Blogs

Geiten in de wei, iedereen blij?

28/03/19 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Op grond van een geitenstop is het sinds 2017 verboden om geitenhouderijen te beginnen of uit te breiden. Vier geitenhouders in Gelderland houden toch geiten, zonder de benodigde omgevingsvergunningen. Moeten de geitenhouders de geiten nu verwijderen? De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland geeft op 19 maart 2019 antwoord op deze vraag.

Wat was er aan de hand?

Bij besluiten van 13 en 14 februari 2019 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van drie gemeenten vier verschillende geitenhouders bevolen om alle geiten van hun bedrijf te verwijderen. De vier geitenhouders, allen gevestigd in Gelderland, beschikken namelijk niet over de benodigde omgevingsvergunningen. Door het niet hebben van de vereiste vergunningen overtreden de geitenhouders de wet. De geitenhouders dienen binnen drie weken te voldoen aan de verwijderingsbesluiten, op straffe van een dwangsom.

Tegen deze besluiten hebben de geitenhouders bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Gemeenten bevoegd tot handhaven?

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeenten bevoegd zijn om handhavend op te treden. De geitenhouders houden namelijk geiten zonder de benodigde omgevingsvergunningen. Daarnaast is de overtreding niet meer te legaliseren. Sinds eind augustus 2017 kan op grond van de Omgevingsverordering Gelderland geen omgevingsvergunning meer worden verleend voor het houden van geiten. Het is sindsdien verboden om nieuwe geitenhouderijen te vestigen of om bestaande houderijen uit te breiden.

Voorzieningenprocedure ongeschikt

De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen aanknopingspunten zijn dat de door het college genomen besluiten onrechtmatig zijn. De geitenhouders hebben de voorzieningenrechter ook gevraagd om te oordelen of de Omgevingsverordening Gelderland – waarin staat dat het verboden is om geitenhouderijen nieuw te vestigen of uit te breiden – onrechtmatig is. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de voorzieningenprocedure niet geschikt is om daarover te beslissen, gezien het voorlopige karakter van de procedure.

Dit heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter in deze voorzieningenprocedure niet met zekerheid kan oordelen of de aan de geitenhouders opgelegde maatregelen geheel rechtmatig zijn. In plaats van de rechtmatigheid van de opgelegde besluiten te toetsen, beperkt de voorzieningenrechter zich bij de beoordeling van de verzoeken alleen tot het afwegen van de belangen van de partijen.

Belangenafweging

Uit de stukken en tijdens de zitting is gebleken dat de geitenmelkerijen uit Gelderland bokjes en vrouwelijk jongvee aanleveren aan de geitenhouders. Deze geitenmelkerijen hebben zelf niet de beschikking over de ruimte, de apparatuur en het personeel om het jongvee groot te brengen. Het besluit tot het verwijderen van de geiten leidt volgens de geitenhouders tot een probleem. Er worden in Gelderland op dit moment zoveel geiten en bokjes geboren dat het sluiten van de bedrijven van de geitenhouders in dit lammerseizoen tot acute problemen zal leiden. De bokjes en geitjes kunnen in het geval van een verbod namelijk nergens terecht. Vooral het dierenwelzijn zal onder het besluit leiden.

Tegenover deze belangen staan de belangen van de gemeenten om juist nu te handhaven. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd geraakt dat er dringende redenen zijn op grond waarvan de gemeenten nu zou moeten handhaven.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de geitenhouders zwaarder weegt dan het belang van de gemeenten om te handhaven. Dat houdt in dat de vier geitenhouders de geiten niet hoeven te verwijderen. De handhavingsbesluiten van de gemeenten worden geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissingen op bezwaar.

Conclusie

Het is voor een bestuursorgaan van belang alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te nemen en te betrekken bij een handhavingsbesluit. Deze omstandigheden kunnen er namelijk toe leiden dat een handhavingsbesluit wordt geschorst, of zelfs vernietigd, ook al heeft een handhavende bestuursorgaan juridisch legitieme gronden om tot handhaving over te gaan.
Heeft u nog vragen, dan kunt u altijd contact opnemen met onze specialisten overheidsrecht of agrarisch recht.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs