Blogs

Tegen welke onderdelen van het beheerplan kan beroep worden ingesteld?

22/02/18 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 8 minuten

De Habitatrichtlijn verplicht de Europese Lidstaten om instandhoudingsmaatregelen te treffen voor de Natura 2000 gebieden, waaronder het vaststellen van beheerplannen. De verplichting om een beheerplan op te stellen is opgenomen in artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie (hierna: GS) waarin het Natura 2000-gebied ligt, is verplicht om in het beheerplan de nodige instandhoudingsmaatregelen op te nemen en de beoogde resultaten van die maatregelen. Binnen drie jaar na de datum waarop het besluit tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied is genomen, moet het eerste beheerplan zijn vastgesteld, artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming. Een beheerplan wordt vastgesteld voor de duur van maximaal 6 jaar.

Doel beheerplan

Het beheerplan strekt tot doel om een bijdrage te leveren aan het behoud en herstel van de gunstige staat van instandhouding in het Natura 2000-gebied, de instandhoudingsdoelstellingen zijn daarbij het uitgangspunt.

Procedure beheerplan

Als het gebied is aangewezen, moet GS het eerste beheerplan binnen drie jaar daarna hebben vastgesteld. Voor de vaststelling van het beheerplan wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht doorlopen. Tegen het vastgestelde beheerplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, artikel 8.1 tweede lid van de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor de voor 1 januari 2017 vastgestelde beheerplannen, de beheerplannen die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op basis van artikel 39 tweede lid van de Natuurbeschermingswet 1998.

Overgangsrecht

Door de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming spelen beroepsprocedures die betrekking hebben op een voor 1 januari 2017 vastgesteld beheerplan. Artikel 9.10 derde lid van de Natuurbeschermingswet 1998 voorziet in overgangsrecht waarbij die beroepsprocedures worden afgehandeld op basis van de Natuurbeschermingswet 1998.

Beroep beheerplan

De Afdeling heeft op 21 februari 2018 twee uitspraken gedaan over beheerplannen onder de oude Natuurbeschermingswet 1998. De eerste uitspraak heeft betrekking op het beheerplan “De Bruuk”, de tweede uitspraak gaat over het beheerplan “Willinks Weust” voor de gelijknamige Natura 2000-gebieden.

Alleen beroep tegen  vrijgestelde projecten en andere handelingen in beheerplan

In beide uitspraken moet de Afdeling bepalen of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Een beheerplan kan naast een beschrijving van de maatregelen die ertoe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt, ook beschrijven dat bepaalde projecten en andere handelingen zijn uitgezonderd van de vergunningplicht. Dat volgt uit artikel 2.9 eerste lid van de Wet natuurbescherming. Alleen tegen de keuze om die projecten en andere handelingen vrij te stellen van de vergunningplicht in het beheerplan, staat beroep open. Dit is door de Afdeling bevestigd in de uitspraak inzake “De Bruuk” waarin de Afdeling ook verwijst naar de uitspraak van 25 oktober 2017.

Soort maatregelen

In dit beheerplan staat onder andere dat een aantal sloten wordt verondiept en dat het peil wordt verhoogd. Omdat die maatregelen ertoe strekken om de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied te bereiken, kan daartegen geen beroep worden ingesteld. Dit geldt dus ook als die maatregelen bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de gronden van een (rechts)persoon in of nabij het Natura 2000-gebied.

Afdeling is onbevoegd

Omdat het beroep niet is gericht tegen de beschrijving van projecten of andere handelingen waarvoor de vergunningplicht niet geldt, of tegen het ontbreken van een dergelijke beschrijving van een project of andere handeling die wel van de vergunningplicht moest worden vrijgesteld, is de Afdeling onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dat volgt uit artikel 39 tweede lid van de Natuurbeschermingswet 1998. Het beheerplan blijft volledig in stand.

Ambsthalve bevoegdheid beoordelen

Ook in de beroepsprocedure tegen het beheerplan “Willinks Weust” verklaart de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Allereerst stelt de Afdeling dat zij ambtshalve moet vaststellen of zij bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. De Afdeling kan alleen inhoudelijk kennis nemen van een beroep tegen het beheerplan als dat beroep zich richt tegen die handelingen in het beheerplan die expliciet zijn beschreven als handelingen die de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen, en die daardoor uitgezonderd zijn van de vergunningplicht. Dit blijkt ook uit de uitspraak van 24 januari 2018 van de Afdeling.

Gevaar voor de instandhoudingsdoelstelling?

Het beheerplan beschrijft onder andere dat de Bekeringswieste wordt verontdiept, waardoor het Natura 2000-gebied wordt vernat. Omdat het verontdiepen niet expliciet is beschreven als handeling die de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengt, kan daartegen geen beroep worden ingesteld. De Afdeling verduidelijkt dat dat het feit dat een handeling is vermeld niet bepaald of daar nu wel of geen vergunning voor nodig is. Dat wordt immers bepaald door de Wet natuurbescherming c.q. de Natuurbeschermingswet 1998. Vragen over de vergunningplicht staat los van de bevoegdheid van de Afdeling om kennis te nemen van het beroep. Omdat in dit geval niet staat vermeld dat het verontdiepen de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengt, kan de Afdeling niet oordelen over die maatregel in het beheerplan. De Afdeling verklaart dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep.

Onderdelen vatbaar voor beroep

De meeste Natura 2000-gebieden zijn inmiddels aangewezen, waardoor GS beheerplannen zullen moeten vaststellen. Bij de beoordeling van een beheerplan moet goed worden onderzocht of daartegen ook beroep mogelijk is. In beroep tegen het beheerplan kan alleen worden opgekomen tegen:

  1. Een maatregel/handeling waarvan in het beheerplan expliciet is beschreven dat die de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengt;
  2. De beschrijving van projecten of andere handelingen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht, of tegen het ontbreken van een dergelijke beschrijving van een project of andere handeling die wel van de vergunningplicht moeten worden vrijgesteld.

Alle overige handelingen of maatregelen in het beheerplan zijn niet appellabel en de Afdeling is niet bevoegd om daarvan kennis te nemen. Heeft u te maken met een ontwerpbeheerplan of wilt u tegen een vastgesteld beheerplan in beroep, neem dan contact met ons op.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs