Blogs

Aanbestedende diensten opgelet: verbod op uitsluiting tenderkostenvergoeding

17/10/19 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Per 1 januari 2020 kunnen tenderkostenvergoedingen niet meer op voorhand worden uitgesloten in de aanbestedingsstukken. Op dit moment is het gebruikelijk dat aanbestedende diensten bedingen opnemen in de aanbestedingsstukken die tenderkostenvergoedingen uitsluiten. Op die manier hoeven aanbestedende diensten bij het intrekken van een aanbesteding de door een ondernemer gemaakte tenderkosten niet te vergoeden. Staatssecretaris van Economische zaken en Klimaat Mona Keijzer acht deze gang van zaken onwenselijk. Zij vindt het op voorhand uitsluiten van een tenderkostenvergoeding disproportioneel. Om die reden wil de Staatssecretaris de Gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement Werken 2016 wijzigen.

Wat zijn tenderkosten?

Tenderkosten zijn kosten die een ondernemer moet maken om een inschrijving te kunnen doen en daarmee in aanmerking te komen voor een overheidsopdracht. Uitgangspunt is dat aanbestedende diensten inschrijfkosten beperken.

Huidige regeling: sprake van onevenredige lasten?

Op grond van voorschrift 3.8 van de Gids Proportionaliteit kan een vergoeding aan de orde zijn ter voorkoming van onevenredige lasten voor de inschrijver, indien aanzienlijke kosten onvermijdelijk zijn. Datzelfde voorschrift geeft aan dat er sprake is van onevenredige lasten wanneer een gedeelte van de te plaatsen opdracht (deels) moet worden uitgevoerd om de inschrijving in te kunnen dienen. Dergelijke onevenredige lasten kunnen ook ontstaan als een aanbesteding overduidelijk te laat, te weten na het verschijnen van de laatste nota van inlichtingen, ingetrokken wordt.

Voorschrift 3.8 van de Gids Proportionaliteit vloeit voort uit artikel 1.10 lid 2 sub g van de Aanbestedingswet 2012. Op grond van onderhavig artikel dienen aanbestedende diensten bij toepassing van het proportionaliteitsbeginsel rekening te houden met een (mogelijk) te betalen tendervergoeding aan inschrijvers in geval van hoge tenderkosten.

Uitsluiten tenderkostenvergoeding disproportioneel

In de praktijk komt het vaak voor dat aanbestedende diensten uitkering van een kostenvergoeding in de aanbestedingsstukken uitsluiten bij intrekking van de aanbesteding. Uit onderzoek van de door de Staatssecretaris ingeschakelde ‘adviescommissie Gids Proportionaliteit’ kwam naar voren dat het op voorhand uitsluiten van een dergelijke kostenvergoeding in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel.

Wijziging Gids Proportionaliteit

Met het oog op het voorgaande zal er in de Gids Proportionaliteit een nieuw voorschrift worden toegevoegd (voorschrift 3.8 b). In dit voorschrift zal expliciet worden vermeld dat het op voorhand uitsluiten van iedere vergoeding van tenderkosten, in geval van een laattijdige intrekking van de aanbesteding, disproportioneel is. Dit betekent echter niet dat tenderkosten altijd moeten worden vergoed.

Wanneer uitkering tendervergoeding?

Of er een tendervergoeding uitgekeerd dient te worden is onder meer afhankelijk van de aard van de aanbesteding, de kosten die gemaakt zijn en de omstandigheden waaronder de intrekking heeft plaatsgevonden. Hiermee wordt het vergoeden van de tenderkosten geen plicht, maar slechts een verbod op het bij voorbaat uitsluiten van een tendervergoeding in geval van intrekking van de aanbesteding.

Conclusie

Aanbestedende diensten kunnen per 1 januari 2020 tenderkostenvergoedingen niet meer op voorhand uitsluiten in de aanbestedingsstukken. Met deze wijziging worden aanbestedende diensten gestimuleerd een aanbesteding niet meer laattijdig in te trekken, aangezien een laattijdige intrekking als disproportioneel is bestempeld en daarmee een tenderkostenvergoeding dan ook eerder voor de hand ligt.

Voor inschrijvers betekent de wijziging dat zij niet per definitie met lege handen komen te staan op het moment dat zij tenderkosten hebben gemaakt en de aanbesteding (laattijdig) wordt ingetrokken.

Of er uiteindelijk een tenderkostenvergoeding plaatsvindt, zal beoordeeld moeten worden aan de hand van de aard van de aanbesteding, de gemaakte kosten en de omstandigheden waaronder de intrekking heeft plaatsgevonden.

De Staatssecretaris streeft naar inwerkingtreding van het besluit per 1 januari 2020.

Aanbesteden en inschrijven zonder zorgen? Neem contact op met onze advocaten aanbestedingsrecht.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs