Woordenboek

Goede trouw

De goede trouw beschermt een persoon tegen een rechtsfeit waar hij geen weet van heeft. Een voorbeeld is de persoon die bij de fietsenwinkel een fiets koopt, waarvan achteraf blijkt dat deze gestolen is. Dit betekent dat de fietsenwinkel niet bevoegd was om de fiets te verkopen; zij was immers geen eigenaar van de fiets. De koper van de fiets kan tegen dit feit beschermd worden, indien hij te goeder trouw was. De wet geeft een negatief begrip van goede trouw. Goede trouw ontbreekt niet alleen indien de persoon de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen.

Subjectief element

Goede trouw ontbreekt in ieder geval indien de koper de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende. In het geval van het kopen van de fiets betekent dit, dat de koper wetenschap moet hebben van de onbevoegdheid van de verkoper. Indien de koper wetenschap heeft van de onbevoegdheid van de verkoper, wordt hij niet beschermd door de goede trouw.

Objectief element

Daarnaast ontbreekt goede trouw indien de persoon de feiten of het recht in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Hier wordt de kennis van de koper geobjectiveerd. In het geval van het kopen van de fiets gaat het om de vraag of de koper behoorde te weten, dat de fietsenwinkel onbevoegd was om de fiets te verkopen. Of de koper dit behoorde te weten is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Direct contact opnemen