Blogs

Mogelijkheid ingeperkt om kruimelonderdelen te combineren!

05/03/20 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft op 4 februari 2020 een uitspraak gedaan waarbij de mogelijkheid wordt beperkt om onderdelen uit ‘de kruimelgevallenregeling’ te combineren bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Omgevingsvergunning

De onderneming AST beheer (AST) wil een nieuw bedrijfspand realiseren op een bedrijventerrein in de gemeente Oudewater en heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. De aanvraag ziet op de sloop van een oud bestaand gebouw en de bouw van een groter, nieuw gebouw. Anders dan het bestemmingsplan toelaat, is het plan niet in overeenstemming daarmee. De planregels uit het bestemmingsplan staan onder andere het gebruik van de eerste verdieping als zelfstandig kantoor niet toe.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater (college) verleent aan AST een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van het gebouw als bedrijfshallen en zelfstandige kantoorruime op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang met artikel 4, eerste en negende lid, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Een aannemersbedrijf dat is gevestigd tegenover het perceel is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Hij vreest namelijk voor parkeeroverlast en hij vreest dat hij in zijn bedrijfsactiviteiten zal worden beperkt.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college geen omgevingsvergunning had kunnen verlenen aan AST op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, eerste en negende lid, van Bijlage II van het Bor. In het negende lid van de kruimelgevallenregeling staat dat het afwijkende gebruik enkel vergund mag worden als dat gebruik niet gepaard gaat met bouwactiviteiten die ertoe leiden dat de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume worden vergroot. In het onderhavige geval is er sprake van afwijkend gebruik dat gepaard gaat met de sloop van een bestaand gebouw en de bouw van een nieuw groter gebouw.

De voorzieningenrechter verklaart het hoger beroep van het aannemersbedrijf gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand zijn gelaten en draagt het college op om opnieuw een op het bezwaar te beslissen.

Standpunt college

Het college voert aan dat de tekst van het negende lid van Bijlage II van het Bor enkel en alleen ziet op het vergroten van bestaande gebouwen en dat het bouwen van een nieuw groter gebouw reeds daarom op grond van onderdeel 9 vergund mocht worden. Met andere woorden: er zou geen sprake zijn van een bestaand gebouw want het gebouw wordt vervangen.

Anders dan het college stelt, gaat de voorzieningenrechter daar niet in mee met verwijzing naar de Nota van toelichting bij het Bor. In het geval van nieuwbouw vindt namelijk per definitie een vergroting van de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume plaats.

Vaste rechtspraak

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat verschillende onderdelen van de kruimelregeling gecombineerd kunnen en mogen worden in één omgevingsvergunning. Echter, in het onderhavige geval is een combinatie van het eerste en negende lid van Bijlage II van het Bor niet mogelijk indien een bestaand gebouw wordt gesloopt en nieuwbouw daarvan plaatsvindt.

Welk kruimelgeval is van toepassing?

Let als college dus goed op welk kruimelgeval op de situatie van toepassing is. Als het gaat om de sloop van een bestaand gebouw dat wordt vervangen voor nieuwbouw, dan is het bouwwerk per definitie niet bestaand en vergund en kan het negende lid van Bijlage II van het Bor niet worden toegepast. Deze uitspraak lijkt te impliceren dat het combineren van het eerste en negende lid van Bijlage II van het Bor wordt beperkt tot situaties waarin het gebruik van een bestaand bouwwerk wordt gewijzigd met toepassing van het negende lid en met toepassing van het eerste lid een uitbreiding van dit bestaande hoofdgebouw wordt gerealiseerd.

Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsflash nog vragen, neem dan contact op met één van onze specialisten overheidsrecht.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs