Blogs

Strenge(re) maatstaf voor inbezitneming groenstroken

02/02/17 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

Als een strook grond langer dan twintig jaar in bezit is bij een ander dan de eigenaar, is het mogelijk dat de ander daarvan door verjaring eigenaar is geworden. Dat wordt in het algemeen niet snel aangenomen. Als het gaat om openbare groenstroken, lijkt zelfs een nog strengere maatstaf te gelden.

Uitspraken Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

Dit kan worden afgeleid uit zes arresten die het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in oktober en november 2016 heeft gewezen tussen de Gemeente Boxtel en bewoners van een villawijk in deze gemeente. Het Hof werd in deze procedures voor de vraag gesteld of de bewoners door verjaring eigenaar waren geworden van gemeentelijke groenstroken die door de bewoners als tuin werden gebruikt. In eerste aanleg heeft de Rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat daarvan sprake was.

Wanneer is sprake van bezit?

Het Hof stelt in de zes arresten voorop dat de verjaringstermijn van twintig jaar aanvangt op het moment dat een niet-rechthebbende (de bewoners) bezitter is geworden van de gemeentelijke groenstroken. Een niet-rechthebbende wordt – kort gezegd – alleen als bezitter aangemerkt als uit de wijze waarop hij de grond gebruikt, door de eigenaar van deze grond moet worden afgeleid dat de niet-rechthebbende zich als eigenaar van de grond beschouwt.

Maatstaf voor inbezitneming groenstroken

Het Hof overweegt dat in het algemeen al niet snel wordt aangenomen dat hiervan sprake is, maar dat dit des te meer geldt bij stroken publieke grond.

De gemeente gebruikt deze gronden immers niet actief. Gebruik van deze stroken door een ander zal dan ook, volgens het Hof, in de regel niet snel op bezwaar stuiten van de gemeente. Het gedogen van dit gebruik kan zelfs leiden tot een win-winsituatie, in die zin dat dit enerzijds voor de bewoners tot een verhoging van hun woongenot leidt en anderzijds de gemeente minder onderhoud hoeft te plegen aan deze groenstrook.

Bovendien worden, aldus nog steeds het Hof, bepaalde overheidstaken bemoeilijkt, als te lichtzinnig wordt aangenomen dat de gemeente de eigendom over deze groenstroken kan verliezen. Gedacht kan worden aan de situatie dat de gemeente toegang tot deze groenstrook nodig heeft omdat zich daar in de grond leidingen van nutsvoorzieningen bevinden.

Oordeel Hof

Het Hof heeft, met toepassing van de hiervoor genoemde maatstaf, in vijf gevallen geoordeeld dat de bewoners de gemeentegronden niet in bezit hebben genomen en dat van verkrijgende verjaring geen sprake is. Uit de gedragingen van deze bewoners (onder meer: het plaatsen van een beukenhaag; het planten van bomen, lage gewassen en het ophogen van de tuin) hoefde de gemeente niet af te leiden dat de bewoners zich hebben beschouwd als eigenaar van deze groenstroken.

In één geval is het Hof tot een ander oordeel gekomen. De betreffende bewoner heeft een (deel van een) groenstrook afgeschermd van de openbare weg door een coniferenhaag daaromheen te plaatsen. Op deze wijze is de groenstrook niet langer toegankelijk voor derden en volledig dienstbaar gemaakt aan de tuin van deze bewoner. Daaruit blijkt volgens het Hof, in de gegeven omstandigheden, voldoende dat deze bewoner zich als eigenaar daarvan heeft beschouwd. De bewoner moet overigens nog wel bewijzen dat de coniferenhaag er al langer dan twintig jaar staat. Als hij daarin slaagt, zal hij door verjaring eigenaar zijn geworden van deze groenstrook.

Conclusie

In deze arresten van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch wordt niet alleen bevestigd dat in het algemeen niet te snel wordt aangenomen dat een niet-rechthebbende bezitter is van grond van een ander, maar wordt eveneens duidelijk dat voor gemeentelijke groenstroken een nog strengere maatstaf wordt gehanteerd. Voordat wordt aangenomen dat deze groenstroken in bezit zijn genomen door een ander, zal dus nog duidelijker moeten blijken dat deze ander zich als eigenaar van deze groenstroken beschouwt. Of daar sprake van is, zal van geval tot geval moeten worden bepaald aan de hand van de uiterlijke feiten. In veel gevallen zal daar door deze strenge(re) maatstaf geen sprake van zijn, maar het hiervoor omschreven enkele geval laat zien dat dit niet onmogelijk is.

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, neem dan contact op met één van onze specialisten.

De arresten van het Hof zijn via onderstaande links te raadplegen:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4677

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4679

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4676

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4678

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:5202

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4680

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs