Indiening beroepschrift: sprake van verschoonbare termijnoverschrijding?

08/07/21 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Termijnen waarbinnen bezwaar- of beroepschriften moeten zijn ingediend zijn geregeld in de wet. Zo geldt als hoofdregel dat een bezwaar- of een beroepschrift binnen 6 weken dient te zijn ingediend na de verzending van de beslissing. Als deze termijn niet wordt gehaald, is deze termijnoverschrijding dan nog verschoonbaar?

Vergunning voor plaatsen van een kiosk

De rechtbank Den Haag zag zich recent voor deze vraag gesteld. In die kwestie ging het om een belanghebbende die het college van B&W in Den Haag (het college) had gevraagd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een kiosk ten behoeve van een lunchroom. Het college heeft deze omgevingsvergunning geweigerd bij besluit van 11 december 2020.

Instellen beroep

Op grond van artikel 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt een beroepstermijn van zes weken, die begint te lopen vanaf de dag dat het beroep is toegezonden. Een beroepschrift is tijdig ingediend, wanneer deze voor het einde van de beroepstermijn is ingediend; in dit geval uiterlijk op 22 januari 2021. Ook is een beroepschrift tijdig ingediend wanneer deze per post wordt gestuurd én door de rechtbank is ontvangen binnen een week na afloop van de termijn (artikel 6:9 lid 1 en 2 Awb).

Kan het te late indienen aan de indiener worden toegerekend?

Als het beroepschrift te laat wordt ingediend, moet de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De uitzondering hierop is dat het niet-tijdige indienen niet aan de betrokkene kan worden toegerekend (artikel 6:11 Awb). In de zaak bij de rechtbank Den Haag stelt de indiener  dat hij tijdig beroep heeft ingesteld, omdat hij op 15 januari 2021 de enveloppe met het beroepschrift in de brievenbus bij de rechtbank heeft gedaan. Toen hij geen ontvangstbevestiging kreeg, heeft hij op 27 januari 2021 naar de rechtbank gebeld om te vragen of het stuk ontvangen was. Dit was niet het geval, waarna hij het beroepschrift diezelfde dag per e-mail heeft toegestuurd.

Bewijslast tijdig indienen beroepschrift

De rechtbank stelt vast dat op de betrokkene de bewijslast rust dat het poststuk in kwestie tijdig is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is de betrokkene er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het beroepschrift tijdig, voor het verstrijken van de termijn, is bezorgd. Uit de stukken is namelijk niet op te maken dat het beroepschrift daadwerkelijk op 15 januari 2021 in de brievenbus is gedaan. De betrokkene heeft  verklaringen ingebracht van zijn moeder en partner die dit standpunt ondersteunen. De rechtbank oordeelt echter ten aanzien van deze verklaringen dat deze achteraf zijn opgesteld en dat de juistheid daarvan niet kan worden geverifieerd. Ook aan de stelling van betrokkene dat het aan PostNL is te wijten dat het beroepschrift te laat is bezorgd, vanwege de door Covid gesloten postkantoren, mocht hem niet baten. Volgens de rechtbank is namelijk niet aannemelijk gemaakt dat het in het geheel niet mogelijk was om aangetekende post te versturen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dan ook dat het beroep niet-ontvankelijk is, zodat aan een inhoudelijke behandeling niet wordt toegekomen.

Waar moet u op letten?

Wanneer bezwaar of beroep wordt ingesteld, dient u er bedacht op te zijn dat hier vaste termijnen voor gelden. Het overschrijden van een dergelijke termijn, leidt in de hoofdregel tot niet-ontvankelijkheidsverklaring van het bezwaar- of beroepschrift, tenzij kan worden aangetoond dat de termijnoverschrijding niet aan de indiener te wijten is. De bewijslast voor deze stelling rust op de indiener en deze stelling is – zoals ook uit de onderhavige zaak volgt – niet gemakkelijk om aan te tonen.

Advies of rechtsbijstand nodig?

Als u vragen heeft over dit onderwerp of advies of rechtsbijstand nodig heeft bij het, dan kunt u contact opnemen met een van de specialisten van onze secties Vastgoed en Overheidsrecht.

De uitspraak van de rechtbank Den Haag is hier te vinden.