Blogs

Het belang van de doorverwijzing in bouwcontracten

22/12/15 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 3 minuten

In de bouw is vaak sprake van een “ketting” van partijen doordat de opdrachtgever een aannemer inschakelt, die weer een onderaannemer inschakelt, enzovoorts. Bij de contractering in de onderaannemingsverhouding wordt vaak doorverwezen naar algemene voorwaarden die van toepassing zijn in de rechtsverhouding die daarboven zit. Is dat eigenlijk wel rechtsgeldig?

Inleiding

In een veel voorkomend bevoegdheidsincident stond de vraag centraal of het in de onderaannemingsovereenkomst opgenomen arbitragebeding van toepassing was en of de rechtbank of het arbitragegerecht bevoegd was om het geschil te beslechten. In het bestek van de hoofdaannemer werd verwezen naar de STABU Standaard 2007, die op haar beurt verwijst naar de UAV 1989, waarin een arbitraal beding is opgenomen. Dit is een niet rechtstreekse verwijzing naar de UAV, in welk geval doorgaans niet snel wordt aangenomen dat UAV ook van toepassing is op de overeenkomst, betoogde de verwerende partij.

Hoe zit het?

De teneur in de rechtspraak is dat een partij er niet snel op kan vertrouwen dat de wederpartij akkoord is gegaan met de toepasselijkheid van algemene voorwaarden die in de contractstukken (in dat geval is sprake van een zogenaamde “rechtstreekse verwijzing”) niet uitdrukkelijk van toepassing is verklaard. Dit komt omdat algemene voorwaarden vaak niet gedetailleerd worden doorgenomen door partijen. Zo oordeelde de rechtbank Dordrecht en de rechtbank Rotterdam eerder dat degelijke doorverwijzingen niet rechtsgeldig waren.

In dit geval

In dit geval ziet de rechtbank echter omstandigheden die het rechtvaardigen de doorverwijzing toch rechtsgeldig te verklaren. Ten eerste oordeelt de rechtbank dat het hier twee professionele partijen betreft die bekend zijn met het feit dat de UAV 1989 in de bouwbranche veelvuldig wordt toegepast. Ten tweede refereert het bestek uitdrukkelijk naar de UAV 1989, door bepalingen aansluitend uit de UAV op te nemen en bepaalde bepalingen uit de UAV te wijzigen of concreet in te vullen.

Hieruit leidt de rechtbank af dat men ervan uitging dat de UAV van toepassing zou zijn, behalve voor zover in het bestek een afwijkende regel werd gegeven. Dit leidt tot de conclusie dat de hoofdaannemer er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de onderaannemer akkoord is gegaan met de toepasselijkheid van de UAV.

Voor de praktijk

Het leerstuk van de rechtstreekse verwijzing, en dus ook de onderhavige uitspraak, is voor de (rechts)praktijk van groot belang. Denken partijen goed te zitten door alleen maar in hun stukken te verwijzen naar algemene voorwaarden in andere contractstukken, dan begeven zij zich op glad ijs. Partijen doen er goed aan –en dat laat de uitspraak goed zien- om uitdrukkelijk in hun contract op te nemen dat partijen het oogmerk hebben om de set algemene voorwaarden waarnaar wordt doorverwezen onderdeel van hun rechtsverhouding te laten zijn. Daarmee voorkomen partijen dat er later over het al dan niet van toepassing zijn van de betreffende set algemene voorwaarden onenigheid ontstaat.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Bron: ECLI:NL:RBROT:2015:80

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs