Blogs

De concurrenten doorstaan relativiteitstoets

01/02/16 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 6 minuten

In verschillende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State staat de vraag centraal of het beroep van een concurrent al dan niet vanwege het relativiteitsvereiste moet worden afgedaan. Wat de Afdeling op 20 januari jl. ten aanzien de positie van de concurrent oordeelde leest u hieronder.

Feiten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best (hierna: het College)  heeft op 13 september 2012 aan Hornbach een omgevingsvergunning verleend voor de oprichting van een bouwmarkt annex tuincentrum, met drive-in, parkeergelegenheid en toebehoren en de aanleg van een geluidsscherm in Best.

Praxis doe-het-zelf Centre is één van appellanten in de beroepsprocedure gericht tegen de omgevingsvergunning. Praxis doe-het-zelf Centre betoogt dat de omgevingsvergunning niet kon worden verleend met toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo in samenhang met artikel 4, eerste lid, van bijlage 2 van het Bor. Zij voert daartoe aan dat de overkapping waarop de afwijking van het bestemmingsplan betrekking heeft, noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de in het bestemmingsplan voorgeschreven geluidsvoorschriften. Nu de overkapping noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming, kan deze niet als ondergeschikt en derhalve evenmin als bijbehorend bouwwerk worden aangemerkt, zo betoogt Praxis doe-het-zelf Centre.

Het relativiteitsvereiste

In incidenteel beroep betogen Hornbach en het College dat de rechtbank deze grond ten onrechte niet heeft afgedaan met de verwijzing naar het relativiteitsvereiste. Het relativiteitsvereiste is vastgelegd in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: “de Awb”).

Uitspraak Afdeling

De Afdeling overweegt dat blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (kamerstukken 2, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) de wetgever met artikel 8:69a Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van appellante.

Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder 2 van de Wabo betreft een regel die is gesteld in het kader van de goede ruimtelijke ordening, waarvan het behouden en herstellen van een uit ruimtelijk oogpunt een goed woon-, werk- en ondernemersklimaat een onderdeel vormt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 8 oktober 2014 in zaaknummer 201309388/1/R4 zijn dit ruimtelijke belangen. De Afdeling is daarom van oordeel dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2 van de Wabo mede de strekking heeft de door Praxis doe-het-zelf Centre genoemde belangen te beschermen. Omdat niet op voorhand is uitgesloten dat de vestiging van Hornbach op het perceel zal leiden tot een minder goed ondernemersklimaat door een mogelijke vermindering van het aantal klanten van Praxis doe-het-zelf Centre en daardoor tot een daling van haar omzet en inkomsten, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat dit artikel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van Praxis doe-het-zelf Centre. Het incidenteel hoger beroep van Hornbach en het College faalt in zoverre.

Deze beroepsgrond wordt door de Afdeling dus niet afgedaan met het relativiteitsvereiste.

Conclusie staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven

Het relativiteitsvereiste is vaker onderwerp van geschil tussen Hornbach en Praxis, zo volgt uit het feit dat de staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven in zijn conclusie van 2 december 2015 is ingegaan op de reikwijdte van het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht

Standpunt Praxis in die kwestie

Praxis wijst op de memorie van toelichting bij artikel 8:69a Awb, waaruit volgt dat de wetgever niet uitsluit dat een handeling die in strijd is met een geschreven rechtsregel niet de belangen beschermt van degene die zich daarop beroept, tevens in strijd kan zijn met een ongeschreven rechtsregel en/of zorgvuldigheidsnorm, die wel de belangen beschermt van degene die zich daarop beroept. Praxis stelt dan ook aan de normen van zorgvuldigheid en rechtszekerheid concrete verwachtingen te ontlenen, waarbij het gaat om de verwachting dat het bevoegd gezag in elke vergunning- of bestemmingsplanprocedure handelt conform de normen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Correctie Langemeijer in het bestuursrecht?

Het betoog van Praxis heeft in die kwestie bij de Afdeling de vraag opgeroepen of de zogeheten correctie Langemeijer, of een op die correctie geïnspireerde redenering in het kader van artikel 8:69a Awb van toepassing is. Het civiele recht kent in het kader van het relativiteitsvereiste dat is opgenomen in artikel 6:163 BW de correctie Langemeijer. Deze correctie houdt in dat een handeling die in strijd is met een geschreven rechtsregel die niet de belangen van eiser beschermt, ook in strijd met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm kan zijn die wel de belangen van eiser beschermt.

De staatsraad advocaat-generaal betoogt kortgezegd dat de Afdeling de toepassing van het relativiteitsvereiste zou moeten corrigeren in die zin dat de schending van een wettelijke norm die niet de bescherming beoogt van de belangen van een belanghebbende, kan bijdragen tot het oordeel dat het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel is geschonden. Voor het honoreren van een beroep moet wel worden voldaan aan de vereisten die voor die beginselen gelden.

Op grond van artikel 8:12a Awb geeft de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal voorlichting aan de Afdeling, maar is deze niet bindend. De Afdeling zal nog uitspraak doen in deze zaak.

Conclusie

De positie van de concurrent wordt versterkt zo lijkt het gevolg te zijn van de besproken uitspraak en zo is het advies van de staatsraad advocaat-generaal. Of de Afdeling deze lijn daadwerkelijk doorzet zal moeten blijken. Uiteraard houden wij u van deze ontwikkelingen in de rechtspraak op de hoogte.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Lees hier de volledige uitspraak.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs