Blogs

Overeenkomst van aanneming: Hoe wordt de prijs bepaald?

29/11/17 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 7 minuten

In dit artikel wordt niet uitgelegd op welke wijze de prijs wordt opgebouwd bij een overeenkomst van aanneming. Daarvoor kunt u beter bij een calculator aankloppen. Wilt u weten hoe er wordt gehandeld op het moment dat er discussies zijn over de prijs bij een overeenkomst van aanneming? Lees dan verder.

Prijs / aanneemsom vastgelegd?

In veel gevallen is de prijs/aanneemsom vastgelegd in de overeenkomst van aanneming. In dat geval staat de aanneemsom vast. De discussie gaat dan vaak niet over de hoogte van de aanneemsom, maar over de vraag of er meerwerk, minderwerk en/of bijvoorbeeld bouwtijdverlenging is overeengekomen dan wel dat sprake is van gebreken.

Prijs / aanneemsom niet goed vastgelegd?

Het komt echter ook geregeld voor dat partijen de prijs niet goed hebben vastgelegd. Dit heeft vaak meerdere oorzaken. Soms er is in eerste instantie wel een prijs overeengekomen, maar zijn de werkzaamheden daarna verder uitgebreid waarbij vergeten is om opnieuw een prijs af te spreken of was bijvoorbeeld alleen sprake van een indicatieve prijs. In het onderstaande geval waarin de Hoge Raad op 23 juni 2017 een arrest heeft gewezen was de discussie als volgt.

Overeenkomst van aanneming voor zeiljacht

Uit bovengenoemd arrest blijkt dat op 29 november 1999 een overeenkomst van aanneming is gesloten tussen een jachtwerf (hierna: “de aannemer”) en de eigenaar van een jacht (hierna: “de opdrachtgever”) om werkzaamheden aan een zeiljacht te verrichten. Destijds is een brief gestuurd door de aannemer waarin –kort gezegd- staat opgenomen dat er geen vaste prijs is overeengekomen, maar dat een serieuze schatting voor de werkzaamheden (die ook gespecificeerd staan) een bedrag is van f  173.500. Met de hand is toegevoegd dat hier met een marge van 10 a 15% van kon worden afgeweken.

Op 1 september 2001 wordt een bericht gestuurd door de aannemer dat de totale kosten voor de werkzaamheden aan het jacht per 1 april 2001 ongeveer DM 225.000 (exclusief btw) zijn. Daarbij is meegedeeld dat sindsdien nog vele kosten zijn gemaakt en dat met verrekening van de reeds eerder betaalde bedragen nog een bedrag van DM 305.000 openstaat. Er wordt niet betaald door de opdrachtgever. Bovendien wordt het jacht op 13 september 2001 na een proefvaart ook nog meegenomen door de opdrachtgever naar Duitsland.  De jachtwerf is in 2003 failliet gegaan en de curator heeft de procedure voortgezet.

Nacalculatie-overeenkomst of vaste prijs?

De rechtbank wijst de vorderingen van de aannemer af. Bij het gerechtshof volgt er een bewijsopdracht. Het standpunt van de aannemer was dat er een nacalculatie-overeenkomst was overeengekomen. De aannemer mocht dit bewijzen. De opdrachtgever stelde zich juist op het standpunt dat een vaste prijs was overeengekomen waarbij op basis van de werkelijk gemaakte kosten met een marge van maximaal 15% kon worden afgeweken. Beide partijen zijn naar het oordeel van het hof niet geslaagd in het hen opgedragen bewijs.

Hoe wordt nu de prijs bepaald?

In het Burgerlijk Wetboek (BW) staat opgenomen in artikel 7:752 lid 1 BW dat als -kort gezegd- de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald, de opdrachtgever een redelijke prijs is verschuldigd. Bij de bepaling van de prijs wordt rekening gehouden met de door de aannemer ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijs en met de door hen ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen. Er zijn dus de volgende opties.

Vaste prijs

Er is sprake van een vaste prijs. In dat geval rust de bewijslast op het overeenkomen van deze vaste prijs bij de opdrachtgever. Als komt vast te staan dat de vaste prijs is overeengekomen dan is opdrachtgever dit bedrag aan aannemer verschuldigd.

Richtprijs

Er is sprake van een richtprijs. In dat geval is een redelijke prijs verschuldigd en mag op grond van artikel 7:752 lid 2 BW de richtprijs niet meer met dan 10% worden overschreden tenzij de aannemer heeft gewaarschuwd en de gelegenheid heeft geboden om het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen.

Gewekte verwachtingen

Er is sprake van een gewekte verwachting met betrekking tot de prijs. Als bijvoorbeeld een maximumprijs is afgegeven dan is geen sprake van een richtprijs. In dat geval dient echter bij de redelijke prijs wel rekening te worden gehouden met de door de aannemer over de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen. Daarbij speelt deze maximumprijs uiteraard een rol.

De informatie die is verstrekt over de prijs door de aannemer is juridisch irrelevant

In bovengenoemde zaak heeft de opdrachtgever betoogd dat sprake is van een vaste prijs waarvan op basis van de werkelijk gemaakte kosten kan worden afgeweken met maximaal 15%. Dit lijkt op een richtprijs met dien verstande dat er een ruimere afwijkingsmarge mogelijk is, namelijk 15% in plaats van 10% en dat er in beginsel niet vooraf gewaarschuwd hoeft te worden bij een afwijking naar boven.

Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van een vaste prijs of een richtprijs. Wel brengt het systeem van de wet mee dat sprake kan zijn van gewekte verwachtingen. Daar beroept de opdrachtgever zich op. De Hoge Raad oordeelt dat aan de prijsindicatie geen gerechtvaardigde verwachtingen konden worden ontleend. De deskundige die al in een eerder stadium was aangesteld, heeft beoordeeld wat een redelijke prijs is voor de feitelijk verrichte werkzaamheden. Aangezien aan de deskundige deze vraag was gesteld om dit te begroten en hiertegen –kort gezegd- niet is geprotesteerd door de opdrachtgever, wordt uitgegaan van de uitkomst van dat deskundigenonderzoek. De deskundige is van oordeel dat een bedrag van f 399.650,= een redelijke prijs is voor de verrichtte werkzaamheden. Als het reeds betaalde bedrag in mindering wordt gebracht resteert er nog een bedrag van f 254.050,= (€ 115.282,81) exclusief BTW. Het gerechtshof heeft de opdrachtgever veroordeelt om dit bedrag te betalen. De Hoge Raad is van oordeel dat dit terecht is gebeurd. Het arrest van het gerechtshof blijft dan ook in stand.

Pas op: leg de werkzaamheden en de aanneemsom goed vast

Uit de conclusie van de Advocaat-Generaal en de noot bij het arrest volgt dat deze kwestie ook anders had kunnen aflopen voor de aannemer. Het blijft zowel voor de aannemer als voor  de opdrachtgever van groot belang om afspraken over de werkzaamheden en de bijbehorende aanneemsom goed vast te leggen.

U kunt het bovenstaande nog uitgebreider doorlezen in de noot bij het arrest die gebruikt is bij het schrijven van dit artikel. Het arrest van de Hoge Raad en de noot kunt u lezen op rechtspraak.nl

Mocht u over een overeenkomst van aanneming vragen hebben dan kunt u contact opnemen met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs