Blogs

Retentierecht: hoe zit het ook alweer?

16/05/13 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

De bouw wordt geplaagd door veel faillissementen. Een retentierecht kan voor een aannemer een sterk voorrecht opleveren om te worden voldaan boven andere schuldeisers. Er leven in de praktijk een aantal misverstanden over het retentierecht. Daarom is het goed dat nog eens onder de loep te nemen.

Het belangrijkste kenmerk van de overeenkomst van aanneming en een belangrijk moment in het bouwproces, is de oplevering. Door middel van de oplevering wordt het werk aan de opdrachtgever ter beschikking gesteld. Tot de oplevering oefent de aannemer de macht over het werk uit. Onder bepaalde omstandigheden komt de aannemer een retentierecht toe: hij houdt de op te leveren zaak dan achter vanwege een opeisbare vordering op zijn opdrachtgever.

Er zijn twee eisen voor het geldig uitoefenen van een retentierecht. Er moet een plicht bestaan om een zaak af te geven, bijvoorbeeld een bouwwerk. Deze verplichting wordt opgeschort indien de aannemer een opeisbare vordering op zijn opdrachtgever heeft.

Het derde belangrijke vereiste is het uitoefenen van de feitelijke macht door de aannemer, zodat afgifte van de zaak nodig is. Deze feitelijke macht moet een normaal gevolg zijn van de overeenkomst van aanneming. De aannemer mag de feitelijke macht niet ‘eigenmachtig’ construeren. Dat betekent dat de aannemer feitelijk nog bezig moet zijn met het werk; een aannemer kan niet zijn personeel terugroepen en dan geldig een retentierecht inroepen. Hij heeft dan de feitelijke macht niet meer. Het retentierecht kan onder omstandigheden ook tegen derden met een ouder recht worden ingeroepen (bijvoorbeeld een hypotheekhouder).

In de praktijk gebeurt het uitoefenen van het retentierecht door de sleutels niet af te geven en hekken om de onroerende zaak neer te zetten en daarop borden te plaatsen waarop wordt aangegeven dat het retentierecht wordt uitgeoefend. Het plaatsen van dergelijke borden heeft alleen zin tegen een derde die een later recht verkrijgt; voor een retentierecht tegenover de opdrachtgever is de feitelijke macht voldoende. Om ieder risico te voorkomen, is het plaatsen van borden wel aan te bevelen. Inschrijving in de openbare registers (kadaster) komt vaak voor, maar is niet nodig en volgens de Hoge Raad zelfs niet mogelijk!

Het retentierecht creëert een voorrecht op de zaak, boven alle andere schuldeisers. Daarbij wordt één aspect vaak over het hoofd gezien. Er moet wel een procedure worden gevoerd door de aannemer, die zich vervolgens op de achtergehouden zaak (het werk) kan verhalen. Het retentierecht zelf is een opschortingsrecht, dat geeft de aannemer verder nog geen bevoegdheid. Als de aannemer geen toewijzend vonnis verkrijgt op zijn opdrachtgever, vist hij uiteindelijk achter het net. Tot slot: het retentierecht is, als aan alle voorwaarden wordt voldaan, bestand tegen faillissement. De curator kan de zaak opeisen en verkopen, met inachtneming van het voorrecht, of de aannemer voldoen en de macht over de zaak terugkrijgen. Als de curator beide niet wil of zich niet binnen een redelijke termijn uitspreekt voor een van beiden, krijgt degene met een geldig retentierecht zelfs een recht van parate executie. Dat kan dan zonder een procedure te hoeven voeren.
Een retentierecht geeft een sterke positie, die de aannemer zelfs nog kan baten bij een faillissement van zijn opdrachtgever. Voor een geldig beroep moet aan een aantal eisen worden voldaan, die goed moeten worden bekeken. Tot slot zal de aannemer zonodig een procedure moeten starten om zijn vordering (op de achtergehouden zaak) te kunnen verhalen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs