekestelling te worden verzonden. Hierbij is het naar het oordeel van de rechtbank niet relevant dat het werk met behulp van derden is afgemaakt, zoals in het onderhavige geval.

De rechtbank heeft in de vorige instantie al geoordeeld dat nakoming blijvend onmogelijk was vanwege de ondeugdelijke uitvoering in samenhang met de vertraging in het werk. Op zonnige dagen is er bijvoorbeeld deels niet gewerkt. De rechtbank voegt daaraan toe dat voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk was, van de opdrachtgever onder de bovenvermelde omstandigheden niet gevergd kon worden dat hij gedaagde tot herstel toeliet waardoor verzuim is ingetreden.

Geen limitatieve opsomming voor gevallen verzuim

De rechtbank voegt daaraan toe dat in artikel 6:83 BW waarin de regeling voor het verzuim is opgenomen geen limitatieve opsomming van gevallen staat opgenomen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt. Ook de redelijkheid en billijkheid kunnen hierbij een rol spelen.

De rechtbank overweegt dat gelet op de gebleken onbekwaamheid van de aannemer geen goed resultaat van de herstelwerkzaamheden meer te verwachten was. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan de aannemer zich er achteraf niet op beroepen dat de aannemer hem niet formeel in gebreke heeft gesteld. De aannemer kan zich er dus niet op beroepen dat er geen ingebrekestelling is verzonden.

Consequenties voor aannemer

De overeenkomst kan naar het oordeel van de rechtbank gelet op de tekortkomingen worden ontbonden. Er ontstaat dan een verplichting tot ongedaanmaking van de prestaties. De waarde van de prestaties van de aannemer wordt op nihil begroot waardoor de volledige aanneemsom moet worden terugbetaald. Ook dient de aannemer een aanvullende schadevergoeding van € 17.928,70 te betalen als vergoeding voor waterschade, de aanschaf van tweedehands nokvorsten en de kosten die zijn gemaakt om de gerenoveerde dakvlakken te slopen/ontmantelen.

Voor de aannemer loopt het vervolgens ook op een ander vlak niet goed af. Er wordt door de aannemer gesteld dat de verzekeraar de kosten waarvoor hij is veroordeeld moet vergoeden, maar de aannemer stond kennelijk alleen als loodgietersbedrijf geregistreerd. Een complete dakrenovatie houdt geen verband met de verzekerde hoedanigheid van een loodgietersbedrijf waardoor de waterschade die is veroorzaakt door de werkzaamheden niet gedekt is. De aannemer moest die kosten dus zelf dragen.

Conclusie

Het is goed om in de gaten te houden dat ook de redelijkheid en billijkheid kunnen maken dat een ingebrekestelling niet meer vereist is. Beter is het echter om de discussie over de ingebrekestelling voor te zijn en om zelf als aannemer om een deskundigenbericht te vragen voordat er geen toegang meer tot het werk wordt verleend. Indien u wilt weten aan welke eisen een deskundigenbericht moet voldoen of u anderen vragen heeft over de overeenkomst van aanneming kunt u contact opnemen met onze vastgoedrecht specialisten.

Hier leest u het arrest van 18 mei 2022.