Openbare groenvoorziening of servicekosten?

Blog

Kosten die door de verhuurder gemaakt moeten worden voor het bijhouden van groenvoorzieningen kunnen aan de huurder als servicekosten worden doorbelast als de betreffende groenvoorziening min of meer exclusief aan de huurder ter beschikking staat. In deze zaak ging het om de vraag of van een zodanige groenvoorziening sprake is of dat “slechts” sprake is van openbaar groen.

De feiten

Eind oktober heeft de rechtbank Oost-Brabant een interessant vonnis gewezen. In de betreffende procedure ging het om een zaak waarin het volgende speelde. Een huurder had bezwaar gemaakt tegen het in rekening brengen door de verhuurder van servicekosten. De huurder had bezwaar aangetekend, omdat door middel van die servicekosten onderhoud voor de gemeenschappelijke tuin (het betrof een appartementen­complex) in rekening werd gebracht. De huurder gaf aan dat het in rekening brengen van servicekosten niet mocht omdat de tuin geen exclusief karakter had voor de huurders. Volgens de huurder betrof de tuin “slechts” openbaar groen.

Juridisch kader

Het beantwoorden van de vraag of onderhoudskosten voor een gemeenschappelijke tuin aan huurders in rekening mag worden gebracht of dat dit niet mag omdat het openbaar groen betreft, is interessant. Het startpunt van het beantwoorden van die vraag is geweest de zogenaamde “Tuinstadarresten”. Die arresten waren een uitvloeisel van discussies tussen woningbouwverenigingen en hun huurders in de tuinsteden van Amsterdam. Daarin voerden de betreffende huurders aan dat de kosten die door de woningbouwverenigingen aan de huurders in rekening werden gebracht voor het onderhoud van tussen de betreffende flats gelegen plantsoenen, niet in rekening mochten worden gebracht aan de huurders, omdat het openbare groenvoorzieningen betrof en niet een groenvoorziening die exclusief door de huurders gebruikt kon worden.

De uitspraak

De onderhavige uitspraak ligt ook op dat snijvlak. De rechter moest in de procedure vaststellen of het openbaar groen betrof of dat het een groenvoorziening betrof waaraan de huurders het exclusieve genot konden ontlenen waardoor ze daarvoor moesten betalen. Het feitencomplex dat aan de uitspraak ten grondslag ligt, laat zien dat de groenvoorziening waarin het in deze zaak om ging, zowel karaktertrekken vertoonde van openbaar groen als van exclusief groen en dat het voor het oordeel van de rechter aankomt op het beoordelen van alle omstandigheden van het geval. De rechter oordeelt uiteindelijk dat het overwegend om besloten groen ging en de betreffende servicekosten dus wel degelijk door de woningstichting aan de huurder in rekening mochten worden gebracht.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.