Blogs

Hoorplicht overtreder bij invordering dwangsom

12/09/18 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 8 minuten

De Afdeling heeft vandaag bepaald dat het bestuursorgaan dat besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom, de overtreder daarvoor moet horen op grond van artikel 4:8 Awb. Dit wijkt af van de in de literatuur en in de rechtspraak geldende opvatting dat het niet verplicht is om volgens artikel 4:8 Awb de belanghebbende te horen. Vanaf vandaag geldt die verplichting voordat een besluit tot invordering kan worden genomen. Schending van artikel 4:8 Awb leidt tot vernietiging van het invorderingsbesluit. Omdat dit gevolgen heeft voor het invorderen van dwangsommen, wordt deze uitspraak besproken.

Verbeurte dwangsom

Na oplegging van een last onder dwangsom verbeurt een dwangsom van rechtswege, als 1. de begunstigingstermijn is verstreken zonder dat aan de last uitvoering is gegeven, of 2. een herhaling van de overtreding plaatsvindt.

Invordering dwangsom

Volgens artikel 5:33 Awb moet een verbeurde dwangsom binnen zes weken worden betaald door de overtreder. De overtreder die bestrijdt dat een dwangsom is verbeurd, zal niet vrijwillig de dwangsom. Daarom kan het bestuursorgaan dat de last onder dwangsom heeft opgelegd, besluiten de verbeurde dwangsom in te vorderen.

Geen hoorplicht

In de literatuur is gesteld dat de invorderingsbeschikking een financiële verplichting vaststelt, namelijk het betalen van een geldsom en een betalingstermijn. Volgens artikel 4:12 Awb hoeft de overtreder daarvoor niet te worden gehoord. In de parlementaire geschiedenis staat dat het opleggen van een last onder dwangsom niet onder artikel 4:12 Awb valt. Dat is geen beschikking die een financiële verplichting vaststelt, maar een beschikking waarmee wordt beoogd bepaald gedrag af te dwingen, namelijk het beëindigen van een overtreding.

Laten gebruiken recreatiewoningen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer heeft een last onder dwangsom opgelegd vanwege het strijdig gebruik van recreatiewoningen voor niet-recreatief verblijf. Dat is in strijd met de regels van de Beheersverordening Recreatieparken Opmeer. De last is opgelegd aan de eigenaar van de recreatiewoningen. Hij zou de objecten laten gebruiken door personen uit Hongarije.

Invorderingsbeschikkingen

Na oplegging van de last onder dwangsom besluit het college twee keer tot invordering over te gaan. In totaal is € 100.000,- aan dwangsommen verbeurd en wordt twee keer een invorderingsbeschikking genomen waarbij twee keer € 50.000,- wordt ingevorderd.

Bezwaar en beroep

De eigenaar van de recreatiewoningen komt in bezwaar en beroep op tegen de last en de invorderingsbeschikking. De eerste invorderingsbeschikking wordt hangende de beroepsprocedure genomen, de tweede hangende de hogerberoepsprocedure. In bezwaar en in beroep blijft de last en de eerste invorderingsbeschikking in stand.

Gesprek

De eigenaar stelt dat het college niet bevoegd is om tot invordering van de verbeurde dwangsommen over te gaan. Het college moet eerst in gesprek met hem gaan. De Afdeling stelt voorop dat het hebben van een gesprek niet van belang is voor de vraag of het college bevoegd is om tot invordering over te gaan.

Hoorplicht

Vervolgens stelt de Afdeling expliciet, anders dan voorheen, dat het college de belanghebbende ex artikel 4:8 eerste lid Awb voorafgaand aan de invordering in de gelegenheid moet stellen om te worden gehoord. De Afdeling verwijst hierbij naar de conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr. P.J. Wattel van 4 april 2018. Daar is onder andere gesteld dat het niet vooraf horen op basis van artikel 4:8 Awb niet op algemene instemming kan rekenen.

Informatievergaring en belangenafweging

Het college moet gelet op artikel 3:2 en artikel 3:4 Awb de relevante informatie vergaren en ook de betrokken belangen afwegen, waaronder die van de overtreder. Het vooraf horen van de overtreder op basis van artikel 4:8 Awb biedt de mogelijkheid om die informatie te verkrijgen. Wattel overweegt in zijn conclusie dat voordat een invorderingsbesluit of een kostenverhaalsbesluit wordt genomen, het bestuursorgaan de overtreder dient te horen.

Schending hoorplicht

Schending van de hoorplicht die vanaf vandaag geldt voor invorderingsbesluiten zal leiden tot vernietiging van het invorderingsbesluit wegens strijd met artikel 4:8 Awb.

Invorderingsplicht

Omdat de eigenaar in de procedure alles naar voren heeft kunnen brengen wat hij ook ex artikel 4:8 Awb had kunnen doen, beoordeelt de Afdeling of de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven. Dat is in deze zaak het geval. De bevoegdheid tot invordering bestaat en er zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan van invordering kan worden afgezien. In dit geval leidt het schenden van de hoorplicht niet tot het niet langer verschuldigd zijn van de verbeurde dwangsom.

Gevolgen uitspraak

In alle zaken waarin is besloten tot invordering, kan worden betoogd dat de overtreder niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord op grond van artikel 4:8 Awb. Deze hoorplicht geldt voorafgaand aan de dwangsominvordering aldus de Afdeling. Of vervolgens het schenden van de hoorplicht leidt tot vernietiging van het besluit en de rechtsgevolgen ervan niet in stand blijven, zal per procedure verschillen. Zowel in lopende procedures als in mogelijke invorderingszaken is het verstandig na te gaan of hieraan is voldaan. Schending kan immers tot vernietiging van het invorderingsbesluit leiden.

Heeft u te maken met handhaving, een last onder dwangsom, een invorderingsbesluit of een soortgelijke kwestie? Neem dan contact met ons op.

2 reacties op “Hoorplicht overtreder bij invordering dwangsom

  1. Deze uitspraak is gevolgd door een nieuwe waarin de afdeling de vorige genuanceerd heeft: ECLI:NL:RVS:2018:3806

    1. Dank voor uw reactie. De Afdeling heeft in de uitspraak van 5 december 2018 aangesloten bij de uitspraak van 12 september 2018. Opnieuw wordt bevestigd dat het horen van de overtreder voorafgaand aan het invorderen, verplicht is. De overtreder kan tijdens het horen bijzondere omstandigheden laten weten aan het bestuursorgaan, waarvan het bestuursorgaan (nog) niet op de hoogte is. Die omstandigheden kunnen dan worden betrokken bij de invorderingsbeschikking. Heeft het bestuursorgaan verzuimd om de overtreder te horen, dan kan dat verzuim worden hersteld.
      In de uitspraak van 5 december 2018 meent de Afdeling dat ondanks het niet horen, geen aanleiding bestaat om het besluit te vernietigen. De overtreder heeft voldoende gelegenheid gehad om zijn bijzondere omstandigheden op de hoorzitting in bezwaar naar voren te brengen.
      De schending van de hoorplicht door het bestuursorgaan voorafgaand aan het invorderen, leidt in dit geval niet tot vernietiging van het besluit.


Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs