Geen ambtshalve toetsing (meer) van tijdige indiening bezwaar- of beroepschrift

Blog

Schenkeveld Advocaten - kalender rood

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft na de publicatie van mijn blog over de tijdigheid van het indienen van beroep- of bezwaarschriften een uitspraak gedaan die – in ieder geval in zaken bij de CRvB – zal leiden tot wijziging van de hoofdregel dat het niet-tijdig indienen van een beroep- of bezwaarschrift leidt tot niet-ontvankelijkheid. Geoordeeld is dat de tijdigheid van het indienen van een beroep- of bezwaarschrift geen kwestie van openbare orde meer is. Wat houdt deze uitspraak in en wat zijn de mogelijke gevolgen ervan?

Openbare orde

De bepalingen omtrent de tijdigheid van indiening van beroep- en bezwaarschriften zijn altijd van openbare orde geweest. Het zijn bepalingen waarvan de betekenis voor de rechtsorde zo groot is, dat de rechter vindt dat hun gelding moet worden verzekerd, ongeacht de wil, de kennis of het belang van partijen. Bepalingen van openbare orde worden dan ook altijd ambtshalve door de rechter getoetst.

Doordat sprake is van bepalingen van openbare orde beoordeelt de bestuursrechter – tot nu toe – ambtshalve zowel de tijdigheid van het bij hem ingestelde rechtsmiddel, als ook of het bestuursorgaan het bezwaar (of administratief beroep) terecht tijdig heeft geacht. Ook wordt in hoger beroep naast de tijdigheid van het hoger beroep, ook de tijdigheid van de rechtsmiddelen bij vorige instanties beoordeeld.

Dwingend betekent niet van openbare orde

De CRvB oordeelt dat het buiten twijfel staat dat de wettelijke bepalingen over de tijdigheid van een bezwaar- of beroepschrift dwingend van aard zijn. Dat een wettelijke bepaling dwingend van aard is, brengt echter niet mee dat zij ook van openbare orde is. Daarvoor is vereist dat de ratio van die wettelijke bepaling vergt dat een schending daarvan met het oog op het algemeen belang niet zonder gevolgen behoort te blijven. Hier is volgens de CRvB geen sprake van omdat de belanghebbenden bij het beoordelen van de tijdigheid van een bezwaar- of beroepschrift zijn beperkt tot het bestuursorgaan en (derden)belanghebbenden. Er is dus geen sprake van een algemeen belang.

Geen ambtshalve beoordeling (meer) van tijdige indiening

De CRvB zal voortaan het uitgangspunt hanteren dat de bestuursrechter de tijdigheid van het bezwaar niet ambtshalve behoort te beoordelen. Dit betekent dat de rechtbank het bij het bestuursorgaan ingediende bezwaar niet ambtshalve wegens termijnoverschrijding alsnog niet-ontvankelijk mag verklaren. De Raad past dit uitgangspunt ook toe in lopende zaken tegen uitspraken van de rechtbank. In overeenstemming hiermee wordt in hoger beroep niet langer ambtshalve beoordeeld of het beroep bij de rechtbank tijdig was.

Gevolgen voor de praktijk

Alhoewel het gaat om een uitspraak van de CRvB – en deze dus vooralsnog geldt voor zaken die door de CRvB worden behandeld – bestaat de mogelijkheid dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze opvatting van de CRvB overnemen. In dat geval zal geen enkele bestuursrechtelijke macht nog ambtshalve toetsen of een beroep- of bezwaarschrift tijdig is ingediend, zodat daar als bestuursorgaan uitdrukkelijk een beroep op dient te worden gedaan.

Heeft u vragen over deze uitspraak of over de gevolgen daarvan voor u als bestuursorgaan? Neem dan contact op met één van onze specialisten Overheidsrecht.