Dit zijn de regels voor dierproeven

Blog

Schenkeveld Advocaten - dierproef

Dierproeven, volgens velen moeten ze worden verboden. Maar feit is dat het in sommige gevallen verplicht is ze uit te voeren. Voor nieuwe geneesmiddelen bijvoorbeeld, en bij het testen van de veiligheid van voedsel. In dit artikel neem ik u mee in de belangrijkste regels over dierproeven.

Wet- en regelgeving dierproeven

Omdat het in sommige gevallen verplicht is om dierproeven uit te voeren, is er ook wet- en regelgeving die proefdieren beschermt: de Wet op de dierproeven (Wod) en het bijbehorende Dierproevenbesluit en de Dierproevenregeling.

Wat is een dierproef?

Een dierproef is volgens artikel 1 lid 1 van de Wod het gebruiken van een dier voor een experiment of een ander wetenschappelijk doel, waarbij het dier minimaal net zo veel pijn, leed, angst of blijvende schade heeft als bij het vakkundig inbrengen van een naald. Het maakt daarbij niet uit of er bij het dier wordt binnengedrongen en of het resultaat wel of niet bekend is.

Op grond van artikel 13 Wod moet een dierproef onder verdoving of met pijnstilling worden uitgevoerd, tenzij dat niet mogelijk is. Als een dierproef zorgt voor zwaar letsel of hevige pijn bij het dier, dan kan de dierproef niet zonder verdoving worden uitgevoerd.

Reikwijdte Wod

Artikel 1b lid 1 Wod bepaalt dat de Wod van toepassing is op dierproeven ten aanzien:

  • dieren die worden gebruikt voor wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden
  • dieren die speciaal worden gefokt zodat hun organen of weefsels voor wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt

Niet ieder dier wordt beschermd door de Wod. De wet is volgens artikel 1b lid 5 Wod van toepassing op dierproeven bij levende, niet menselijke, gewervelde dieren. Daar vallen ook larven die zichzelf kunnen voeden en foetussen van zoogdieren onder. De wet is ook van toepassing op levende koppotigen, dit zijn bijvoorbeeld inktvissen.

3V-beginsel

Belangrijk bij de bescherming van proefdieren is het 3V-beginsel. Dat staat voor vervanging, vermindering, verfijning. Dit beginsel wordt uitgewerkt in artikel 1d Wod.  Een dierproef mag alleen worden uitgevoerd wanneer er geen andere manier is om het resultaat te bereiken. Als er dan een dierproef uitgevoerd wordt, moeten er zo min mogelijk dieren worden gebruikt. En de dieren die gebruikt worden, moeten zo behandeld worden dat ze zo min mogelijk pijn, leed, angst en blijvende schade ervaren.

Vergunningen dierproeven

Om een dierproef uit te mogen voeren zijn twee vergunningen nodig: een instellingsvergunning en een projectvergunning. Voor het fokken van proefdieren is alleen een instellingsvergunning verplicht.

Instellingsvergunning dierproeven

Een instellingsvergunning wordt verleend door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Bij de aanvraag moeten vooral gegevens worden vermeld over de instelling en personen die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van de dieren. Bij de aanvraag moet gebruik gemaakt worden van het formulier in bijlage 1 van de Dierproevenregeling.

De vergunningsaanvraag mag op grond van artikel 5 Wod alleen worden geweigerd als er een gegronde vrees is dat de aanvrager de regels uit de Wod niet zal volgen, of als een eerdere instellingsvergunning van de aanvrager is ingetrokken.

Zijn er bij de aanvraag onjuiste gegevens vermeld? Of verandert er iets binnen de instelling met negatieve gevolgen voor het dierenwelzijn? Dan kan de instellingsvergunning op grond van artikel 7 Wod worden ingetrokken. De instellingsvergunning kan volgens datzelfde artikel ook worden ingetrokken als de vergunninghouder de Wod niet naleeft of als er een jaar lang geen dierproeven zijn uitgevoerd. Dit laatste is geen reden om een nieuwe vergunningsaanvraag te weigeren.

Projectvergunning dierproeven

Als een instelling een instellingsvergunning heeft, kan de projectvergunning worden aangevraagd. Dat moet volgens artikel 10a Wod worden gedaan bij de Centrale Commissie Dierproeven (CDD). Bij de aanvraag moeten vooral gegevens worden verstrekt over de dierproef die de aanvrager wil uitvoeren. Zo moet de aanvrager vermelden welke dieren er gebruikt worden, hoe de dieren worden gehuisvest en of de dieren pijnstilling krijgen. Ook moet de aanvrager laten zien hoe het 3V-beginsel wordt toegepast. Bij de aanvraag moet gebruik gemaakt worden van de documenten in bijlage 2 en 3 van de Dierproevenregeling.

Een projectvergunning wordt op grond van artikel 10a2 lid 1 Wod alleen verleend als de dierproef nodig of wettelijk verplicht is. Ook moet het doel van het project het gebruik van dierproeven rechtvaardigen, moeten de dierproeven zo humaan en milieuvriendelijk mogelijk zijn en moet degene die het project opzet een cursus dierproefkunde hebben afgerond.

Instantie voor Dierenwelzijn

Fokkers, leveranciers en gebruikers van proefdieren zijn op grond van artikel 14a lid 1 Wod ook verplicht om een Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) in te stellen. Op grond van artikel 7 Dierproevenregeling geldt deze verplichting niet voor kleinschalige vergunninghouders.

Ook grond van artikel 14c Wod adviseert de IvD het personeel over dierenwelzijn en de toepassing van het 3V-beginsel. Daarnaast zorgt de IvD voor goede interne procedures met betrekking tot het welzijn van de proefdieren adviseert de IvD over de adoptie van proefdieren.

Verboden dierproeven

Sinds juli 2013 is het in de Europese Unie verboden cosmetica waarop dierproeven zijn uitgevoerd op de markt te brengen. Ook is het vanaf die datum verboden op het grondgebied van de EU dierproeven met cosmetica te verrichten. Dit is bepaald in artikel 18 van Verordening 1223/2009. Nederland liep daar al ver op vooruit. Op grond van artikel 10d Wod was het al sinds februari 1997 verboden dierproeven te verrichten voor het ontwikkelen of testen van cosmetica.

Sinds november 2010 is het op grond van artikel 8 lid 3 richtlijn 2010/63/EU in de Europese Unie verboden dierproeven uit te voeren op mensapen. Ook hierin liep Nederland ver vooruit. Het was hier namelijk al sinds november 2003 verboden  mensapen te gebruiken in dierproeven. Dit verbod is opgenomen in artikel 10e Wod.

Heeft u vragen over de Wet op de dierproeven, dan kunt u contact opnemen met Annette Mak.