Blogs

AVG: hoe ver gaat het recht om vergeten te worden?

03/10/19 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

In een reeks blogs vertel ik u meer over de rechten van betrokkenen onder de AVG. In het vorige blog ging het over het recht op inzage. In dit blog vertel ik u aan de hand van recente rechtspraak meer over het recht om vergeten te worden. Hoe ver gaat dit recht?

Het recht om vergeten te worden

Het recht om vergeten te worden is geregeld in artikel 17 van de AVG. In de AVG wordt dit recht ook wel ‘het recht op gegevenswissing’ of ‘het recht op vergetelheid’ genoemd. Het artikel 17 geeft zes situaties waarin een betrokkene een organisatie (de ‘verwerkingsverantwoordelijke’) mag vragen zijn persoonsgegevens te wissen:

  • Het bewaren van de persoonsgegevens is niet langer nodig voor het doel waarvoor zij zijn verwerkt.
  • De betrokkene trekt zijn toestemming voor de verwerking in en er is geen andere rechtsgrond voor de verwerking.
  • De betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking.
  • De persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt.
  • Er is een wettelijke plicht om de gegevens te wissen.
  • De organisatie heeft de persoonsgegevens van een kind jonger dan 16 jaar verwerkt, zonder dat de ouders daarvoor toestemming hebben gegeven.

Het derde lid van artikel 17 AVG noemt een aantal redenen voor organisaties om niet aan een dergelijk verzoek te voldoen. Zo mag een organisatie een verzoek weigeren als de verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkene nodig is voor het uitvoeren van een wettelijke taak, of voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie.

Het recht op vergetelheid versus het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie

Waar het recht op vergetelheid regelmatig ernstig knelt is bij de publicatie van persoonsgegevens op internet, en dan vooral via links in zoekmachines. Want hoe zit met persoonsgegevens die online te vinden zijn? Bijvoorbeeld omdat anderen iets over de betrokkene hebben gepubliceerd en die publicaties als links in de zoekresultaten van bijvoorbeeld Google verschijnen? Kunnen betrokkenen Google dan vragen die links te wissen?

Hoe ver gaat het recht om vergeten te worden?

In 2014 heeft het Europese Hof van Justitie daar een uitspraak over gedaan in een zaak van Google tegen Spanje (het Costeja-arrest). In die uitspraak bepaalde het Hof dat betrokkenen onder bepaalde omstandigheden inderdaad het recht hebben om links uit zoekmachines te laten verwijderen.

Bij dergelijke verzoeken zal het wel altijd sterk van de omstandigheden van het geval afhangen of de zoekmachine een verzoek om verwijdering moet honoreren. Daarbij moet de zoekmachine de rechten en belangen van de betrokkene (recht op privacy en bescherming van persoonlijke gegevens) afwegen tegen de eigen (financiële) belangen en de rechten van mensen die de zoekmachine gebruiken (recht op vrije meningsuiting en informatie).

Het internet kent geen grenzen. Of toch wel?

In een andere zaak die onlangs speelde voor hetzelfde Europese Hof van Justitie ging het om de vraag hoe ver het recht om vergeten te worden bij zoekmachines eigenlijk gaat. Moeten wereldwijde zoekmachines zoals Google de betreffende zoekresultaten ook wereldwijd verwijderen? Het antwoord daarop is ‘nee’.

Het Europees Hof oordeelde dat zoekmachines, als zij over (moeten) gaan tot het verwijderen van links, niet verplicht zijn om die links te verwijderen in alle extensies van hun zoekmachine. Komt het verzoek uit Europa? Dan moeten zij de links in alle Europese extensies van de zoekmachine (zoals google.nl, google.fr, google.be) wissen. Op alle extensies buiten Europa (zoals google.com of google.ca) mogen de links wel in de zoekresultaten blijven verschijnen.

Het Europees Hof overweegt in de uitspraak dat het recht op privacy geen absoluut recht is. Het evenwicht tussen het recht op privacy en de bescherming van persoonlijke gegevens van betrokken enerzijds en de vrijheid van informatie van internetgebruikers anderzijds verschilt over de hele wereld namelijk aanzienlijk. Het is dan juridisch gezien niet wenselijk om de (strenge) Europese normen aan de rest van de wereld op te leggen. De rest van de wereld mag hiervoor eigen wetten en regels opstellen. Dit noemen we het territorialiteitsbeginsel.

Deze uitspraak betekent dus dat het recht om vergeten te worden relatief is. Voor betrokkenen die internationaal bekend zijn of werken en zoekresultaten hebben laten verwijderen kan dit erg frustrerend zijn. Mensen uit Shanghai, Sydney, São Paulo, New York of elke andere plaats buiten Europa, die een niet Europese versie van een zoekmachine gebruiken, krijgen de in Europa verwijderde zoekresultaten immers nog steeds te zien. Juridisch gezien is dit echter logisch, gelet op het territorialiteitsbeginsel. Het internet kent dan wel geen grenzen, maar het recht (nog) wel.

Overigens bepaalde het Europees Hof wel dat zoekmachines maatregelen moeten nemen om mensen te ontmoedigen om vanuit een van de lidstaten toegang te krijgen tot de resultaten van een van de niet-Europese versies van de zoekmachine. Wellicht is dat voor sommige betrokkenen een schrale troost.

Vragen?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Of wilt u persoonsgegevens of zoekresultaten uit zoekmachines laten verwijderen? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten privacyrecht. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.

Lees ook:

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs