Bestuurlijke rapportage(s) bij sluiting woning of gebouw

13/01/22 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

De sluiting van een woning of lokaal op basis van artikel 13b Opiumwet of artikel 174 Gemeentewet door de burgemeester wordt vaak onderbouwd met een bestuurlijke rapportage. Waar moet de bestuurlijke rapportage aan voldoen om tot sluiting over te kunnen gaan?

Eigen verantwoordelijkheid burgemeester

De burgemeester heeft bij de beoordeling van de rapportage een eigen verantwoordelijkheid. Op het moment dat de bestuurlijke rapportage wordt ontvangen dient deze beoordeeld worden alvorens tot sluiting van een pand wordt overgegaan.

Zorgvuldige voorbereiding

Op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht is de burgemeester gehouden een besluit zorgvuldig voor te bereiden. Het gaat hier om onderzoek naar de feiten, maar ook het waarderen van de feiten die van belang zijn voor het te nemen besluit.

Bewijskracht bestuurlijke rapportage

Die feiten kunnen voortkomen uit een door een politieambtenaar opgestelde bestuurlijke rapportage. Doorgaans is het stuk een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend rapport of proces-verbaal. Vaste jurisprudentie is dat de burgemeester in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal. Maar alleen als het de eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeeft.

Als die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.

Zoals duidelijk wordt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland van 15 december 2021 kan het besluit geschorst worden of geen stand houden als de rapportage niet of onvoldoende wordt beoordeeld.

Sluiting kapperszaak geschorst

De burgemeester van Apeldoorn had een kapperszaak gesloten op grond van de APV in samenhang met artikel 174 Gemeentewet. Het besluit was gebaseerd op de bevindingen uit een bestuurlijke rapportage. De verzoeker was aangehouden op verdenking van mensenhandel.

De eigenaar van de kapperszaak maakt bezwaar tegen het besluit en dient een verzoek om voorlopige voorziening in. De inhoud van de rapportage werd betwist door de eigenaar, onder meer door verklaringen toe te zenden die hij had afgelegd en onderdeel uitmaakten van het strafdossier. Er werd in de bestuurlijke rapportage gesteld dat er in de verklaringen stond opgenomen dat er werd afgesproken in de kapperszaak om te overleggen over de mensensmokkel en dat gebleken is dat er gesprekken zijn gevoerd in de kapperszaak. Dat bleek echter niet uit de verklaringen. De voorzieningenrechter schorst het besluit tot drie weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester moet uitzoeken in hoeverre van de bestuurlijke rapportage mag worden uitgegaan. Daarnaast zal de burgemeester, als van de juistheid van de rapportage mag worden uitgegaan, nader moeten motiveren wat het gevaar is voor de openbare orde en veiligheid.

Waar moet de bestuurlijke rapportage aan voldoen?

Het is van belang om in het achterhoofd te houden dat bestuurlijke rapportages niet altijd voldoen aan de kwaliteit die daarvan verwacht mag worden. Ik verwijs u daarvoor naar het blog over de WODC-rapportage Wet Damocles WODC rapport artikel 13b Opiumwet  waar als aanbeveling 7 de verbetering van de kwaliteit van de bestuurlijke rapportages wordt genoemd.

Indien de burgemeester een bestuurlijke rapportage ontvangt is het, zowel voor als na het ontvangen van de zienswijze en/of het bezwaarschrift, van belang om het volgende te beoordelen om zeker te weten of tot sluiting kan worden overgegaan.

  1. De waarneming van feiten en omstandigheden is gedaan door een terzake deskundig persoon. Het dient een eigen waarneming te betreffen;
  2. De waarneming mag in een schriftelijke rapportage, maar mag ook zijn vastgesteld in een foto of ander bewijsmateriaal, zo lang maar duidelijk is waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd;
  3. Als de waarneming is opgenomen in een schriftelijke rapportage, dan moet daarin een inzichtelijke beschrijving zijn opgenomen van wat er is waargenomen. Het stuk moet verder ondertekend en gedagtekend zijn. Als het stuk niet is ondertekend of gedagtekend, dan kan dat later nog worden hersteld. Zolang uiteindelijk maar duidelijk is wie, wanneer het geschrift heeft opgesteld.
  4. Als er gebruik wordt gemaakt van verklaringen uit een strafdossier dan dient de desbetreffende verklaring geciteerd te worden zodat duidelijk is wat er in de verklaring staat opgenomen.
  5. Als er vragen of twijfels zijn over de bestuurlijke rapportage al dan niet na een ingediende zienswijze/bezwaarschift, verdient het de voorkeur om een aanvullende rapportage te vragen waarbij dan specifiek wordt verzocht om in ieder geval op de desbetreffende vraag in te gaan.

Nog vragen?

Sluiting van panden en woningen worden wekelijks beoordeeld in uitspraken. Heeft u vragen over de toepassing van deze bevoegdheid, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met één van onze specialisten overheidsrecht stellen.