Blogs

Fietser schrikt van auto en valt, wie is aansprakelijk?

29/06/20 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

Twijfelt u over de aansprakelijkheid van een verkeersdeelnemer? Doe dan onze letselschadecheck!

Een fietser wilde een bocht naar rechts maken. Op het moment dat zij de bocht naderde, kwam er een auto vanuit de tegenovergestelde richting. De fietser schrok en draaide haar stuur in een keer naar rechts. Daarbij kwam zij ten val en brak zij haar pols en onderbeen.

Verkeersfouten

Vast komt te staan dat de fietser verkeersfouten maakte: zij fietste niet uiterst rechts en nam de bocht met een (te) hoge snelheid. Aan de andere kant komt vast te staan dat de automobilist ook niet uiterst rechts had gehouden. Hij reed echter wél op zijn eigen rijbaan en met een snelheid van slechts 15 km/u. Is de automobilist dan aansprakelijk voor de schade van de fietser?

Aansprakelijkheid in de Wegenverkeerswet

De vraag of de automobilist aansprakelijk is moet worden beantwoord aan de hand van artikel 185 Wegenverkeerswet. Dit artikel is in het leven geroepen om ‘zwakke verkeersdeelnemers’ zoals fietsers en voetgangers te beschermen. Daarbij is de hoofdregel dat het motorvoertuig aansprakelijk is voor de schade van een zwakke verkeersdeelnemer, behalve als het ongeval is toe te schrijven aan overmacht.

Voor aansprakelijkheid is overigens niet vereist dat het motorvoertuig en de zwakke verkeersdeelnemer met elkaar in aanraking komen. Ook als de zwakke verkeersdeelnemer moet uitwijken omdat het motorvoertuig een onverwachte beweging maakt of er onverwacht een deur wordt opengedaan, is de bestuurder van het motorvoertuig aansprakelijk.

Alleen als de automobilist juridisch geen enkel verwijt kan worden gemaakt, kan hij een beroep doen op overmacht. De automobilist hoeft de schade dan niet te vergoeden. Bij de beoordeling of er sprake is van overmacht, is onder meer van belang of de fouten van andere weggebruikers zo onwaarschijnlijk waren dat de automobilist bij het bepalen van zijn verkeersgedrag hier naar redelijkheid geen rekening mee hoefde te houden.

In de hierboven beschreven zaak draaide het om die vraag: was er sprake was overmacht? Met andere woorden: kon de automobilist juridisch gezien geen enkel verwijt worden gemaakt?

Rechtbank: automobilist is niet aansprakelijk

De rechtbank oordeelde dat het beroep op overmacht van de automobilist slaagde. De rechtbank meende dat de automobilist niet kon anticiperen op de schrikreactie van de fietser. Hij had niet anders kunnen handelen dan hij heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. De rechtbank oordeelde daarom dat de automobilist niet aansprakelijk was voor de (letsel)schade van de fietser. De fietser ging in hoger beroep.

Het hof beoordeelde de zaak anders

Het hof oordeelde anders. Volgens het hof kon de automobilist niet aannemelijk maken dat hem juridisch geen enkel verwijt kon worden gemaakt. Daarbij waren de volgende feiten en omstandigheden van belang:

  • De automobilist reed niet uiterst rechts, terwijl hij geen zicht had op het tegemoetkomende verkeer.
  • Door het gebrekkige zicht op de weg had de automobilist bij het bepalen van zijn snelheid en zijn positie op de weg rekening moeten houden met mogelijk onverwachte gedragingen van de overige verkeersgebruiker (zoals de fietser).
  • De automobilist zag toen hij uit de bocht kwam dat de fietser met hoge snelheid fietste en onvoldoende rechts hield.

Hoewel er ook sprake was van een schrikreactie (en verkeersfouten) van de fietser, waren de (schrik)reactie en deze fouten volgens het hof niet dusdanig onwaarschijnlijk dat de automobilist hier geen rekening mee hoefde te houden. Het Hof oordeelde dus dat de automobilist aansprakelijk was voor de schade van de fietser.

Maar: eigen schuld fietser

Nu er geen sprake was van overmacht was de vervolgvraag waar het hof voor stond of alle schade dan ook voor rekening van de automobilist moest komen. Of had de fietser wellicht zelf ook een fout gemaakt, waardoor zij een gedeelte van de schade zelf moest dragen? Met andere woorden: was er sprake van eigen schuld?

Het is standaard rechtspraak dat als er geen sprake is van overmacht, maar wel van een fout van de zwakke verkeersdeelnemer, de billijkheid meebrengt dat bij de verdeling van de schade minimaal 50% van de schade ten laste komt van het motorrijtuig. De automobilist moet in die gevallen dus minimaal 50% van de schade betalen.

Het Hof oordeelde in deze zaak dat de fietser inderdaad eigen schuld had aan het ongeval. Zij had haar rijgedrag onvoldoende afgestemd op de verkeerssituatie. Ook zij kwam te snel uit de bocht en nam de bocht te ruim terwijl haar zicht beperkt was. De fietser anticipeerde onvoldoende op eventueel tegemoetkomend verkeer. Daarom had zij recht op vergoeding van 50% van haar schade.

De fietser voerde nog aan dat de zogenaamde billijkheidscorrectie moest worden toegepast. Kort samengevat gaat het dan om een correctie op het percentage eigen schuld, bijvoorbeeld vanwege de ernst van het letsel of de aard van de gemaakte fouten. Het hof zag daar in dit geval geen aanleiding toe en nam daarbij in aanmerking dat er over en weer fouten zijn gemaakt.

Tot slot

Het voorbeeld illustreert dat de beoordeling van aansprakelijkheid nog niet zo makkelijk is. Daarom is het belangrijk om een zo helder mogelijk beeld te krijgen van de exacte toedracht van het ongeval. Mocht u betrokken zijn bij een ongeval, verzamel dan de gegevens van getuigen. Twijfelt u over de aansprakelijkheid van een verkeersdeelnemer?  Doe dan onze letselschadecheck!

U kunt ook contact opnemen met onze letselschade specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs