Blogs

Ontwikkelingen stikstof en Wet natuurbescherming

11/03/21 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 7 minuten

Na het sneuvelen van het Programma Aanpak Stikstof op 29 mei 2019, wordt hard gewerkt om projecten met (geringe) stikstofdepositie toch mogelijk te maken. Twee recente ontwikkelingen worden besproken:

  1. Intern salderen;
  2. Wetsvoorstel Stikstofreductie.

1. Intern salderen

Bij intern salderen geldt geen vergunningplicht meer.

Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan over een varkenshouderij in Oirschot. Daarin is antwoord gegeven op de vraag of bij een project met intern salderen wat niet leidt tot een toename van stikstofdepositie, sprake is van een vergunningplicht volgens de Wet natuurbescherming.

In de uitspraak wordt ingegaan op de situatie voor 1 januari 2020, voor inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak stikstof, en op de situatie na 1 januari 2020.

De Afdeling stelt hierover:

“(..) Als de wijziging of uitbreiding van een project niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (= intern salderen), dan is volgens de rechtspraak van de Afdeling op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat die wijziging significante gevolgen heeft. Onder het vergunningenregime tot 1 januari 2020 betekende dit dat het project wel vergunningplichtig was, maar dat de vergunning op basis van een belangenafweging kon worden verleend (de verslechteringsvergunning). Een passende beoordeling was niet nodig. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 31 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL9656 en van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891.

“(..) 17.3.  Als de rechtspraak van de Afdeling over intern salderen wordt bezien in het licht van de op 1 januari 2020 gewijzigde vergunningplicht dan moet worden vastgesteld dat projecten die met intern salderen niet tot een toename van stikstofdepositie leiden niet langer vergunningplichtig zijn.”

Is sprake van een project waarbij door intern salderen geen sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, dan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming.

Let op: dit geldt alleen voor het onderdeel stikstofdepositie. Is sprake van andere effecten als gevolg van het project, dan kan mogelijk alsnog een vergunningplicht bestaan op basis van de Wet natuurbescherming.

Het ontbreken van een vergunning kan voor een initiatiefnemer onzekerheid geven. Een besluit van het bevoegd gezag waarin staat dat voor de activiteit geen vergunning nodig is, ontbreekt. Voor projecten waarbij door intern salderen de depositie ten opzichte van de referentiesituatie niet toeneemt, is deze uitspraak een welkome verduidelijking.

2. Wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering

Het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering is op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer.

Twee punten uit dit wetsvoorstel worden toegelicht, te weten de vrijstelling voor de bouwsector en de legalisatie van PAS-meldingen.

1.   Vrijstelling stikstofdepositie bij bouwactiviteiten

In onderdeel C van het Wetsvoorstel (straks artikel 2.9a Wet natuurbescherming) staat dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning.

Deze vrijstelling gaat gelden voor:

  • De bouwfase (uitdrukkelijk niet de gebruiksfase van het project);
  • Voor de gevolgen van stikstofdepositie;
  • Activiteiten van de bouwsector.

Bij Algemene Maatregel van Bestuur zal worden aangewezen welke activiteiten dit betreft. Het gaat daarbij volgens de Memorie van Toelichting niet alleen om de bouw van woningen, maar ook de aanleg van infrastructuur. Ook sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen hieronder vallen.

2.  Legalisatie PAS-meldingen

In artikel I onderdeel B van het wetvoorstel (straks artikel 1.13a Wet natuurbescherming) staat dat zorg gedragen moet worden voor het legaliseren van meldingen op basis van het PAS, projecten met een geringe depositie op Natura 2000-gebieden.

Krijgen diegenen die een melding hebben gedaan onder het PAS automatisch een vergunning? Zover is het nog niet.

Om activiteiten die meldingsplichtig waren onder het PAS te kunnen vergunnen, zal eerst onderzocht moeten worden of de depositie die deze activiteiten veroorzaken niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden. Ook zal een programma worden vastgesteld om de gevolgen van de depositie van die PAS-meldingen te mitigeren, of te compenseren.

In het wetsvoorstel staan resultaatsverplichtingen opgenomen met omgevingswaarden, waarbij de overbelasting door stikstof moet worden teruggebracht. Daarvoor moet een programma Stikstofreductie en natuurverbetering worden vastgesteld. Het kabinet treft daarin (bron)maatregelen. Als de verschillende maatregelen effect hebben, dan komt depositieruimte beschikbaar. Staat het effect van deze maatregelen vast, dan kunnen de betreffende gemelde activiteiten waar nodig van een individuele vergunning worden voorzien.

Dit is niet nodig volgens het wetsvoorstel als inmiddels een vergunning is verleend in plaats van een melding, of als de gemelde activiteit niet zorgt voor significant negatieve effecten op de natuur. Wanneer de eerste vergunningen kunnen worden verleend aan degenen die onder het PAS een melding hebben gedaan, is nog niet bekend.

3. Samenvatting: Intern salderen, vrijstelling en legalisatie melding

Bij projecten waarbij met intern salderen geen depositie plaatsvindt ten opzichte van de referentiesituatie, geldt geen vergunningplicht meer. Dat is bevestigd door de Afdeling in de uitspraak van 20 januari 2021.

Voor bouwprojecten waarbij tijdens de bouwfase sprake is van een tijdelijke depositie, zal die depositie buiten beschouwing worden gelaten. Dat staat in het Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering. De bouwsector en de activiteiten waarop dit betrekking heeft, dienen apart in een Besluit te worden aangewezen.

De gewenste legalisatie van de PAS-meldingen lijkt rechtvaardig en is in het belang van de rechtszekerheid. Voordat het effect van de te treffen maatregelen bekend is, zal enige tijd verstreken zijn. Het is daarom onbekend wanneer de eerste meldingen kunnen worden vergund. Zodra meer bekend is over de inwerkingtreding van deze wet, wordt u daarover geïnformeerd.

Heeft u vragen over dit onderwerp, of heeft advies of rechtsbijstand nodig, neemt u dan contact op met één van de specialisten van onze secties Vastgoed en Agrarisch recht.