Medische omstandigheden leggen gewicht in de schaal bij handhaving
De tussenuitspraak die de Afdeling vandaag heeft gedaan, is interessant. Zonder vergunning zijn drie balkons gemaakt aan een woning in Den Haag. De eerder daarvoor aangevraagde vergunning is onherroepelijk geweigerd.
Het college van de gemeente Den Haag besluit vervolgens om daartegen handhavend op te treden. In beroep bij de rechtbank Den Haag blijft de beslissing op het bezwaar in stand. De overtreder gaat vervolgens in hoger beroep.
In hoger beroep krijgt de overtreder in de tussenuitspraak van vandaag vooralsnog gelijk. De Afdeling vindt dat de bijzondere omstandigheden, de medische situatie van de vrouw van de overtreder, betrokken hadden moeten worden door het college en ook de rechtbank.
Het toetsingskader: de beginselplicht
De Afdeling herhaalt in de tussenuitspraak deze uitspraak over de beginselplicht, die voortbouwt op haar Harderwijk-uitspraak.
Handhavend optreden is de norm, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dan kan handhavend optreden onevenredig zijn als er omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt, dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken.
Bijzondere omstandigheden zijn bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie, schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Ook andere persoonlijke omstandigheden kunnen meewegen. Bijzonder aan deze uitspraak is dat persoonlijke medische omstandigheden een rol spelen.
Medische verklaring
In beroep was door de overtreder een verklaring van een psychiater ingediend. Daarin stond dat de dreigende verwijdering van de balkons ernstige gevolgen heeft voor de mentale en fysieke gezondheid van de echtgenote van de overtreder. Het college en later ook de rechtbank laten dit rapport volledig buiten beschouwing.
De Afdeling vindt dat te ver gaan:
“Dreiging van het verwijderen van de overkapping/balkons en aantasting van haar leefomgeving zeer recent, onder dwang van de Gemeente heeft ernstige gevolgen voor de mentale gezondheid van patiënte, met een weerslag op haar fysieke gezondheid”. Ook staat er over eerdere verwijdering van een deel van de buitenruimtes: “Patiënte heeft als gevolg hiervan ernstige vormen van decompensatie”.
Het besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd.
Om die reden wordt het college opgedragen om met inachtneming van dit rapport alsnog het belang van de echtgenote van de overtreder gemotiveerd mee te wegen bij de vraag of handhavend optreden in dit geval niet onevenredig is.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Betrek medische omstandigheden bij handhaving
Deze uitspraak maakt duidelijk dat onderbouwde medische omstandigheden gemotiveerd moeten worden betrokken bij een handhavingsbesluit. De belangen die daarin een rol spelen, moeten kenbaar worden afgewogen.
Het is onvoldoende om te oordelen dat die omstandigheden geen aanleiding geven om het besluit te heroverwegen. Uit deze tussenuitspraak volgt de les dat bij de te maken belangenafweging die medische informatie moet worden betrokken.
Conclusie
De beginselplicht tot handhaving is en blijft het uitgangspunt. Medische of andere ingrijpende persoonlijke omstandigheden al dan niet onderbouwd, dienen te worden beoordeeld door het bestuursorgaan. Ook de beoordeling van die omstandigheden en de te maken belangenafweging dient duidelijk te blijken uit het besluit. Is dat niet het geval? Dan bestaat het risico dat die omstandigheden alsnog moeten worden betrokken in het besluit.
Wat de medische omstandigheden in deze zaak tot gevolg zullen hebben, dat is afwachten.
Heeft u vragen over handhaving of de beginselplicht? Neem contact op met de sectie omgevingsrecht van Schenkeveld Advocaten.