Blogs

Wat te doen als uw contractspartij failliet gaat?

06/12/16 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 3 minuten

Hierna worden twee belangrijke uitspraken van de Hoge Raad besproken over de gevolgen van een faillissement voor lopende overeenkomsten.

Kan een curator die een overeenkomst niet gestand doet toch nakoming vorderen?

Als een curator in een faillissement een overeenkomst niet gestand doet, dan verliest hij in beginsel het recht om nakoming van de overeenkomst te vorderen van de wederpartij. Dit betekent slechts dat de curator geen nakoming meer kan vorderen van de na faillietverklaring nog te verrichten prestaties, indien de gefailleerde zelf ook de tegenprestatie nog moet verrichten. Indien de curator een overeenkomst niet gestand doet, kan hij wel nog nakoming vorderen van prestaties waarvan de gefailleerde de tegenprestaties voor het faillissement al heeft voltooid.

Een voorbeeld. Een bouwbedrijf dient twee loodsen te bouwen, waarbij zowel na afronding van de eerste loods als na afronding van de tweede loods een aanneemsom aan het bouwbedrijf betaald moet worden. Wanneer de eerste loods is voltooid, gaat het bouwbedrijf failliet. De curator heeft onvoldoende mankracht en middelen om de tweede loods af te bouwen en doet hierdoor de overeenkomst niet gestand. De curator kan hierdoor geen betaling van de tweede aanneemsom vorderen. Omdat de eerste loods is voltooid, kan de curator wel de betaling van de eerste aanneemsom vorderen.

Het arrest van de Hoge Raad kunt u hier lezen.

Doet een curator een overeenkomst gestand indien hij voortzetting van dienstverlening door een dwangcrediteur vordert?

In het faillissement van Free Record Shop hebben de curatoren in kort geding gevorderd dat een ICT-dienstverlener zijn dienstverlening zal voortzetten. De ICT-dienstverlener voert aan, dat de curatoren door het instellen van deze vordering de overeenkomst gestand hebben gedaan. Dit zou betekenen dat de curatoren de kosten van de dienstverlening moeten betalen.

Indien een curator in rechte voortzetting van dienstverlening door zogenoemde dwangcrediteuren probeert af te dwingen, kan dit niet steeds worden aangemerkt als gestanddoening van de overeenkomst. Of sprake is van gestanddoening, dient met inachtneming van alle omstandigheden van het geval te worden beantwoord.

Lees hier het arrest van de Hoge Raad.

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van financiering, zekerheden en faillissementen of heeft u hierover vragen, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs