Blogs

Onteigening Hedwigepolder

09/06/16 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 5 minuten

De Cloedt, eigenaar van nagenoeg de gehele Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen, verzet zich al jaren tegen onteigening. De Staat wil de Hedwigepolder ontpolderen om zo de natuur te compenseren. In de onteigeningsprocedure heeft de rechtbank Middelburg op 8 juni 2016 bepaald dat de Staat mag overgaan tot onteigening van de Hedwigepolder.

Onteigening

De overheid wil de percelen van De Cloedt onteigenen zodat de Hedwigepolder kan worden ontpolderd. De Cloedt verzet zich daartegen.

Niet-ontvankelijkheid

In de bodemprocedure stelt De Cloedt dat de dagvaarding van de Staat nietig is, dan wel dat de Staat niet-ontvankelijk is in haar vordering. De Staat heeft namelijk vergeten in strijd met artikel 18 lid 4 Onteigeningswet de hypotheekhoudster in het geding te betrekken, terwijl (een deel van) de te onteigenen percelen met een hypotheekrecht zijn belast. De rechtbank volgt De Cloedt daarin niet. Weliswaar heeft overbetekening aan de hypotheekhouder niet  plaatsgevonden, maar dit leidt niet tot nietigheid of niet-ontvankelijkheid. Daarnaast stelt de rechtbank dat De Cloedt geen beroep toekomt op artikel 18 lid 4 Onteigeningswet. Dit artikel dient ter bescherming van de belangen van derden, en De Cloedt is geen derde maar eigenaar van de percelen.

Planologische grondslag

Voor de onteigening van de Hedwigepolder is een rijksinpassingsplan opgesteld. De Cloedt stelt dat in de zienswijzeprocedure voor dat rijksinpassingsplan en in de daaropvolgende beroepsprocedure, geen sprake is geweest van “equality of arms”. Het rijksinpassingsplan valt onder de Crisis- en herstelwet. Die wet kent kortere termijnen om de besluitvorming te versnellen. Zo is het instellen van pro forma beroep niet mogelijk.

Geen toets inpassingsplan

De Cloedt meent dat hem een te korte periode is gegund – in verband met de toepassing van de Crisis- en herstelwet – om zijn zienswijze in te dienen. Ook heeft De Cloedt niet kunnen volstaan met een pro forma beroep op nader aan te voeren gronden. De Cloedt heeft in de beroepstermijn een inhoudelijk beroepschrift moeten indienen. Dat volgt uit artikel 1.6 lid 2 Chw. De Cloedt vindt dat hij hierdoor onvoldoende in de gelegenheid is gesteld zich hier tegen te verweren. De rechter volgt De Cloedt niet. De planologische titel wordt getoetst door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit behoort niet tot de taak van de onteigeningsrechter. De Afdeling heeft op 12 november 2014 de beroepen tegen het rijksinpassingsplan ongegrond verklaard. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van het rijksinpassingsplan.

Zelf ontpolderen

De Cloedt is van oordeel dat het Koninklijk Besluit strekkende tot onteigening onrechtmatig is. De Cloedt stelt – kort gezegd – dat de Staat niet tot onteigening had mogen besluiten, omdat hij zelf de ontpoldering kan realiseren. Dit wordt een beroep op zelfrealisatie genoemd. De Cloedt heeft verklaard het plan volledig conform het rijksinpassingsplan te zullen uitvoeren. De Cloedt meent dat de Staat in overleg moet treden met De Cloedt, met name gelet op het criterium van onteigening als ultimum remedium.

Zelfrealisatie

Een beroep op zelfrealisatie wordt getoetst aan het noodzaakvereiste. Kan de onteigende de door de onteigenaar voorziene ontwikkeling zelf en op eigen kosten realiseren op de wijze zoals de onteigenaar dat wenst binnen de planning van de onteigenaar, dan is onteigening niet noodzakelijk.

Kosten zelfrealisatie voor eigen rekening

De Cloedt wil het project zelf realiseren, maar op kosten van de Staat. Het beroep op zelfrealisatie wordt daarom door de rechtbank verworpen. Dit kan van de Staat niet worden verlangd. Het gaat namelijk om waterstaatswerken die bescherming moeten bieden tegen hoog water. Daarnaast moeten ook – na realisatie van het project – de natuur en de dijken worden beheerd. Als De Cloedt eigenaar blijft, dan heeft de Staat daarover geen directe zeggenschap. De Staat blijft dan afhankelijk van De Cloedt.

Mogelijkheid zelfrealisatie op kosten onteigenaar

Een beroep op zelfrealisatie waarbij de kosten door de onteigenaar moeten worden gedragen, slaagt niet. Dan wordt niet voldaan aan het vereiste voor zelfrealisatie. Volgens de rechtbank is het wel denkbaar dat van voornoemd vereiste voor zelfrealisatie (de kosten dragen) kan worden afgeweken.

Conclusie

Hoewel De Cloedt het plan conform het rijksinpassingsplan en de verdere openbare stukken zoals de uitvoeringsbesluiten wil realiseren, gaat het belang van De Staat bij beheer van het totale ontpolderingsproject voor. Dan is de Staat ook niet afhankelijk van de medewerking van De Cloedt bij de uitvoering en het beheer van de Hedwigepolder.

Klik hier voor de uitspraak van 8 juni.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs