Blogs

AVG en het recht van bezwaar

31/10/19 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

In een reeks blogs vertel ik u meer over de rechten van betrokkenen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In dit blog vertel ik u meer over het recht van bezwaar. Wat houdt dit recht precies in? En met welke verplichtingen moeten organisaties rekening houden?

Wat is het recht van bezwaar?

Het recht van bezwaar is het recht van een betrokkene om bezwaar te maken tegen het verwerken, ofwel het gebruiken van zijn persoonsgegevens. Dit recht is vastgelegd in artikel 21 van de AVG.

Een betrokkene heeft in twee gevallen recht van bezwaar:

  • Als de organisatie zijn persoonsgegevens gebruikt voor direct marketing of voor profilering voor direct marketingdoeleinden.
  • Vanwege zijn specifieke situatie. Dit kan alleen als de organisatie die persoonsgegevens verwerkt op grond van een taak van algemeen belang of op grond van een gerechtvaardigd belang. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) noemt hierbij als voorbeeld dat een betrokkene heeft meegedaan aan een medisch onderzoek en er later achter komt dat een kennis als onderzoeker bij dat centrum werkt.

Het recht van bezwaar: verplichtingen van een organisatie

Zoals u in mijn eerdere blogs heeft kunnen lezen, moet iedere organisatie betrokkenen in staat stellen om hun rechten onder de AVG uit te oefenen. Zo moet het voor betrokkenen onder meer mogelijk zijn contact op te nemen over de inzage in en het verwijderen, wijzigen of overdragen van hun persoonsgegevens.

Voor het recht van bezwaar bepaalt artikel 21 dat dit recht uiterlijk op het moment van het eerste contact met de betrokkene uitdrukkelijk onder zijn aandacht moet worden gebracht én dat deze informatie duidelijk en gescheiden van andere informatie moet worden weergegeven.

Maakt een betrokkene bezwaar tegen het gebruik van zijn persoonsgegevens? Dan moet de organisatie binnen een maand op dit verzoek reageren.

Uitzonderingen op het recht van bezwaar

Uit artikel 21 AVG blijkt dat als een betrokkene bezwaar maakt tegen het gebruik van zijn persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden, de organisatie de verwerking dan altijd moet staken. De organisatie mag in dat geval ook niet vragen waarom de betrokkene bezwaar maakt.

Is er geen sprake van direct marketing, maar maakt de betrokkene bezwaar vanwege zijn specifieke situatie? Dan moet de organisatie de verwerking in principe staken, behalve als de organisatie ‘dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking aanvoert die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene of die verband houden met de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering’. Met andere woorden: heeft de organisatie goede redenen voor de verwerking én wegen die redenen zwaarder dan de belangen van de betrokkene? Of zijn de gegevens nodig in verband met een rechtsvordering, bijvoorbeeld omdat er een verzoek bij de rechtbank moet worden ingediend? Dan mag de organisatie de persoonsgegevens blijven verwerken. De organisatie moet de betrokkene dan wel laten weten waarom zij de verwerking niet staakt.

Let op: is niet direct duidelijk wat zwaarder weegt, het belang van de organisatie of dat van de betrokkene? En moet dit worden uitgezocht? Dan kan de betrokkene de organisatie op grond van artikel 18 AVG verzoeken een beperking op de verwerking in te stellen. Over dit recht op beperking vertel ik u in mijn volgende blog meer.

Vragen?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met een van onze advocaten privacyrecht.

Lees ook:

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs