Blogs

Moet een geldleningsovereenkomst tussen gemeente en haar medewerker openbaar gemaakt worden?

01/02/18 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: “Wob”) kan een ieder een verzoek om informatie, neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid, richten tot een bestuursorgaan. Dient het betreffende bestuursorgaan dan over te gaan tot het verstrekken van de verzochte informatie?

Recente uitspraak Afdeling

In een recente uitspraak moest de Afdeling oordelen over de vraag  of het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”) terecht een Wob-verzoek had geweigerd. In die zaak had het college een Wob-verzoek ontvangen tot openbaarmaking van een geldleningsovereenkomst tussen de gemeente en één van haar medewerkers. Het college heeft de openbaarmaking van de overeenkomst geweigerd op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. In dat artikel is bepaald dat het verstrekken van informatie op grond van de Wob achterwege mag blijven voor zover het belang van het openbaar maken van de informatie niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Volgens het college betreft de overeenkomst geen functie-gerelateerde informatie, aangezien de lening is verstrekt vanwege privéredenen, namelijk de echtscheiding van de medeweker.

Belanghebbende

De Afdeling moest in onderhavige zaak allereerst beoordelen of de medewerker met wie de geldleningsovereenkomst is aangegaan, kan worden aangemerkt als belanghebbende. Op grond van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter tot de sluiting van het onderzoek ter zitting ambtshalve, op verzoek van een partij of op hun eigen verzoek, belanghebbende in de gelegenheid stellen als partij aan het geding deel te nemen.

De Afdeling is van oordeel dat de medewerker aangemerkt dient te worden als belanghebbende, aangezien haar belang rechtstreeks is betrokken bij het besluit op het verzoek om openbaarmaking van de overeenkomst. De medewerker werd hierdoor alsnog in de gelegenheid gesteld om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen. Echter, aangezien deze te laat werd ingediend, is deze buiten beschouwing gelaten.

Beoordeling rechtbank openbaarmaking geldleningsovereenkomst

De rechtbank heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de gegevens in de overeenkomst persoonlijk van aard zijn, zodat het college terecht heeft besloten om de geldleningsovereenkomst niet te verstrekken. De overeenkomst bevat volgens de rechtbank geen gegevens die betrekking hebben op het functioneren van de medewerker. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het college het belang van de medewerker bij de eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van openbaarmaking van de overeenkomst.

Verweer Wob-verzoeker

De Wob-verzoeker was het niet eens met het oordeel van de rechtbank en ging in beroep. De Wob-verzoeker was van mening dat de rechtbank het begrip ‘eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’ te ruim heeft uitgelegd. Volgens de Wob-verzoeker moet ‘openheid’ de hoofdregel zijn. In dat kader verwijst de Wob-verzoeker naar de zogenoemde Peper-jurisprudentie en een advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Sinds de zogenoemde Peper-jurisprudentie inzake het openbaar maken van financiële gegevens van politieke ambtsdragers, is openbaarheid de norm en geheimhouding de uitzondering. De Wob-verzoeker is van mening dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het college het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van openbaarmaking van de overeenkomst. Volgens de Wob-verzoeker wordt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voldoende gewaarborgd door de stukken te anonimiseren.

Beoordeling Afdeling

De Afdeling stelt voorop dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer dient te worden afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Bij die afweging dient het uitgangspunt van de Wob, openbaarheid is regel, zwaar te wegen. In dat kader verwijst de afdeling naar een uitspraak van de Afdeling van 2012.

De Afdeling oordeelt dat de gegevens in de overeenkomst betrekking hebben op een privé aangelegenheid, namelijk de echtscheiding van de medewerker. Uit de overeenkomst blijkt niet dat deze is opgesteld ten behoeve van het functioneren van de medewerker. Dat hiermee wordt voorkomen dat de medewerker zal uitvallen, is een bijkomstigheid en niet het doel van de overeenkomst. De Afdeling is verder van oordeel dat indien de overeenkomst anoniem geopenbaard zal worden dit onvoldoende bescherming biedt tegen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de medewerker. De Wob-verzoeker is er immers van op de hoogte met welke medewerker de overeenkomst is aangegaan. Hierdoor is de overeenkomst te herleiden tot de medewerker. Daar komt volgens de Afdeling bij dat de overeenkomst in de gemeenteraad is besproken en deze daardoor voor een ieder is te herleiden tot de medewerker.

De verwijzing van de Wob-verzoeker naar de ‘Peper-jurisprudentie’ en het VNG advies van april 2013 volgt de Afdeling niet. De Afdeling stelt daartoe dat in het advies staat beschreven dat gemeenten geadviseerd wordt om bestedingen van politieke ambtsdragers te openbaren. Zoals het college terecht volgens de Afdeling heeft opgemerkt zijn politieke ambtsdragers overheidsfunctionarissen die (in)direct worden gekozen, zoals wethouders en raadsleden. In onderhavige geval gaat het om een medewerker van de gemeente en geen politieke ambtsdrager.

De Afdeling oordeelt dan ook dat de rechtbank derhalve op juiste gronden heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid het belang van de medewerker zwaarder mocht laten wegen dan het belang van openbaarmaking van de overeenkomst en dat het college mocht weigeren de overeenkomst openbaar te maken.

Medewerker of politieke ambtsdrager

Uit bovengenoemde uitspraak volgt dat gemeenten op grond van een Wob-verzoek geen documenten openbaar hoeven te maken indien het gaat om een medewerker niet zijnde een politiek ambtsdrager en in het geval van openbaarmaking de persoonlijke levenssfeer van de medewerker niet wordt geëerbiedigd.

Heeft u nog vragen? Neem contact op met één van onze specialisten.

Lees ook: Medische informatie en de Wob; wat mag wel en wat mag niet?

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs