Blogs

ZZP-wetgeving: wat is de stand van zaken?

26/01/18 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) groeit nog steeds. Volgens cijfers van het CBS zijn er inmiddels ruim 1 miljoen zzp’ers in Nederland. Voor u als opdrachtgever is het van belang om te weten of de zzp’er als ondernemer of als werknemer in loondienst door de Belastingdienst wordt aangemerkt. Immers, als de zzp’er in feite een werknemer in loondienst is, kunt u ineens verplicht zijn tot betaling van loonheffingen en krijgt u wellicht een naheffing.

Wet DBA en wat voorafging

Aanvankelijk bood de Verklaring arbeidsrelatie (‘VAR’) duidelijkheid. De VAR is per 1 mei 2016 vervangen door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (‘Wet DBA’). Door de invoering van deze nieuwe wet is de modelovereenkomst geïntroduceerd, met als doel een betere controle op de werkrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er. De Wet DBA is niet goed van de grond gekomen en werkte juist averechts. Met name aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt is nog steeds sprake van schijnzelfstandigheid (zzp’ers die gezien worden als werknemers in loondienst). Ook volgens het Regeerakkoord heeft de Wet DBA in plaats van de gewenste duidelijkheid juist onrust gebracht. De Wet DBA wordt in ieder geval tot 1 juli 2018 niet gehandhaafd door de Belastingdienst. Alleen voor kwaadwillenden zullen nog eventuele boetes worden opgelegd.

Nieuwe ZZP-wet

Het kabinet streeft ernaar op 1 januari 2020 de Wet DBA te vervangen. Er zullen wel tussentijdse maatregelen worden genomen volgens minister Koolmees. De regering wil door het invoeren van een ‘opdrachtgeversverklaring’ en het indelen van zzp’ers in categorieën de opdrachtgever zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid voorkomen. Op dit moment zijn de drie categorieën als volgt:

  1. Een zzp’er die werkzaamheden verricht onder het lage tarief met loonkosten tot 125% van het wettelijk minimumloon (vermoedelijk € 15,– tot € 18,– per uur) in combinatie met een langere duur van de overeenkomst is werkzaam op grond van een arbeidsovereenkomst.
  2. Voor zzp’ers die boven het lage tarief vallen, komt een ‘opdrachtgeversverklaring’. Dit geeft opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van zzp’ers. De verklaring wordt door de Belastingdienst afgegeven na het invullen van een webmodule.
  3. Aan de bovenkant van de markt wordt voor zzp’ers met een hoog tarief (boven de € 75,– per uur) in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd.

Verder gaat het kabinet de mogelijkheden onderzoeken voor een hogere verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid bij zzp’ers en verkennen of en hoe zzp’ers een eigen plek kunnen krijgen in het burgerlijk wetboek.

Woensdag 24 januari jl. zijn op verzoek van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betrokken partijen zoals zzp-organisaties, vakbonden en werkgevers bijeen gekomen om van gedachten te wisselen over een nieuw beleid. Tijdens dit overleg is gebleken dat de standpunten nog ver uiteen liggen, mede omdat zzp’ers in allerlei verschillende branches werkzaam zijn.

Het duurt dus nog wel even voordat er duidelijkheid komt. Voor boetes hoeven opdrachtgevers en zzp’ers voorlopig dan ook niet te vrezen. Bovendien wordt na de invoering van de nieuwe wetgeving maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid gehanteerd door de Belastingdienst.

Als u over dit onderwerp vragen heeft, kunt contact opnemen met Wiebe Hovingh of Rosanne Gorter.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs