Belangen van kinderen vs. de belangen van een verhuurder: wegen de belangen van kinderen zwaarder bij ontruimingszaken?

Blog

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de betekenis van artikel 3 lid 1 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) bij vorderingen tot ontruiming van woonruimte waarin ook minderjarige kinderen verblijven. De Hoge Raad maakt in dit arrest duidelijk dat het belang van het kind niet doorslaggevend is, maar wel een bijzonder gewicht heeft in de belangenafweging.

De rechter moet zo nodig ambtshalve onderzoeken of een ontruiming gevolgen heeft voor minderjarige kinderen, wat in hun belang is en of alternatieve huisvesting noodzakelijk is. Daarbij is de rechter afhankelijk van de informatie die partijen aanleveren. Om het zoeken naar vervangende woonruimte mogelijk te maken, kan de rechter bijvoorbeeld een langere ontruimingstermijn bepalen of de beslissing aanhouden. Tegelijkertijd benadrukt de Hoge Raad dat de verhuurder niet verplicht is om in alternatieve huisvesting te voorzien en dat een ontruiming in sommige gevallen urgent kan zijn. Uiteindelijk is het aan de rechter om in elke individuele ontruimingszaak te bepalen welke belangen het zwaarst wegen.

 Feiten en omstandigheden

Stichting Ymere (hierna: ‘Ymere’) verhuurt sinds 1 oktober 2023 een woning aan een stel met twee minderjarige kinderen. In de algemene voorwaarden is – zoals gebruikelijk – onder meer bepaald dat de huurder geen overlast mag veroorzaken en geen Opiumwet-activiteiten vanuit de woning mag verrichten; bij overtreding geldt een boeteclausule.

Wat gebeurt er vervolgens?

  • Er zijn klachten van buren over geluidsoverlast en een wietlucht.
  • De politie krijgt informatie dat vanuit de woning vuurwapens en munitie te koop worden aangeboden.
  • Bij een doorzoeking in januari 2024 worden harddrugs en munitie in de woning gevonden en een doorgeladen vuurwapen in een auto voor de deur; de man wordt aangehouden.
  • De burgemeester overweegt sluiting ex art. 13b Opiumwet, maar ziet daar – in het belang van de minderjarigen – vanaf en legt de man een last onder dwangsom op.
  • In april 2024 volgt opnieuw een doorzoeking; er worden hasj, hennep en illegale munitie aangetroffen en ook de vrouw wordt aangehouden.

In kort geding vordert Ymere dan ook – wegens diverse tekortkomingen – ontruiming vanwege overlast, drugs en wapenbezit. In de woning wonen ook minderjarige kinderen. De rechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over artikel 3 IVRK. Deze bepaling schrijft voor dat de belangen van het kind de eerste overweging vormen bij alle maatregelen die kinderen betreffen.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad verduidelijkt in deze prejudiciële beslissing hoe artikel 3 lid 1 IVRK moet worden toegepast bij een vordering tot ontruiming van een woning waarin minderjarige kinderen wonen. Een dergelijke ontruiming kwalificeert als een ‘maatregel betreffende kinderen’, zodat het belang van het kind daarbij een centrale rol moet spelen.

Volgens de Hoge Raad betekent dit dat de belangen van de betrokken kinderen bij de beoordeling van een ontruimingsvordering als eerste overweging in aanmerking moeten worden genomen. De belangen zijn daarbij niet doorslaggevend, maar hebben wel een bijzonder gewicht. Dat houdt in dat het belang van het kind een bijzonder en zwaar gewicht heeft ten opzichte van andere belangen. Dit betekent echter niet dat het belang van het kind altijd de doorslag geeft of dat een ontruiming waarbij kinderen betrokken zijn per definitie moet worden afgewezen. Het IVRK verlangt wel een zorgvuldige en expliciete belangenafweging, waarin duidelijk wordt gemaakt hoe het belang van het kind is meegewogen. De rechter moet concreet in kaart brengen of, en op welke wijze, de ontruiming de kinderen raakt.

In ontruimingszaken vindt de belangenafweging plaats in het kader van de beoordeling van het beroep op ontbinding van de huurovereenkomst: een vorm van indirecte werking, waarbij de rechter het gewicht van de betrokken belangen kan en moet bepalen. De Hoge Raad kan daarbij maar beperkt richting geven. Zo overweegt hij dat het verwijtbare gedrag van de ouders de belangen van de kinderen niet relativeert en dat de beschikbaarheid van alternatieve huisvesting voor ouders en kinderen een belangrijk gezichtspunt is. Ook noemt hij andere belangen, zoals dat van omwonenden bij een leefbare en veilige omgeving. Geen van deze belangen geeft zonder meer de doorslag, ook niet het belang van het kind. De rechter moet deze belangen afwegen en deze afweging in zijn uitspraak motiveren.

Het slot van de uitspraak geeft iets meer richting, met name over de instrumenten die de rechter kan benutten. Wat de rol van de rechter betreft, oordeelt de Hoge Raad dat deze zo nodig ambtshalve moet onderzoeken of kinderen door de ontruiming worden getroffen, wat in hun belang is en of alternatieve woonruimte voorhanden is. De rechter mag partijen daarover vragen stellen en gebruikmaken van zijn instructiebevoegdheden. Hij is hierbij wel afhankelijk van de informatie die partijen verstrekken; het is niet zijn taak om contact te leggen met de gemeente of hulpverleningsinstanties.

Ten slotte maakt de Hoge Raad duidelijk dat de rechter, indien hij de ontruiming toewijst, ruimte heeft om maatwerk te leveren. Zo kan hij een langere ontruimingstermijn hanteren, de beslissing tijdelijk aanhouden of – in uitzonderlijke gevallen – de ontruiming verbinden aan de voorwaarde dat eerst adequate opvang voor de kinderen beschikbaar is. Daarbij moet steeds een evenwicht worden gevonden tussen het belang van het kind en het belang en de urgentie van de ontruiming voor de verhuurder. De Hoge Raad benadrukt wel dat de verhuurder niet in alternatieve huisvesting hoeft te voorzien en dat een ontruiming urgent kan zijn

Conclusie

Wegen de belangen van kinderen zwaarder bij ontruimingszaken? Nee, niet per definitie. De belangen van het kind vormen een eerste overweging, maar zijn niet doorslaggevend. Het is aan de rechter om in iedere individuele ontruimingszaak te bepalen welke belangen het zwaarst wegen. De rechter zal alle belangen van partijen moeten afwegen en die afweging in zijn uitspraak moeten motiveren.

Heeft u (als verhuurder of huurder) te maken met een (dreigende) ontruiming en spelen de belangen van kinderen een rol? Neem gerust contact op met één van onze advocaten.