Blogs

Wie gaat het schip in?

20/02/19 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Onderzeeboot zonder ligplaatsvergunning

In de NDSM-haven in Amsterdam ligt een onderzeeboot zonder ligplaatsvergunning. De boot verkeert in slechte staat. De buitenkant is verroest, gescheurd, en begroeid met een dikke laag schepen en algen. Ook bevat de boot 1.500 kg asbest. Om de boot uit de haven te vervoeren, is een transportvergunning nodig. Deze vergunning is niet verleend.

Bestuursdwang

De slechte staat van de boot en het ontbreken van de ligplaatsvergunning, leiden ertoe dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een last onder bestuursdwang oplegt aan de (vermoedelijke) Belgische eigenaar. Het college stelt dat door het ontbreken van de ligplaatsvergunning, artikel 2.5.2 van de Verordening op het binnenwater 2010 is overtreden.

Overtreder

De vermoedelijke eigenaar komt op tegen die last in bezwaar, en in beroep. Het college en de rechtbank vinden dat de appellant kan worden aangemerkt als overtreder volgens artikel 5:1 Algemene wet bestuursrecht. De appellant gaat tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling. Op 20 februari 2019 doet de Afdeling uitspraak.

Wie is de overtreder?

Vanaf 2002 ligt de boot al in de NDSM-haven zonder ligplaatsvergunning. Tot 9 januari 2017, de datum waarop de last onder dwangsom is opgelegd, is hiertegen niet opgetreden. De Belgische appellant heeft in 2013 een koopovereenkomst gesloten, bedoeld om de boot voor de sloop te vervoeren naar België. Hij heeft ook de transportvergunning aangevraagd. Na de weigering van die vergunning, heeft hij de koopovereenkomst ontbonden.

Niet redelijk

De Afdeling vindt dat deze appellant buiten de illegale situatie staat, omdat zij de boot alleen heeft gekocht voor de sloop ervan. Dit betekent dat de last onder bestuursdwang in redelijkheid niet aan de appellant mag worden opgelegd. Het hoger beroep slaagt. De Afdeling voorziet zelf in de zaak door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Niet opleggen

Opmerkelijk is de overweging van de Afdeling dat de last in redelijkheid niet kan worden opgelegd aan de appellant.

Kostenverhaal

Het is vaste rechtspraak dat ook als de belanghebbende het niet in zijn macht heeft om de last uit te voeren, hij toch kan worden aangeschreven met een last onder bestuursdwang. Het gevolg is dan dat het bestuursorgaan zelf de gevraagde maatregelen treft, en de kosten daarvan zal dienen te verhalen. Dit blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2807. Daarin stelt de Afdeling dat bij bestuursdwang sprake is van een geboden gelegenheid om – ter voorkoming van het optreden van het bestuursorgaan zelf – maatregelen te treffen om de illegale situatie te beëindigen.

Wie gaat dat betalen?

Bij daadwerkelijke toepassing van bestuursdwang zijn de kosten voor rekening van de overtreder, tenzij deze niet geheel voor zijn rekening moeten komen, artikel 5:25 Algemene wet bestuursrecht. Of in deze zaak naast de appellant ook de eigenaar van de boot is aangeschreven, is niet bekend en ook niet of de bestuursdwang is toegepast. Wel is duidelijk dat de appellant in deze zaak niet het schip in gaat. Wie dan wel? In de conclusie van Staatsraad Advocaat-Generaal mr. P.J. Wattel van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152, staat hierover opgemerkt: als de overtreder niet bekend is, betalen u en ik.

Heeft u vragen over handhaving? Neem dan contact met onze specialisten overheidsrecht op.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs