Is de inwonende zoon aan te merken als medehuurder?

Blog

De woning waar het in deze zaak om gaat, is vele decennia gehuurd door een echtpaar. Hun jongste zoon is jarenlang inwonend geweest. Op enig moment zijn beide ouders overleden. De zoon heeft op de voet van art. 7:268 BW voortzetting van de huur voor een bepaalde tijd gevorderd. Aan zijn vordering heeft de zoon ten grondslag gelegd dat hij en zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd.

In dat kader heeft de zoon aangegeven dat hij samen met zijn moeder de woonkamer gebruikte, dat zij samen televisie keken, dat zij samen de maaltijd gebruikten en dat zij elkaar verzorgden. Wel was het zo dat zijn moeder de huur altijd betaalde en dat de financiën de laatste jaren waren overgenomen door haar schoondochter die naast haar woonde en ook haar bewindvoerder was. De zoon betaalde verder niet mee aan de huur en droeg ook niet anderszins financieel bij.

De zaak komt bij het Gerechtshof terecht. Het Hof geeft aan dat zij niet aanneemt dat er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding. Hiertoe overweegt het Hof dat de zoon in feite altijd kind in huis is gebleven. Het ontbrak in de relatie tot zijn moeder aan wederkerigheid. In dat kader deed volgens het Hof niet af dat de zoon klusjes deed, dat hij van alles met zijn moeder ondernam en zijn moeder tot het eind van haar leven verzorgde.

Daartegen komt de zoon in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad houdt de uitspraak van het Gerechtshof in stand. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat alle omstandigheden van dit geval in acht moeten worden genomen, zoals het Hof heeft gedaan. Het Hof komt wat dat betreft dus een grote vrijheid toe.

Deze uitspraak is een bevestiging van wat al eerder in de rechtspraak is uitgemaakt. Het louter wonen met een huurder van woonruimte in een samenlevingssituatie, maakt namelijk nog niet dat na het overlijden van de huurder het door de samenwoner gedane beroep op medehuurderschap per definitie zou moeten worden toegewezen. Daarvoor zijn bijkomende bijzondere omstandigheden nodig.