Verhuizing noodzakelijk door letselschade: hoe zit het met de meerkosten van de nieuwe woning?

02/12/21 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 5 minuten

Als u door een ongeval ernstig letsel heeft opgelopen, is het mogelijk dat de ‘normale’ dingen niet meer gaan. Zo kan traplopen of het gebruik van douche en toilet moeilijk of onmogelijk zijn geworden. Op zich al erg genoeg, maar wat nu als uw woning hierop niet kan worden aangepast en u noodgedwongen moet verhuizen?

Komen de meerkosten van een duurdere woning dan ook voor vergoeding in aanmerking? En moet het vermogensvoordeel dat dit oplevert worden verrekend met de overige schade? Over deze vragen moest de rechtbank Midden-Nederland zich onlangs uitlaten.

Hoge dwarslaesie

In deze zaak had het slachtoffer als gevolg van een verkeersongeval een hoge dwarslaesie opgelopen. Op het moment van het ongeval stond zij op het punt om te verhuizen naar een nieuwe woning. Deze woning was niet meer geschikt en kon ook niet worden aangepast. Het slachtoffer moest dus op zoek naar een passende woning. Na een aantal maanden vond zij een geschikte (gelijkvloerse) woning. De WAM-verzekeraar van de aansprakelijke partij stelde daarvoor een voorschot van € 400.000 ter beschikking om de woning aan te kopen.

De nieuwe woning was echter een stuk duurder dan de eerder gekochte woning. Partijen waardeerden dit verschil op een bedrag van € 305.000. Maar zij verschilden van mening hoe met dit bedrag bij de verdere schadeafwikkeling moest worden omgegaan. Het slachtoffer vond dat deze meerkosten volledig voor vergoeding in aanmerking moesten komen. Het doel van deze meerkosten lag immers in het realiseren van een menswaardig bestaan voor het slachtoffer. De aansprakelijke WAM-verzekeraar stelde zich op het standpunt dat dit bedrag, dat een waardestijging van het vermogen van het slachtoffer inhield, moest worden verrekend met de rest van de schade.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelde voorop dat de schade van het slachtoffer volledig door de aansprakelijke WAM-verzekeraar moest worden vergoed. Het is immers vaste rechtspraak dat een slachtoffer in de situatie moet worden gebracht die zoveel mogelijk vergelijkbaar is met de situatie zoals die zou zijn geweest als het ongeval niet zou zijn gebeurd.

Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het slachtoffer in deze zaak niet in staat was om de nieuwe woning zelf te betalen. Zonder hulp van de WAM-verzekeraar zou het voor haar onmogelijk zijn geweest om een aan haar handicaps aangepaste woning te kopen. De rechtbank was dus met het slachtoffer van mening dat de meerprijs van € 305.000 gelabeld moest worden als ‘schade’.

De vraag die de rechtbank daarna moest beantwoorden, was de vraag of het wonen in en het bezit van een duurder huis als ‘verrekenbaar voordeel’ gezien moest worden, als bedoeld in artikel 6:100 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel staat dat als een gebeurtenis behalve schade ook voordeel voor een benadeelde heeft opgeleverd, dat voordeel – voor zover dat redelijk is – bij de vaststelling van de schadevergoeding meegenomen moet worden.

De rechtbank oordeelde eerst dat het wonen in een grotere en duurdere woning geen voordeel opleverde voor het slachtoffer. Op deze manier werd zij juist in staat gesteld om zo veel mogelijk te leven en wonen zoals zij deed voor het ongeval. Zou zij niet in dit huis kunnen wonen? Dan zou zij daarmee haar schade niet volledig vergoed krijgen, aldus de rechtbank.

Vervolgens kwam de eigendom van het duurdere huis aan de orde. Daarover oordeelde de rechtbank dat dit zou kunnen leiden tot voordeel, maar dat dit voordeel zich pas voordoet bij verkoop van het huis. Of dit in deze zaak daadwerkelijk zou gebeuren was voor de rechtbank niet te zeggen. De huizenprijzen fluctueren immers en onduidelijk is wanneer het slachtoffer de woning zou gaan verkopen. Volgens de rechtbank kon dus niet gezegd worden welk voordeel het slachtoffer uiteindelijk zou genieten. Bovendien zou het slachtoffer, als een eventuele vermogensvermeerdering nu zou worden verrekend met de schadevergoeding, de woning alsnog niet kunnen financieren. Daarmee zou zij haar schade alsnog niet volledig vergoed krijgen. Daarom was de verrekening van eventueel voordeel in verband met de toename van het vermogen van het slachtoffer niet redelijk, aldus de rechtbank.

Andere opties?

Tot slot gaf de rechtbank nog aan dat er ook andere opties waren voor de WAM-verzekeraar. De verzekeraar had voor de aankoop van het huis ook een renteloze geldlening kunnen verstrekken of een garantstelling kunnen afgeven ten behoeve van een hypotheekverstrekker. Nu daarvan in deze zaak geen gebruik is gemaakt, moest het ter beschikking gestelde bedrag worden aangemerkt als schade en kwam het niet voor verrekening in aanmerking.

Kosteloze bijstand

Bent u het slachtoffer geworden van een bedrijfsongeval, verkeersongeval of een ander schade-incident en lijdt u daardoor schade? Dan kunt u een kosteloze afspraak met onze letselschade advocaten inplannen. Als iemand anders voor uw schade aansprakelijk is (dat is in de meeste zaken het geval), dan zijn de kosten van een letselschade advocaat te verhalen en is de bijstand voor u gratis.