Blogs

Tekortkomingen van de onderaannemer

25/08/15 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 5 minuten

Wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer levert op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever op. De hoofdregel is nu eenmaal dat een overeenkomst alleen de partijen bij die overeenkomst jegens elkaar bindt. Maar daar zijn ook uitzonderingen op mogelijk, zoals een onlangs gepubliceerde uitspraak van het Hof Den Bosch laat zien. In die uitspraak wijst het hof de claim van de opdrachtgever overigens wel af.

De feiten

In de zaak bij het Hof Den Bosch ging het over een onderaannemer die wanprestatie had gepleegd. De opdrachtgever klopte vergeefs aan bij de hoofdaannemer. De hoofdaannemer ging failliet. De opdrachtgever sprak daarop de onderaannemer aan. Die wees aansprakelijkheid van de hand onder verwijzing naar de hierboven weergegeven hoofdregel. De opdrachtgever betoogde vervolgens dat met name het faillissement een omstandigheid was op grond waarvan een uitzondering op de hoofdregel moest worden gemaakt en de onderaannemer toch aansprakelijk moest worden geacht.

Het juridisch kader

Bij de beantwoording van de vraag of de onderaannemer in dit geval onrechtmatig jegens de opdrachtgever had gehandeld door herstelwerkzaamheden niet te voltooien, moest het hof op grond van rechtspraak van de Hoge Raad rekening houden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Dat zijn onder andere de hoedanigheid van alle partijen en de aard en strekking van de overeenkomst.

De stelling van de opdrachtgever

De opdrachtgever had haar betoog, dat de onderaannemer in de gegeven omstandigheden onrechtmatig jegens haar had gehandeld, met name gebaseerd op het feit dat de hoofdaannemer failliet was verklaard en dat dit faillissement was opgeheven bij gebrek aan baten. Volgens de opdrachtgever bracht dat met zich mee dat de hoofdaannemer van de onderaannemer geen nakoming kon vorderen, en maakte de onderaannemer daar misbruik van. Volgens de opdrachtgever was het onredelijk dat het faillissement van de hoofdaannemer tot gevolg had dat de opdrachtgever van haar recht op herstel werd beroofd.

Het verweer van de onderaannemer

De onderaannemer had dit betoog van de opdrachtgever gemotiveerd betwist. Volgens de onderaannemer gooide de opdrachtgever ten onrechte de onderaannemer en de hoofdaannemer op één hoop door te miskennen dat tussen de onderaannemer en de opdrachtgever geen contractuele band bestaat. Ook zou het nog mogelijk zijn om de vennoot van de hoofdaannemer aan te spreken.

Het oordeel van het hof

Het hof neemt tot uitgangspunt dat de opdrachtgever de vennoot van de hoofdaannemer nog had kunnen aanspreken tot nakoming van de uit de hoofdaannemingsovereenkomst voortvloeiende herstelverplichtingen en dat het faillissement van de hoofdaannemer daar niet aan in de weg staat. De opdrachtgever kan dus niet worden gevolgd in haar betoog dat zij als gevolg van het faillissement van de hoofdaannemer met lege handen staat en dat de onderaannemer als gevolg van dat faillissement niet meer door haar contractuele wederpartij tot nakoming kan worden aangesproken.

Het hof constateert voorts dat in het door de opdrachtgever aangehaald arrest van de Hoge Raad onder meer sprake was van de bijzonderheid dat de opdrachtgever rechtstreekse betalingen aan de onderaannemer had gedaan om de onderaannemer tot het hervatten van de werkzaamheden te bewegen. Onder die omstandigheid kan naar het oordeel van het hof eerder worden aangenomen dat de betreffende onderaannemer onrechtmatig jegens de opdrachtgever handelt als hij vervolgens weigert het werk deugdelijk te voltooien. In het onderhavige geval is een dergelijke omstandigheid niet aan de orde. Omtrent betalingen door de opdrachtgever aan de onderaannemer is niets gesteld of gebleken.

De conclusie

Het hof wijst de claim van de opdrachtgever dus af. De uitspraak ligt in de lijn van de rechtspraak van de Hoge Raad dat niet snel een uitzondering wordt gemaakt op de hoofdregel dat een partij als hij bij zijn contractuele wederpartij bot vangt over die partij “heen kan stappen” en diens wederpartij kan spreken. Daarvoor dient dus sprake te zijn van bijzondere omstandigheden. De uitspraak laat ook het belang van de opdrachtgever zien om bij onderaannemers garantie te bedingen. Als met al een bruikbare uitspraak voor de praktijk!

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs