Blogs

Woningsluiting op basis van artikel 13b Opiumwet is niet altijd een goed idee

01/06/17 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 7 minuten

Bestuursrechtelijk optreden tegen hennepplantages of locaties waar MDMA wordt gemaakt komt vaak voor. De burgemeester is op basis van artikel 13b Opiumwet bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen als in woningen of op erven verboden middelen worden aangetroffen. De afgelopen week is woningsluiting drie keer aan de orde geweest bij verzoeken om voorlopige voorziening  bij voorzieningenrechters. Omdat in twee van de drie zaken het verzoek is toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning is geschorst, is het goed om na te gaan waarom de verzoeken zijn toegewezen.

Sluiting van woonwagens

De bevoegdheid om een woning te sluiten strekt zich ook uit tot woonwagens. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 22 mei 2017 in twee voorlopige voorzieningprocedures uitspraak gedaan. Uit de uitspraken volgt dat de twee zaken gelijktijdig ter zitting zijn behandeld en daaruit leid ik af dat zij samenhangen.

Schuur met 45 hennepplanten

Uit de eerste uitspraak blijkt dat in een schuur die hoort bij een woonwagen een hennepplantage met 45 planten is aangetroffen.  De burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht besluit in afwijking van zijn Beleidsregels 13b Opiumwet niet eerst een waarschuwing te geven, maar direct tot sluiting van de woonwagen over te gaan. De burgemeester vindt dat de 45 hennepplanten een handelshoeveelheid zijn en dat er een indicatie is dat in ieder geval drie eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. Ook is sprake van diefstal van elektriciteit voor de plantage, wat volgens de burgemeester de directe sluiting rechtvaardigt.

Gemotiveerd afwijken van beleid

De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij afwijkt van zijn beleid. De inzet van 13b Opiumwet is pas aan de orde als sprake is van een handelshoeveelheid. In de Beleidsregels 13b Opiumwet is ervoor gekozen om in een dergelijk geval eerst schriftelijk te waarschuwen. Andere omstandigheden, bijvoorbeeld dat de woonwagen bekent staat als drugspand, of dat sprake is van overlast, heeft de burgemeester niet genoemd. Omdat niet voldoende is gemotiveerd waarom wordt afgeweken van de Beleidsregels, wordt het verzoek om schorsing toegewezen.

Functioneel / feitelijk verband

De schuur met de planten staat bij vijf woonwagens. Om de schuur te bereiken, hoeft een persoon niet door de woonwagen te gaan, de schuur waarin de planten staan hoort contractueel wel bij de woonwagen die is gesloten. Dat is echter onvoldoende om ook de woning te sluiten.  Dan moet vaststaan dat ook de woning een rol speelt bij de handel/productie. Omdat niet is gemotiveerd dat dat het geval is, zal de burgemeester alsnog moeten motiveren waarom ook de woonwagen gesloten moet worden. Volgens de voorzieningenrechter is dat geen eenvoudige opgave.

Schuur met 110 planten

Ook in de tweede zaak van 22 mei 2017 is naast de schuur met 110 hennepplanten ook de woonwagen gesloten. Ook hier is niet eerst gewaarschuwd maar is direct tot sluiting over gegaan in afwijking van het beleid. De overwegingen van de voorzieningenrechter zijn hierover gelijk: onvoldoende is gemotiveerd waarom is afgeweken van het beleid en ook waarom ook de woonwagen moet worden gesloten. Een aspect waarop deze uitspraak afwijkt van de eerste zaak, is dat in dit geval in de te sluiten woonwagen 3 kinderen (7, 4 en 2 jaar oud) wonen samen met hun moeder. De burgemeester heeft de belangen van de kinderen onvoldoende betrokken bij het besluit om de woonwagen te sluiten en heeft zich ook onvoldoende om hen bekommert. Als de burgemeester een passend alternatief zou hebben aangeboden, bijvoorbeeld een plaats op een vakantiepark of dat via Funda op de reguliere woningmarkt geschikte woningen beschikbaar zijn voor de duur van de sluiting, dan zou de voorzieningenrechter wellicht anders hebben geoordeeld. De Afdeling vindt dan dat in dat de belangen van het gezin en de gevolgen van de sluiting voldoende bij het besluit zijn betrokken, zo blijkt uit de uitspraak van 22 mei 2017.

Perceel met 130 gram MDMA

De voorzieningenrechter Oost-Brabant wijst op 30 mei 2017 het verzoek om voorlopige voorziening af. Hier heeft de burgemeester van Heeze-Leende ex artikel 13b Opiumwet  een heel erf gesloten, met daarop onder meer een woning, loods, machineberging, caravanstalling en een witte vrachtwagenoplegger. In de Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b van de Opiumwet staat dat bij een eerste overtreding voor zes maanden de lokalen en erven worden gesloten als sprake is van harddrugs. De burgemeester mag tot sluiting overgaan, omdat deugdelijk en inzichtelijk is gemotiveerd waarom het hele erf is gesloten. Uit onderzoek blijkt dat op het perceel sprake is geweest van zeer grootschalige vervaardiging van amfetamine en MDMA. Omdat vanuit een meterkast alle opstallen illegaal van stroom werden voorzien (ook de woning) is sprake van een functionele eenheid en mag het hele perceel worden gesloten. Aan dit perceel dat in de hitserie Breaking Bad had kunnen figureren, is ook de nodige aandacht besteed in de media.

Belangen afwegen

Uit de uitspraken volgt dat de Beleidsregels nauwgezet worden bestudeerd. Wordt daarvan afgeweken, dan moet dat goed worden gemotiveerd. Bijzondere omstandigheden en specifieke belangen spelen een grote rol bij de vraag of in een concreet geval tot sluiting van het erf of de woning kan worden overgegaan. Wordt drugs aangetroffen in een schuur dan moet sprake zijn van een functionele eenheid wil de burgemeester rechtmatig de bij de schuur behorende woning kunnen sluiten. Een enkele huurovereenkomst volstaat niet, maar een erf waarbij alle opstallen illegaal vanuit een meterkast elektriciteit gebruiken kan wel leiden tot een functionele eenheid.

Heeft u vragen over sluiting van een woning of erf op basis van artikel 13b Opiumwet, neem dan contact op met een van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs