Blogs

Dubieus financieel handelen: Nederlands recht van toepassing op handelen bestuurder buitenlandse Ltd.

15/08/16 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 3 minuten

Voor de interne organisatie van buitenlandse rechtspersonen die in Nederland werkzaam zijn, geldt het recht van het land van herkomst dus het buitenlandse recht. Maar is dat ook zo voor eventuele bestuurdersaansprakelijkheid? Een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden laat zien dat de bestuurder rekening moet houden met de toepassing van Nederlands recht voor de vraag of hij over de schreef is gegaan.

Geld wegtrekken

Een Britse vennootschap (een zogenaamde Ltd.) verhandelde in Nederland hout afkomstig uit Chili en werkte daarvoor samen met een Chileense leverancier. De twee vennootschappen hadden één bankrekening in Nederland, waarop de inkomsten uit de verkopen werden gestort. Afgesproken was dat betalingen  vanaf deze rekening goedkeuring van twee partijen moest hebben. De rekening stond op naam van de Ltd. De bestuurder had kosten voorgeschoten en vond dat hij zichzelf vanaf de rekening mocht terugbetalen. Hij kreeg echter geen toestemming. Hij maakte op 25 augustus 2010 toch het geld over. Daarna zegde de Chileense vennootschap de samenwerking op en eiste via de Nederlandse rechter het geld terug.

Twee rechtstelsels

De vraag is nu, of de aansprakelijkheid van deze bestuurder wel naar Nederlands recht kan worden beoordeeld. Voor bestuurdersaansprakelijkheid geldt namelijk het incorporatiestelsel, dit houdt in: toepasselijk is het recht waarin de vennootschap is opgericht (Wet conflictenrecht corporaties, art. 10:117-123 BW). Dat zou in dit geval dus betekenen dat Brits recht van toepassing was.

Rechtbank en Hof

De Rechtbank, en in hoger beroep het Gerechtshof, oordeelden echter dat in dit geval Nederlands recht kon worden toegepast. Dit omdat de handelwijze van de bestuurder volgens hen viel onder buitencontractuele aansprakelijkheid, waarvoor de verwijzingsregels gelden van Rome II (EG Verordening nr, 864/2007 van 11 juli 2007, PbEU 2007, L 199/40).

Hoge Raad

De bestuurder in kwestie heeft zijn zaak aanhangig gemaakt bij de Hoge Raad. De procureur-generaal mr P. Vlas (die de Hoge Raad adviseert) heeft inmiddels geconcludeerd dat het cassatieberoep van de bestuurder moet worden verworpen. Een conclusie van de procureur-generaal wordt door de Hoge Raad meestal gevolgd.

Conclusie

Het incorporatiestelsel (de regel dat de interne organisatie van een buitenlandse rechtspersoon ook naar buitenlands recht wordt beoordeeld) verzet zich niet tegen toepasselijkheid van Nederlands recht op bestuurshandelingen. De oprichter van een buitenlandse rechtspersoon die in Nederland (mede) haar activiteiten ontplooit dient zich hier dan ook bewust van te zijn.

Klik hier voor de uitspraak.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs