<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
     xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
     xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
     xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
     xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
     xmlns:template="default-post-templates/feed-rss2"
   >
   
   <channel>
      <title>Uw advocaat in Alkmaar, Hoorn en Amsterdam - Welkom! - Feed</title>
      <atom:link href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/home-2/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
      <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/</link>
      <description>sinds 1908, gewoon onszelf</description>
      <lastBuildDate>Mon, 22 Jun 2026 10:25:30 +0000</lastBuildDate>
      <language>nl-NL</language>
      <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
      <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
      

<image>
	<url>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2022/12/schenkeveld-advocaten-avatar.png</url>
	<title>Uw advocaat in Alkmaar, Hoorn en Amsterdam - Welkom!</title>
	<link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
               <item>
            <title>Erfpachter hoeft geen fosfaatrechten over te dragen</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/erfpachter-hoeft-geen-fosfaatrechten-over-te-dragen/</link>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 12:12:39 +0000</pubDate>
            <dc:creator>S. (Stefan) Jansen</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66240</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Fosfaatrechten blijven van de erfpachter. Er geldt geen verplichting tot overdracht aan de erfverpachter. Dat is slechts anders, indien de erfpachtvoorwaarden aansluiten bij het dwingendrechtelijke pachtrecht. In 2019 heeft het pachthof geoordeeld dat fosfaatrechten in beginsel van de pachter zijn en de verpachter daarop alleen onder voorwaarden aanspraak op kan maken. De pachter is alleen<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/erfpachter-hoeft-geen-fosfaatrechten-over-te-dragen/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Fosfaatrechten blijven van de erfpachter. Er geldt geen verplichting tot overdracht aan de erfverpachter. Dat is slechts anders, indien de erfpachtvoorwaarden aansluiten bij het dwingendrechtelijke pachtrecht.</p> <p><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2019:2544">In 2019 heeft het pachthof geoordeeld</a> dat fosfaatrechten in beginsel van de pachter zijn en de verpachter daarop alleen onder voorwaarden aanspraak op kan maken<a href="https://bit.ly/43ICoGA.">.</a> De pachter is alleen verplicht zijn fosfaatrechten aan de verpachter over te dragen, indien op 2 juli 2015 tussen verpachter en pachter een reguliere pachtovereenkomst of een geliberaliseerde pachtovereenkomst bestond die bij het aangaan 12 jaar of langer duurt. Verder moet het gaan om hoevepacht of pacht van minimaal 15 ha grond of pacht van een gebouw. Het gebouw moet kort gezegd specifiek zijn ingericht voor de melkveehouderij. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dient de verpachter 50% van de marktwaarde van de over te dragen fosfaatrechten per einddatum van de pacht te vergoeden aan de pachter.</p> <p><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3928">Op 16 juni 2026 heeft het pachthof geoordeeld</a> dat deze regels niet één-op-één kunnen worden toegepast op een agrarische erfpacht. De fosfaatrechten blijven als hoofdregel van de erfpachter. De erfpachter is niet verplicht de fosfaatrechten over te dragen aan de erfverpachter. Ook geldt er geen verplichting om de waarde te vergoeden.</p> <p>Alleen onder bijzondere omstandigheden worden de regels voor de verdeling van fosfaatrechten bij pacht toch wel toegepast op een agrarisch erfpachtrecht.</p> <p>Dit is met name om te voorkomen dat men aan het dwingendrechtelijke pachtrecht kan ontkomen door uit te wijken naar de regels van erfpacht.</p> <p>De verdelingsregels voor fosfaatrechten gelden toch voor een agrarische erfpacht, wanneer de erfpachtvoorwaarden <em>aansluiten</em> bij het dwingendrechtelijke pachtrecht dat geldt voor een reguliere pachtovereenkomsten of geliberaliseerde pachtovereenkomsten die bij het aangaan 12 jaar of langer duren. In de volgende situaties is sprake van dit aansluiten en gelden dus de verdelingsregels:</p> <ol> <li>Indien een overeenkomst van erfpacht voor een hoeve of los land wordt gesloten voor 25 jaren of korter;</li> <li>bij een overeenkomst van erfpacht voor onbepaalde tijd voor een hoeve of los land, zij het niet langer dan voor de eerste 25 jaren na vestiging;</li> <li>bij erfpachtrechten voor hoeven of los land die op 2 juli 2015 voor een langere duur waren aangegaan dan 25 jaar, maar waarbij in ieder geval voor de hoogte en vorm van de bedongen canon is aangesloten bij het wettelijk pachtprijssysteem.</li> </ol> <p>Mocht u vragen hebben over pacht, fosfaatrechten of een agrarisch erfpachtrecht, <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">neemt u dan gerust contact op met een van onze specialisten agrarisch recht</a>.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-onmogelijkheid-van-regres-op-naasten/">De (on)mogelijkheid van regres op naasten</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/verduidelijking-opkoopbescherming-in-gebruik-geven-zonder-vergunning/">Verduidelijking opkoopbescherming: in gebruik geven zonder vergunning</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/bedragen-voor-alimentatie-per-1-januari-2025-verhoogd-met-65/">Bedragen voor indexering alimentatie per 1 januari 2025 verhoogd met 6,5%</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/indexering-alimentatie-2026/">Alimentatie 2026: wettelijke indexering stijgt met 4,6% per 1 januari</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/juridische-obstakels-optoppen/">Tussen wens en werkelijkheid: juridische obstakels overwinnen bij optoppen</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Auteursrecht op de Fender Stratocaster-vorm</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm/</link>
            <pubDate>Wed, 27 May 2026 12:30:32 +0000</pubDate>
            <dc:creator>Esmee Schouwvlieger</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66208</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Wat betekent een Duits verstekvonnis voor aanbieders in Nederland en Europa? Elektrische gitaren kunnen allerlei vormen hebben. De meest bekende vorm is die van de Fender Stratocaster, ook wel de S-shape gitaar genoemd. De eerste Stratocaster bestaat sinds 1954. De zachte rondingen en de asymmetrische bovenkant, waarbij de linkerzijde verder uitrekt dan de rechterzijde, zijn<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><h4><strong>Wat betekent een Duits verstekvonnis voor aanbieders in Nederland en Europa?</strong></h4> <p>Elektrische gitaren kunnen allerlei vormen hebben. De meest bekende vorm is die van de Fender Stratocaster, ook wel de S-shape gitaar genoemd. De eerste Stratocaster bestaat sinds 1954. De zachte rondingen en de asymmetrische bovenkant, waarbij de linkerzijde verder uitrekt dan de rechterzijde, zijn voor veel andere gitaarproducenten een inspiratie geweest. Vele marktaanbieders hebben gitaren ontwikkeld met dezelfde S-vorm. De Stratocaster-vorm is een belangrijk icoon binnen de Rock ’n Roll.</p> <p>Juist daarom is het opvallend dat Fender Musical Instruments Corporation Inc., bijna zeventig jaar nadat de gitaar is ontworpen, voor het eerst een rechtszaak is gestart tegen partijen die volgens Fender de vorm namaken. In een Duits verstekvonnis heeft de rechter geoordeeld dat het gitaarlichaam van de Stratocaster auteursrechtelijke bescherming geniet. Daarmee krijgt de vorm (los van logo of merknaam) een zelfstandige juridische bescherming.</p> <p>Deze Duitse uitspraak kan gevolgen hebben voor Europese en Nederlandse aanbieders van elektrische gitaren met de bekende S-vorm. Fender heeft inmiddels verschillende aanbieders cease-and-desist brieven gestuurd waar zij hoge schadevergoedingen eisen. Tegelijkertijd zijn er naar Nederlands recht vragen te stellen bij het auteursrecht waarop Fender zich beroept.</p> <p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-66216" src="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-300x177.jpg" alt="Schenkeveld Advocaten - Auteursrecht-Fender-Stratocaster-vorm-Pixabay-Schenkeveld-Advocaten" width="300" height="177" srcset="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-300x177.jpg 300w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-1200x709.jpg 1200w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-1536x908.jpg 1536w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-2048x1210.jpg 2048w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-200x118.jpg 200w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-568x336.jpg 568w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-768x454.jpg 768w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-992x586.jpg 992w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-2000x1182.jpg 2000w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-400x236.jpg 400w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-1136x671.jpg 1136w, https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wp-content/uploads/2026/05/auteursrecht-fender-stratocaster-vorm-pixabay-schenkeveld-advocaten-1984x1172.jpg 1984w" sizes="auto, (max-width: 300px) 100vw, 300px" /></p> <h4><strong>Neem contact op</strong></h4> <p>Heeft u een cease-and-desist ontvangen, of wilt u weten wat deze ontwikkeling betekent voor uw assortiment? <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/rechtsgebieden/intellectueel-eigendom/">Neem dan contact op met ons team.</a> Wij kunnen snel meedenken over de mogelijke vervolgstappen en een passende strategie.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/belangen-kinderen-ontruiming-hoge-raad-2025/">Belangen van kinderen vs. de belangen van een verhuurder: wegen de belangen van kinderen zwaarder bij ontruimingszaken?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/makelaar-voorkom-misverstanden-over-rolverdeling/">Makelaar, voorkom misverstanden over rolverdeling</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/alternatieve-geschilbeslechting-mediation-arbitrage-en-bindend-advies/">Alternatieve geschilbeslechting: mediation, arbitrage en bindend advies</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/waar-moet-een-zaakwaarnemer-zich-aan-houden-bij-het-bemiddelen-voor-contracten-van-profvoetballers/">Waar moet een zaakwaarnemer zich aan houden bij het bemiddelen voor contracten van profvoetballers?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/informatiegarantie-in-contracten/">Informatiegarantie: zekerheid in de volksmond, puzzel in het contract</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Appartement met dakterras: wanneer is gebruik ook een recht?</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/dakterras-appartement-gebruik-recht/</link>
            <pubDate>Wed, 27 May 2026 08:30:09 +0000</pubDate>
            <dc:creator>F.M. (Frank) Wagener</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66203</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Een dakterras kan een appartement aantrekkelijk maken. Het dak van een appartementencomplex is een gemeenschappelijk gedeelte van alle appartementseigenaars. Heeft uw VVE de vraag gekregen of een appartementseigenaar op (een deel van) dat dak een terras mag aanleggen en dit exclusief mag gebruiken en wil uw VVE weten of hier al dan niet aan meegewerkt<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/dakterras-appartement-gebruik-recht/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Een dakterras kan een appartement aantrekkelijk maken. Het dak van een appartementencomplex is een gemeenschappelijk gedeelte van alle appartementseigenaars. Heeft uw VVE de vraag gekregen of een appartementseigenaar op (een deel van) dat dak een terras mag aanleggen en dit exclusief mag gebruiken en wil uw VVE weten of hier al dan niet aan meegewerkt dient te worden? Onderstaand leest u de mogelijkheden.</p> <h4><strong>Twee routes om een dakterras juridisch te verbinden aan een appartement</strong></h4> <p>Als het de bedoeling is dat een dakterras duurzaam en overdraagbaar (dus ook bij verkoop) verbonden is aan het appartement zijn er twee routes mogelijk.</p> <p>De eerste route is het vastleggen van een exclusief gebruiksrecht in de splitsingsakte. Het dak blijft in dat geval gemeenschappelijk, waarbij in de splitsingsakte wordt opgenomen dat de appartementseigenaar van het appartementsrecht het betreffende dakdeel als dakterras exclusief mag gebruiken. De tweede route gaat verder. Het dakdeel wordt na een eigendomsoverdracht, via een wijziging van de splitsingsakte, aan het privégedeelte van een appartementsrecht toegevoegd. Het dakdeel is dan  niet langer een gemeenschappelijk gedeelte.</p> <p>Als deze routes via een wijziging van de splitsingsakte worden geregeld, is notariële vastlegging vereist. Voordat tot notariële vastlegging kan worden overgegaan, is toestemming vereist van de VvE. De wet noemt daarbij twee zware drempels: unanimiteit van stemmen binnen de VvE, en onder voorwaarden een besluit met een meerderheid van ten minste 4/5 van de stemmen (of de meerderheid die in de splitsingsakte is vastgelegd). Wordt die drempel voor het besluit niet gehaald, dan biedt de wet een correctiemechanisme. Artikel 5:140 BW biedt de mogelijkheid dat de rechter een vervangende machtiging verleent als één of meer appartementseigenaars zonder redelijke grond weigeren mee te werken aan een wijziging van de splitsingsakte (en splitsingstekening). De rechter maakt in dat geval een belangenafweging. Daarbij wordt beoordeeld of de weigering van de appartementseigenaar om mee te werken aan de wijziging van een splitsingsakte een reëel belang dient of dat de weigerende appartementseigenaar er bij de wijziging feitelijk niet op achteruitgaat.</p> <h4><strong>Hof Den Haag over een vervangende machtiging</strong></h4> <p>In een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 maart 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:229), werd een beroep gedaan op het correctiemechanisme van een vervangende machtiging. In die zaak waren er twee appartementseigenaren die een stem konden uitbrengen in de VVE-vergadering. Eén appartementseigenaar wilde zijn appartement verkopen met gebruik van een dakterras dat was aangelegd op het gemeenschappelijke dak. Die appartementseigenaar wilde het exclusieve gebruik van het dakterras juridisch laten vastleggen in de splitsingsstukken. De andere appartementseigenaar weigerde daaraan medewerking te verlenen, waarna een vervangende machtiging is gevraagd en door de rechtbank is verleend.</p> <p>Het gerechtshof bekrachtigt die machtiging en achtte daarbij onder meer van belang dat het dakterras al lange tijd bestaat en in 2008 op eigen kosten is gerealiseerd met toestemming van de toenmalige eigenaar van het andere appartement. Ook woog mee dat het dakterras vanuit het andere appartement niet toegankelijk is. Het gerechtshof benadrukt bovendien dat het gemeenschappelijk gebruik in feite alleen de bouwkundige functie betreft &#8211; bescherming tegen regen en wind &#8211; en dat die functie voor de appartementseigenaar die niet heeft meegewerkt behouden blijft. Daarom heeft die appartementseigenaar volgens het gerechtshof geen reëel belang om het vastleggen van het exclusieve gebruiksrecht tegen te houden, zodat de juridische situatie kan aansluiten bij de feitelijke situatie.</p> <h4><strong>Conclusie</strong></h4> <p>Het is van belang om het gebruik van een dakterras juridisch te regelen. De VVE dient hierin betrokken te worden. De VVE heeft hierbij rechten. Indien er door de VVE geweigerd wordt om mee te werken dan is het van belang om de weigering dusdanig te onderbouwen dat de rechter ook geen vervangende machtiging regelt.</p> <p>Heeft uw VVE vragen over de juridische status van een dakterras bij een appartement, of wilt uw VVE het gebruik van een dakterras al dan niet laten vastleggen in de splitsingsstukken? <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/rechtsgebieden/vastgoedrecht/vve-vereniging-eigenaren/">Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten.</a></p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-onmogelijkheid-van-regres-op-naasten/">De (on)mogelijkheid van regres op naasten</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/handhaving-recreatiewoning-bestuursrecht-uitspraak/">Handhaving na 11 jaar toch niet onevenredig</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/overpad-hoe-werkt-dit-nu-precies/">Overpad: hoe werkt dit nu precies?!</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/juridische-obstakels-optoppen/">Tussen wens en werkelijkheid: juridische obstakels overwinnen bij optoppen</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/wat-als-je-ex-spullen-verzwijgt-tijdens-de-scheiding/">Wat als je ex spullen verzwijgt tijdens de scheiding?</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>De (on)mogelijkheid van regres op naasten</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-onmogelijkheid-van-regres-op-naasten/</link>
            <pubDate>Wed, 15 Apr 2026 08:25:35 +0000</pubDate>
            <dc:creator>D.A. (Daniela) Bates</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66144</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>VAST 2026 / P-006, Daniela Bates, artikel op VAST.nl Artikel 7:962 BW geeft de schadeverzekeraar de mogelijkheid om, na uitkering aan de verzekerde, regres te nemen op de aansprakelijke derde. Deze bevoegdheid wordt in lid 3 echter beperkt door een regresverbod ten aanzien van een bepaalde kring van naasten van de verzekeringnemer: de regresblokkade. Die<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-onmogelijkheid-van-regres-op-naasten/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>VAST 2026 / P-006, Daniela Bates, <a href="https://www.vast-online.nl/art/5525/de-on-mogelijkheid-van-regres-op-naasten">artikel op VAST.nl</a></p> <p>Artikel 7:962 BW geeft de schadeverzekeraar de mogelijkheid om, na uitkering aan de verzekerde, regres te nemen op de aansprakelijke derde. Deze bevoegdheid wordt in lid 3 echter beperkt door een regresverbod ten aanzien van een bepaalde kring van naasten van de verzekeringnemer: de regresblokkade. Die blokkade is niet absoluut: in bepaalde situaties kan de verzekeraar alsnog verhaal nemen op deze naasten, met name wanneer de verzekeringnemer zelf bij gelijksoortig handelen zijn recht op uitkering zou hebben verspeeld.</p> <p>Centraal staat de vraag in dit artikel onder welke omstandigheden regres op naasten ondanks de regresblokkade toch mogelijk is. Allereerst wordt stilgestaan bij het algemene kader van subrogatie en regres (paragraaf 2), waarna wordt ingegaan op regres op naasten, de reikwijdte van de regresblokkade en de voorwaarden voor opheffing daarvan (paragraaf 3), gevolgd door praktische aanbevelingen voor de praktijk (paragraaf 4).</p> <h4>1. Het speelveld van subrogatie</h4> <p><strong><br /> 1.1 Welke vorderingsrechten heeft de verzekeraar?</strong><br /> Is een derde voor de schade aansprakelijk, dan kan de schadeverzekeraar in de regel regres op die derde nemen. Op grond van artikel 7:962 lid 1 BW subrogeert de verzekeraar van rechtswege in de vorderingsrechten van zijn verzekerde op een aansprakelijke derde. Om überhaupt te kunnen subrogeren moet de verzekeraar de schade van de verzekerde wel hebben uitgekeerd. Een enkel voornemen daartoe is dus onvoldoende.[1] Daaronder wordt ook begrepen schade die uit coulance wordt uitgekeerd aan de verzekerde. Daarmee wordt voorkomen dat de aansprakelijke derde er belang bij zou kunnen hebben om de verschuldigdheid van de door de verzekeraar gedane uitkering te betwisten.[2]</p> <p>Bij het nemen van regres heeft de verzekeraar in beginsel dezelfde mogelijkheden jegens deze derde aansprakelijke als de verzekerde zelf zou hebben. Met andere woorden: de vordering van de verzekerde gaat met alle lusten en lasten over op de verzekeraar. Tegelijkertijd kan de derde aansprakelijke dezelfde verweermiddelen gebruiken als hij tegen de verzekerde kan inbrengen. Denk hierbij aan een beroep op eigen schuld, het ontbreken van causaliteit of verjarings- en vervaltermijnen.[3]</p> <p>In een enkel geval heeft de gesubrogeerde verzekeraar minder rechten die hij kan inroepen tegenover de derde aansprakelijke. Een voorbeeld hiervan is de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 lid 1 BW. De 50%-regel werkt niet (volledig) door bij (regres)vorderingen van verzekeraars.[4] Ook kan gedacht worden aan de Bedrijfsregeling Brandregres of de Tijdelijke regeling verhaalsrechten.</p> <p>De subrogatie van artikel 7:962 BW wordt bovendien begrensd door de nemo-plusregel: de verzekeraar kan door regres geen grotere aanspraak verkrijgen dan de verzekerde zelf op de aansprakelijke derde had. In regres ‘erft’ de verzekeraar dus de vordering met alle lusten en lasten, maar kan hij ook niet méér verhalen dan de naar algemeen schadevergoedingsrecht bepaalbare schade. Dat werkt met name door bij zaakschade/total loss: ook als de verzekeraar op grond van polisvoorwaarden bijvoorbeeld nieuwwaarde (of boekwaarde) uitkeert, kan hij op de aansprakelijke derde in beginsel (maximaal) slechts de dagwaarde/marktwaarde ten tijde van het verlies verhalen, omdat dát is wat de benadeelde zelf zou kunnen vorderen.[5]</p> <p><strong>1.2 Revindicatie niet mogelijk; eigendomsoverdracht</strong><br /> Van belang is dat de verzekeraar in beginsel geen revindicatie kan vorderen van een verloren zaak (bijvoorbeeld door diefstal of verduistering), tenzij de verzekerde het eigendomsrecht van de verloren zaak (door bijvoorbeeld diefstal en/of verduistering) bij een daartoe bestemde akte aan de verzekeraar overdraagt (ex artikel 3:95 BW).[6]</p> <p>In de praktijk wordt de eigendomsoverdracht bij het verlies van een zaak in de polisvoorwaarden geregeld. Evenwel kan de verzekeraar een beroep doen op artikel 7:958 lid 3 BW, waarmee aan de verzekerde de keuze wordt voorgelegd op recht op terugbetaling van de vergoeding of op overdracht van de zaak.[7] Denk bijvoorbeeld aan diefstal van een auto. In motorrijtuigenverzekeringen is veelal voorzien in een verplichting van de verzekerde tot overdracht van het eigendom van de gestolen auto. Verzekerde zal echter zijn eigendomsrecht nog wel daadwerkelijk via een akte aan de verzekeraar moeten overdragen. De polisvoorwaarden en artikel 7:958 lid 3 BW zijn slechts een verbintenisrechtelijke verplichting tot overdracht.</p> <h4>2. Regres op naasten</h4> <p><strong><br /> 2.1 Kring van naasten</strong><br /> Ingevolge artikel 7:962 lid 3 BW is in beginsel de mogelijkheid van verhaal op een naaste van de verzekeringnemer uitgesloten. Dit is de zogeheten regresblokkade. De ratio is dat de verzekering mede in het belang van deze personen.[8]</p> <p>De naasten op wie de regresblokkade ziet, zijn personen met wie de verzekerde een duurzame relatie heeft voortvloeiend uit het familierecht, een arbeidsverhouding of een woonsituatie. Het uitoefenen van verhaal door de verzekeraar op deze kring van naasten kan ertoe leiden dat de relatie met de verzekeringnemer wordt verstoord of dat de verzekeringnemer, bijvoorbeeld bij echtgenoten, alsnog economisch wordt getroffen.[9] Dit vond de wetgever onwenselijk, waardoor de regresblokkade in het leven is geroepen.</p> <p>Het toetsingsmoment om te beoordelen of een persoon tot deze kring van naasten behoort, is het tijdstip waarop de schadetoebrengende gebeurtenis zich heeft voortgedaan. [10] Een werknemer die na de schadetoebrengende gebeurtenis wordt ontslagen, doet de mogelijkheid van regres op deze persoon niet herleven. Ook al speelt het risico van verstoring van een duurzame relatie met de verzekeringnemer op dat moment geen rol meer.</p> <p>In een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2019 (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2019:4151">ECLI:NL:GHARL:2019:4151</a>) ging het om de vraag of de dader van een steekincident de levensgezel van de benadeelde (verzekeringnemer) was in de zin van artikel 7:962 lid 3 BW op het moment van het toebrengen van letsel. In deze uitspraak stond de vraag centraal of de dader van een steekincident op het moment van het toebrengen van het letsel als levensgezel van de verzekeringnemer in de zin van artikel 7:962 lid 3 BW kon worden aangemerkt. De dader en verzekeringnemer waren op het moment van het steekincident geen huisgenoten meer, maar zij hadden wel al 35 jaar een affectieve relatie met elkaar. Het hof oordeelde dat het feit dat partijen geen huisgenoten waren, maakte dat de dader niet onder de kring van naasten viel op wie een regresblokkade geldt. De wetgever heeft er, aldus het hof, immers bewust voor gekozen om de kring van naasten duidelijk te omlijnen en te beperken. Kortom, de (zorg)verzekeraar van de verzekeringnemer kon regres nemen op de dader. Huisgenoten die ieder zelfstandig een kamer in een huis huren, vallen niet onder de kring van naasten waarop het regresverbod geldt.[11] Denk hierbij aan huisgenoten in een studentenhuis.</p> <p><strong>2.2 Opheffing regresblokkade</strong><br /> Toch zijn er situaties denkbaar waarin regres ook op voornoemde kring van naasten wenselijk is. Op grond van de tweede zin van artikel 7:962 lid 3 BW herleeft namelijk de mogelijkheid van verhaal, indien de verzekerde zelf in de situatie waarin de in het derde lid genoemde persoon aansprakelijk is jegens de verzekerde, zijn recht op uitkering zou hebben verspeeld.</p> <p>In de Memorie van Toelichting wordt de tweede zin van lid 3 als volgt toegelicht:[12]</p> <p><em>‘De tweede zin heft de uitsluiting weer op indien hun aansprakelijkheid uit bijzondere</em><br /> <em>omstandigheden voortvloeit. Het criterium hiervoor is een vergelijking met de positie van de</em><br /> <em>verzekerde zelf: zou deze op grond van wet of overeenkomst zijn recht op uitkering door zo’n</em><br /> <em>omstandigheid geheel of ten dele hebben verspeeld, dan is in zoverre ook de subrogatie niet</em><br /> <em>uitgesloten.’</em></p> <p>In de toelichting bij de eerste Nota van Wijziging wordt een toelichting met dezelfde strekking gegeven:[13]</p> <p>In dit kader is het voor de uitzonderingsgrond dus van belang of de verzekeringnemer zijn recht<br /> op uitkering had verspeeld indien hij zelf had gehandeld zoals de naaste heeft gehandeld. In de<br /> parlementaire geschiedenis zijn als voorbeelden genoemd de situatie waarin schade is<br /> veroorzaakt door opzet of roekeloosheid (ex artikel 7:952 BW).[14]</p> <p>Als de regresblokkade met succes kan worden opgeheven, subrogeert de verzekeraar conform artikel 7:962 lid 1 BW in de vorderingsrechten van zijn verzekerde op de aansprakelijke naaste.</p> <p><strong>2.3 Enkele voorbeelden uit de praktijk</strong></p> <p><em>Regres op bloedverwanten in de rechte lijn</em><br /> In de praktijk blijkt dat de regresblokkade van artikel 7:962 lid 3 BW regelmatig wordt doorbroken als het schadeveroorzakende gedrag ook onder een dekkingsuitsluiting valt. Dat speelde in de zaak van de rechtbank Midden-Nederland 12 maart 2014 (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:904">ECLI:NL:RBMNE:2014:904</a>), later bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 23 oktober 2018 (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2018:9273">ECLI:NL:GHARL:2018:9273</a>). De zoon (18) reed zonder rijbewijs en zonder toestemming met de Jaguar van zijn vader en veroorzaakte een eenzijdig ongeval met schade aan de auto en een afrastering.</p> <p>De zoon stelde dat regres was uitgesloten omdat hij een bloedverwant in rechte lijn is. De rechter en het hof oordeelden echter dat de uitzondering van artikel 7:962 lid 3 BW van toepassing was: in de polisvoorwaarden was dekking uitgesloten wanneer de feitelijke bestuurder niet over een geldig rijbewijs beschikte. De verzekeraar kon terecht, en met succes, regres nemen op zoon.</p> <p>In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2025 (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1871">ECLI:NL:RBAMS:2025:1871</a>) oordeelde de rechter ook dat de regresblokkade kon worden opgeheven, omdat de verzekeringnemer geen recht op uitkering had gehad als hij had gehandeld als zijn naaste op basis van de polisvoorwaarden.[15] De situatie was als volgt. De zoon van de verzekeringnemer reed in de auto van zijn vader. Daarbij tikte hij een snelheid aan van 185 kilometer per uur, waar een snelheid van 100 kilometer per uur was toegestaan. Daarbij reed hij achter op een andere auto, met veel schade als gevolg. Op basis van de polisvoorwaarden van vader (de verzekeringnemer) was schade als gevolg van opzet, grove schuld of roekeloosheid uitgesloten. Als vader had gehandeld zoals zoon had gedaan, had hij zijn uitkeringsrecht op de schade verspeeld. Dit maakte dat de verzekeraar met succes regres kon nemen op zoon. Kortom, opheffing van de regresblokkade kan zowel in de situatie dat de verzekeringnemer in de hypothetische situatie geen recht op uitkering had gehad op grond van de wet, als op grond van de polisvoorwaarden.</p> <p><em>Regres op werknemers</em><br /> Een tweede praktijkcategorie betreft verhaal op werknemers. In een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 april 2019 ( <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6764">ECLI:NL:RBMNE:2019:6764</a>) ging het om een beroepschauffeur die tijdens het werk met een melktankwagen een eenzijdig ongeval kreeg terwijl hij onder invloed van alcohol was. Voor subrogatie moest eerst vaststaan dat de werkgever zélf een vordering op de werknemer had. In arbeidsverhoudingen bepaalt artikel 7:661 BW dat aansprakelijkheid van de werknemer pas aan de orde is bij opzet of bewuste roekeloosheid; de kantonrechter herhaalt dat vereist is dat de werknemer zich ‘onmiddellijk voorafgaand’ aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Relevant voor artikel 7:962 lid 3 BW is bovendien dat bij een verzekeraar-werkgever-werknemer-driehoek subrogatie slechts ‘door de blokkade heen’ kan als de werknemer aansprakelijk is wegens een omstandigheid die ook de uitkering zou hebben geblokkeerd als die aan de werkgever was toe te rekenen.</p> <p>In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2025 (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8693">ECLI:NL:RBAMS:2025:8693</a>) stond regres van de verzekeraar centraal in een situatie waarin de schade was veroorzaakt door een werknemer van de verzekerde. De bestuurder was een neef én werknemer van de verzekeringnemer (een recyclingbedrijf) en kreeg met de bedrijfsauto een eenzijdig ongeval.</p> <p>De rechtbank stelt voorop dat artikel 7:962 lid 3 BW in beginsel verhindert dat een verzekeraar een gesubrogeerde vordering uitoefent op een werknemer van de verzekerde (regresblokkade), maar dat deze blokkade niet geldt indien de verzekerde zelf ‘zijn recht op uitkering zou hebben verspeeld’ als hij zich zo zou hebben gedragen. Vervolgens neemt de rechtbank als grondslag voor de onderliggende vordering van de werkgever op de werknemer (waarin de verzekeraar kan subrogeren) onrechtmatige daad aan: door het total loss rijden is inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de werkgever. Van belang in deze zaak is dat de schade door de werknemer is veroorzaakt in privétijd. De (mogelijke) beperking van artikel 7:661 BW gaat in dat geval niet op.</p> <h4>3. Aanbevelingen voor de praktijk</h4> <p>Als een verzekeraar regres wenst te nemen op een naaste, zal hij eerst moeten beoordelen of er sprake is van een regresblokkade en of deze kan worden opgeheven. Daarbij zal eerst moeten worden beoordeeld wat de relatie is tussen de verzekeringnemer en de aansprakelijke derde partij op het tijdstip van de schade. Als sprake is van een familierelatie, arbeidsrelatie of samenwoonrelatie kan sprake zijn van een regresblokkade. Vervolgens zal beoordeeld moeten worden of de regresblokkade opgeheven kan worden. Nagegaan moet worden of de verzekeringnemer zijn uitkeringsrecht had verspeeld als hij gelijksoortig had gehandeld. Met andere woorden: zou de verzekeringnemer in de hypothetische situatie zijn recht op uitkering hebben verloren – op basis van de wet of polisvoorwaarden – als hij had gehandeld als de naaste? Als het antwoord bevestigend is, dan kan de regresblokkade worden opgeheven en subrogeert de verzekeraar in de vorderingsrechten van zijn verzekeringnemer ex artikel 7:962 lid 1 BW.</p> <p>Mijns inziens is de regresblokkade een noodzakelijk en terecht beschermingsmechanisme: zij voorkomt dat een verzekeraar na uitkering de schade alsnog ‘teruglegt’ binnen de gezinssfeer of arbeidsrelatie, met het reële risico dat de verzekeringnemer indirect toch de rekening betaalt en verhoudingen onnodig worden beschadigd. Tegelijkertijd vind ik het minstens zo belangrijk dat de wet ruimte laat om die blokkade in uitzonderlijke gevallen op te heffen, juist wanneer de aansprakelijke derde zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen (zoals bij opzet, roekeloosheid, fraude of vergelijkbaar normoverschrijdend handelen). Het zou naar mijn oordeel onwenselijk zijn iemand in dergelijke situaties door de regresblokkade feitelijk aan aansprakelijkheid ontsnapt, temeer omdat het dan gaat om schade die een verzekeraar – en uiteindelijk de premiebetaler – in de kern nooit heeft beoogd te dragen.</p> <h4>Noten</h4> <p>[1] Asser/Van Tiggele, Hartlief &amp; Salomons 7-IX 2024/585.<br /> [2] Asser/Van Tiggele, Hartlief &amp; Salomons 7-IX 2024/583.<br /> [3] Asser/Van Tiggele, Hartlief &amp; Salomons 7-IX 2024/588.<br /> [4] HR 11 juli 2025, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:1133&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%253aNL%253aHR%253a2025%253a1133&amp;idx=1">ECLI:NL:HR:2025:1133</a>, <em>RvdW</em> 2025/880. Voor een uitvoerige bespreking van de doorwerking van voornoemd arrest, zie: ‘M. de Groot &amp; M. de Rouwe, ‘Geen subrogatie in de billijkheidscorrectie van de verzekerde bij de 50%-regel’, <a href="https://www.vast-online.nl/art/5350/geen-subrogatie-in-de-billijkheidscorrectie-van-de-verzekerde-bij-de-50-regel">VAST 2025 / N-011</a>.<br /> [5] P. van Zwieten &amp; J.B. Wezeman, ‘Subrogatie’, in: M.L. Hendrikse, Ph.H.J.G. van Huizen &amp; J.G.J. Rinkes (red.), <em>Verzekeringsrecht</em> (Recht en Praktijk), 6e dr., Deventer: Wolters Kluwer 2023, p. 705 854.<br /> [6] Asser/Van Tiggele, Hartlief &amp; Salomons 7-IX 2024/587.<br /> [7] P. van Zwieten &amp; J.B. Wezeman, ‘Subrogatie’, in: M.L. Hendrikse, Ph.H.J.G. van Huizen &amp; J.G.J. Rinkes (red.), <em>Verzekeringsrecht</em> (Recht en Praktijk), 6e dr., Deventer: Wolters Kluwer 2023, p. 705 854.<br /> [8] Idem.<br /> [9] Asser/Van Tiggele, Hartlief &amp; Salomons 7-IX 2024/595.<br /> [10] HR 28 november 2014, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2014:3461">ECLI:NL:HR:2014:3461</a>, NJ 2015/194<br /> [11] <em>Kamerstukken</em> II 1985/86, 19529, 3, p. 34 (MvT).<br /> [12] Parl. Gesch. Boek 7, titel 17 BW, p. 202.<br /> [13] Parl. Gesch. Boek 7, titel 17 BW, p. 203.<br /> [14] <em>Kamerstukken</em> II 1985/86, 19529, 3, p. 34 (MvT).<br /> [15] Rb. Amsterdam 19 maart 2025</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/interessante-uitspraak-didam-ii-hoge-raad-doet-uitspraak-in-bodemprocedure/">Interessante uitspraak: ‘Didam-II’: Hoge Raad doet uitspraak in bodemprocedure</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/nieuw-roz-model-voor-huurovereenkomst-woonruimte/">Nieuw ROZ-model voor huurovereenkomst woonruimte</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/initiatiefwetsvoorstel-zelfstandigenwet-een-update-voor-zelfstandigen-en-opdrachtgevers/">Initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet: een update voor zelfstandigen en opdrachtgevers</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/van-agrarisch-naar-wonen-zo-gaat-u-om-met-mondelinge-pacht-op-ontwikkellocaties/">Van agrarisch naar wonen: zo gaat u om met mondelinge pacht op ontwikkellocaties</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/handhaving-recreatiewoning-bestuursrecht-uitspraak/">Handhaving na 11 jaar toch niet onevenredig</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Informatiegarantie: zekerheid in de volksmond, puzzel in het contract</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/informatiegarantie-in-contracten/</link>
            <pubDate>Mon, 16 Mar 2026 08:44:09 +0000</pubDate>
            <dc:creator>Nicole Reijnen</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66136</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Bij het sluiten van overeenkomsten spelen informatiegaranties vaak een sleutelrol. In de praktijk klinkt een informatiegarantie als een vorm van zekerheid. Juridisch ligt dat genuanceerder. Een informatiegarantie is een afspraak tussen partijen, waarbij discussie over de uitleg op de loer kan liggen. Geen wettelijke definitie, wat is een informatiegarantie dan wel? Het Burgerlijk Wetboek kent<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/informatiegarantie-in-contracten/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Bij het sluiten van overeenkomsten spelen informatiegaranties vaak een sleutelrol. In de praktijk klinkt een informatiegarantie als een vorm van zekerheid. Juridisch ligt dat genuanceerder. Een informatiegarantie is een afspraak tussen partijen, waarbij discussie over de uitleg op de loer kan liggen.</p> <h4><strong>Geen wettelijke definitie, wat is een informatiegarantie dan wel?</strong></h4> <p>Het Burgerlijk Wetboek kent geen definitie van het begrip informatiegarantie. Een informatiegarantie heeft geen wettelijk vastgestelde inhoud met vastgestelde rechtsgevolgen. Dat betekent niet dat het Nederlandse recht helemaal geen wettelijke garanties kent. In het consumentenrecht bestaan bijvoorbeeld wetsartikelen over wat een koper van een product mag verwachten en welke rechten hij heeft wanneer een product niet aan de overeenkomst voldoet. Deze wettelijke consumentenbescherming staat echter los van contractuele garanties, zoals een informatiegarantie. Als geen sprake is van een consumentenkoop, bijvoorbeeld bij een overeenkomst tussen twee bedrijven, kan op wettelijke (consument)garanties geen beroep worden gedaan. In die gevallen worden afspraken over informatieverstrekking en garanties door de contractspartijen overeengekomen, bijvoorbeeld in de vorm van een informatiegarantie.</p> <p>Omdat een informatiegarantie geen vastomlijnd wettelijk begrip is, moet de inhoud daarvan worden vastgesteld door uitleg van de overeengekomen informatiegarantie. In Nederland gebeurt dat in beginsel aan de hand van de Haviltex‑maatstaf waarbij niet alleen de letterlijke bewoordingen van een overeenkomst van belang zijn, maar ook wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij professionele partijen kan de tekst van een overeenkomst zwaar wegen, maar de context zoals het doel van de overeenkomst, de informatiepositie van partijen en de onderhandelingsgeschiedenis tussen partijen, blijft relevant.</p> <h4><strong>Het hof Arnhem Leeuwarden over informatiegaranties</strong></h4> <p>Dat de inhoud van een overeengekomen informatiegarantie een kwestie van uitleg is,  komt scherp naar voren in een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van januari 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:157). In deze zaak ging het over de uitleg van een in een vaststellingsovereenkomst overeengekomen informatiegarantie bij het ontvlechten van gezamenlijke vastgoed- en ontwikkelposities van professionele investeringspartijen. Een van die partijen garandeerde dat alle informatie met betrekking tot bepaalde vastgoedinvesteringen en gebiedsontwikkelingen zou worden verstrekt, en dat die informatie juist, actueel en niet misleidend zou zijn. In het geschil was de vraag of die informatiegarantie was geschonden. Het hof maakt duidelijk dat de informatiegarantie niet vanzelfsprekend beperkt blijft tot de documenten die zijn verstrekt door de garant ter informatieverschaffing. Afhankelijk van de context kan ook het weglaten van relevante informatie ertoe leiden dat het totaalbeeld niet actueel of zelfs misleidend is. In deze zaak ging het onder meer om informatie over ontwikkelingen rondom een van de vastgoedprojecten, waaronder het tijdelijk stilleggen van de onderhandelingen over de verkoop van een van de ontwikkellocaties en het bestaan van conceptdocumenten zoals een concept-gebiedsvisie. Zulke informatie kan relevant zijn wanneer het bijvoorbeeld van invloed kan zijn op de waarde, haalbaarheid of timing van een project. De overeengekomen garantiebepaling bood onvoldoende houvast om de garantie te begrenzen tot de door de garant verstrekte informatie, waardoor een schending en daarmee aansprakelijkheid kon worden aangenomen.</p> <h4><strong>Garanties vragen om afbakening, definities en context</strong></h4> <p>De les die uit het arrest getrokken kan worden is dat het raadzaam is om expliciet in de overeenkomst te definiëren wat onder die garantie kan worden verstaan en wat het gevolg is als de overeengekomen garantie niet wordt nagekomen. Hiermee kan een geschil over de uitleg van een informatiegarantie en/of de gevolgen van een schending daarvan worden voorkomen.</p> <p>Heb je vragen over een garantie of wil je een garantie verstrekken? <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten.</a></p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/intrekking-onbenutte-ruimte-natuurvergunning/">Intrekking onbenutte ruimte natuurvergunning</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/nieuw-roz-model-voor-huurovereenkomst-woonruimte/">Nieuw ROZ-model voor huurovereenkomst woonruimte</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/waar-moet-een-zaakwaarnemer-zich-aan-houden-bij-het-bemiddelen-voor-contracten-van-profvoetballers/">Waar moet een zaakwaarnemer zich aan houden bij het bemiddelen voor contracten van profvoetballers?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/65118-2/">Zzp'ers, let op! Belangrijke wijziging per 1 januari 2025: opheffing handhavingsmoratorium</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/granulaat-veroorzaakt-schade-aan-het-raadhuis-van-haarlemmermeer/">Granulaat veroorzaakt schade aan het raadhuis van Haarlemmermeer</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Trafohuisje alsnog niet vergunningplichtig op grond van een verordening</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/afdeling-transformatorhuisje-vergunningvrij/</link>
            <pubDate>Thu, 12 Mar 2026 10:12:37 +0000</pubDate>
            <dc:creator>S. (Simone) Smit</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66128</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Gemeenten ontvangen veel verzoeken van netbeheerders om kleinschalige nutsvoorzieningen te plaatsen, zoals transformatorstations (“trafohuisjes”). In veel gemeenten geldt daarvoor een vergunningplicht. De vraag is of dat kan als het bouwwerk op grond van de landelijke regeling vergunningvrij is? De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hierover een duidelijke uitspraak gedaan. Liander vraagt vergunning aan “onder protest” Liander plaatste<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/afdeling-transformatorhuisje-vergunningvrij/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Gemeenten ontvangen veel verzoeken van netbeheerders om kleinschalige nutsvoorzieningen te plaatsen, zoals transformatorstations (“trafohuisjes”). In veel gemeenten geldt daarvoor een vergunningplicht. De vraag is of dat kan als het bouwwerk op grond van de landelijke regeling vergunningvrij is?</p> <p>De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hierover een duidelijke <a href="https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@156867/202307313-1-r3/">uitspraak</a> gedaan.</p> <h4><strong>Liander vraagt vergunning aan “onder protest”</strong></h4> <p>Liander plaatste een transformatorstation in Zevenhoven. Op grond van het toenmalige Besluit omgevingsrecht (Bor) meende Liander dat het bouwwerk vergunningvrij was. Toch diende zij – “onder protest” – een aanvraag in. Volgens de gemeente was toch een vergunning nodig op basis van artikel 5 lid 1 van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 (verordening). Daarin stond het verbod om “werkzaamheden van ingrijpende aard” te verrichten zonder (start)melding/vergunning/instemmingsbesluit.</p> <h4><strong>Wettelijk kader</strong></h4> <p>Artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel 18 van Bijlage II van het Bor bepaalde dat voor het bouwen van het transformatorstation en het daarvoor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wabo is vereist. Volgens artikel 5, eerste lid, van de verordening is voor het plaatsen van een transformatorstation wel een vergunning vereist.</p> <p>Liander procedeerde tot aan de Afdeling over de vraag of deze gemeentelijke vergunningplicht kon gelden ondanks dat het transformatorhuisje op grond van het Bor vergunningsvrij was.</p> <h4><strong>Geen strijd met artikel 121 Gemeentewet</strong></h4> <p>Allereerst stelt de Afdeling vast dat de verordening niet in strijd is met <a href="Artikel%20121%20Gemeentewet">artikel 121 Gemeentewet</a>. De toenmalige Wabo/Bor gaan over activiteiten in de fysieke leefomgeving. De gemeentelijke verordening had vooral een ander motief: regie en coördinatie van werkzaamheden in de publieke ruimte, het beperken van overlast en maatschappelijke kosten. Omdat sprake is van verschillende onderwerpen is de verordening daarmee niet in strijd.</p> <h4><strong>Andere wijze van doorkruisen</strong></h4> <p>De Afdeling vindt dat de lagere regeling afbreuk doet aan een uitputtend stelsel in een hogere regeling, het Bor. <strong>Uit de wetgeschiedenis van</strong> de Wabo en met name bijlage II Bor volgt dat de wetgever uitputtend heeft willen regelen wanneer kleine nutsvoorzieningen vergunningvrij zijn. Artikel 5 van de verordening maakte het plaatsen van een transformatorhuisje alsnog afhankelijk van een gemeentelijke vergunning/instemming. Feitelijk ontstaat dan tóch een voorafgaande toestemming voor een bouwwerk dat landelijk vergunningvrij is. Dat is volgens de Afdeling niet toegestaan. Liander krijgt dus gelijk in hoger beroep.</p> <h4><strong>Gevolg: bepaling buiten toepassing</strong></h4> <p>De Afdeling bepaalt dat artikel 5 van de verordening buiten toepassing moet worden gelaten. De eerder verleende omgevingsvergunning wordt herroepen, omdat voor dit bouwwerk geen vergunning is vereist.</p> <h4><strong>Hoe zit dit onder de Omgevingswet?</strong></h4> <p>Onder de Omgevingswet geldt dat voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) deze activiteit vergunningsvrij is, als de oppervlakte maximaal 15 m2 is en de hoogte maximaal 3 meter. Dit staat in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2.3&amp;paragraaf=2.3.3&amp;artikel=2.29&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 2.29 onder p van het Besluit bouwwerken leefomgeving</a> (Bbl)</p> <p>Onder het Bbl zijn de bouwwerken via <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2.3&amp;paragraaf=2.3.2&amp;artikel=2.25&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 2.25 van het Bbl</a> (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken met een dak) bedoeld om vergunningvrij te zijn. Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2.3&amp;paragraaf=2.3.2&amp;artikel=2.25&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 2.25 van het Bbl</a> is een bouwactiviteit wel vergunningplichtig als daardoor een hoofdgebouw ontstaat.</p> <p>Als een omgevingsplan voorziet in een functietoedeling die alleen nutsvoorzieningen toestaan, dan worden die voorzieningen beschouwd als hoofdgebouw en zijn die alsnog vergunningplichtig. Om die reden is een bouwwerk voor een nutsvoorziening alsnog uitgezonderd van de vergunningplicht in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2.3&amp;paragraaf=2.3.2&amp;artikel=2.27&amp;z=2026-01-01&amp;g=2026-01-01">artikel 2.27, tweede lid, onder n, van het Bbl.</a></p> <h4><strong>Wij denken graag met u mee</strong></h4> <p>Heeft u te maken met een vergelijkbare situatie, twijfelt u over de vergunningplicht of wilt u advies over de toepassing van de Omgevingswet? Onze specialisten denken graag met u mee.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-impact-van-de-rendac-uitspraak-op-intern-salderen/">De Impact van de Rendac-uitspraak op Intern Salderen</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/gemeente-amsterdam-moet-schadevergoeding-aan-deelfietsbedrijf-betalen/">Gemeente Amsterdam moet schadevergoeding aan deelfietsbedrijf betalen</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/afdeling-past-rechtspraak-over-verschoonbare-termijnoverschrijding-aan/">Afdeling past rechtspraak over verschoonbare termijnoverschrijding aan</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/alternatieve-geschilbeslechting-mediation-arbitrage-en-bindend-advies/">Alternatieve geschilbeslechting: mediation, arbitrage en bindend advies</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/verduidelijking-opkoopbescherming-in-gebruik-geven-zonder-vergunning/">Verduidelijking opkoopbescherming: in gebruik geven zonder vergunning</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>De vertegenwoordigingsovereenkomst tussen voetbalspeler en voetbalagent: de bal ligt bij de Europese rechter</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-vertegenwoordigingsovereenkomst-tussen-voetbalspeler-en-voetbalagent-de-bal-ligt-bij-de-europese-rechter/</link>
            <pubDate>Wed, 25 Feb 2026 10:24:59 +0000</pubDate>
            <dc:creator>P. (Pepijn) van Leijen</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66101</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Miljoenencommissies, dubbele petten en slepende rechtszaken: de relatie tussen voetbalspelers en hun agenten staat geregeld in de schijnwerpers. Zo leidde de transfer van Stefan de Vrij naar Internazionale tot een jarenlange juridische strijd met SEG over dubbele vertegenwoordiging en belangenverstrengeling. Ook de torenhoge commissie die Mino Raiola opstreek bij de transfer van Paul Pogba naar<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-vertegenwoordigingsovereenkomst-tussen-voetbalspeler-en-voetbalagent-de-bal-ligt-bij-de-europese-rechter/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Miljoenencommissies, dubbele petten en slepende rechtszaken: de relatie tussen voetbalspelers en hun agenten staat geregeld in de schijnwerpers. <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/waar-moet-een-zaakwaarnemer-zich-aan-houden-bij-het-bemiddelen-voor-contracten-van-profvoetballers/">Zo leidde de transfer van Stefan de Vrij naar Internazionale tot een jarenlange juridische strijd met SEG over dubbele vertegenwoordiging en belangenverstrengeling.</a> Ook de torenhoge commissie die Mino Raiola opstreek bij de transfer van Paul Pogba naar Manchester United leidde internationaal tot discussie. Achter deze geschillen schuilt vrijwel altijd één juridisch document: de vertegenwoordigingsovereenkomst.</p> <p>In een vertegenwoordigingsovereenkomst maken voetbalspelers en voetbalagenten afspraken over de werkzaamheden van de voetbalagent, bijvoorbeeld over bemiddeling, vergoeding en exclusiviteit. Voorheen waren voetbalspelers en voetbalagenten grotendeels vrij om hierover zelf afspraken te maken, maar sinds oktober 2023 zijn de FIFA Football Agent Regulations (FFAR) in werking getreden, waarin onder andere de vertegenwoordigingsovereenkomst met voetbalspelers wordt gereguleerd.</p> <h4><strong>De FFAR</strong></h4> <p>De FFAR leggen voorwaarden en beperkingen op aan de inhoud van vertegenwoordigingsovereenkomsten, om de positie van voetbalspelers te beschermen. Zo geldt een relatief korte maximumduur van de vertegenwoordigingsovereenkomst (maximaal twee jaar), is het de voetbalagent niet zomaar toegestaan om binnen een transactie voor zowel de betrokken voetbalspeler als de betrokken voetbalclub op te treden en wordt de vergoeding voor de voetbalagent gemaximeerd op 3 tot 5 procent van de inkomsten die de voetbalspeler van een voetbalclub zal ontvangen.</p> <p>Ook verzekeren de FFAR het recht op zelfbeschikking van de voetbalspeler. Een voetbalspeler moet namelijk altijd de mogelijkheid hebben om zelf de onderhandelingen met een voetbalclub te voeren, zonder betrokkenheid van een voetbalagent. Ieder beding in een vertegenwoordigingsovereenkomst dat dit recht op zelfbeschikking van de voetbalspeler beperkt, is volgens de FFAR nietig.</p> <h4><strong>Juridische strijd</strong></h4> <p>Al sinds hun aankondiging hebben de FFAR tot veel discussie geleid. Met name voetbalagenten hebben bezwaar gemaakt tegen diverse regels uit de FFAR, zoals de beperkingen op ‘dubbele vertegenwoordiging’ en de maximering van de vergoedingen voor voetbalagenten. In verschillende EU-lidstaten zijn juridische procedures gestart over de FFAR, waarin wordt betoogd dat de FFAR in strijd zijn met EU-recht.</p> <p>In die procedures hebben de nationale rechters het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) gevraagd om een oordeel te geven over de verhouding tussen de FFAR en het EU-recht. Het is onduidelijk wanneer het HvJEU precies uitspraak zal doen, maar de uitspraak wordt ergens in 2026 verwacht. In afwachting van de uitspraak van het HvJEU heeft de FIFA de werking van bestreden bedingen van de FFAR tijdelijk opgeschort. Hierdoor gelden de regels in kwestie niet, zolang er nog geen uitspraak is gedaan door het HvJEU.</p> <h4><strong>Hoe nu verder?</strong></h4> <p>Totdat er duidelijkheid is over de geldigheid van de FFAR, zijn voetbalspelers en voetbalagenten vrij om zelf afspraken te maken. De niet-opgeschorte bedingen uit de FFAR zijn op dit moment nog van kracht, zoals het recht op zelfbeschikking van de voetbalspeler. De afspraken in een vertegenwoordigingsovereenkomst mogen wel afwijken van de tijdelijk opgeschorte bedingen uit de FFAR. Dit betekent bijvoorbeeld dat vooralsnog een hogere vergoeding voor de voetbalagent kan worden afgesproken.</p> <p>Let erop dat gemaakte afspraken in een vertegenwoordigingsovereenkomst waarschijnlijk zullen moeten worden aangepast op het moment dat het HvJEU uitspraak doet, ongeacht wat de uitkomst van die uitspraak zal zijn. Het is daarom aan te bevelen om hier bij het aangaan van een vertegenwoordigingsovereenkomst al op te anticiperen, bijvoorbeeld door op te nemen dat de voetbalspeler en voetbalagent met elkaar in overleg treden om tot nieuwe afspraken te komen, mocht een beding uit de vertegenwoordigingsovereenkomst ongeldig blijken te zijn.</p> <p>Heeft u vragen over een vertegenwoordigingsovereenkomst of gaat u een vertegenwoordigingsovereenkomst tekenen? <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">Neem contact met ons op.</a></p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/belangen-kinderen-ontruiming-hoge-raad-2025/">Belangen van kinderen vs. de belangen van een verhuurder: wegen de belangen van kinderen zwaarder bij ontruimingszaken?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/vervangende-toestemming-bij-verhuizing-met-een-minderjarige/">Vervangende toestemming bij verhuizing met een minderjarige</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/omgevingswet-voor-het-eerst-toegepast/">Omgevingswet voor het eerst toegepast</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/explosies-bij-woningen-sluiting-door-de-burgemeester/">Explosies bij woningen, sluiting door de burgemeester</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/juridische-obstakels-optoppen/">Tussen wens en werkelijkheid: juridische obstakels overwinnen bij optoppen</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Verduidelijking opkoopbescherming: in gebruik geven zonder vergunning</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/verduidelijking-opkoopbescherming-in-gebruik-geven-zonder-vergunning/</link>
            <pubDate>Wed, 04 Feb 2026 14:29:48 +0000</pubDate>
            <dc:creator>E.C.W. (Ilse) van der Poel</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66076</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>De opkoopbescherming op grond van artikel 41 Huisvestingswet is sinds 2022 een belangrijk instrument voor gemeentes om betaalbare koopwoningen te beschermen tegen beleggers die woningen opkopen voor verhuur. De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24540) illustreert hoe streng de regels in de praktijk kunnen uitpakken. Kern van de zaak In deze procedure stond de vraag<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/verduidelijking-opkoopbescherming-in-gebruik-geven-zonder-vergunning/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>De opkoopbescherming op grond van artikel 41 Huisvestingswet is sinds 2022 een belangrijk instrument voor gemeentes om betaalbare koopwoningen te beschermen tegen beleggers die woningen opkopen voor verhuur. De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24540) illustreert hoe streng de regels in de praktijk kunnen uitpakken.</p> <h4><strong>Kern van de zaak</strong></h4> <p>In deze procedure stond de vraag centraal of aan twee particuliere eigenaren terecht bestuurlijke boetes zijn opgelegd voor het in gebruik geven van een woning. Hiervoor was geen vergunning op grond van artikel 41 Huisvestingswet verleend. Vier jaar na de levering van de woning wordt deze bewoond door een derde. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag legde aanvankelijk aan beide eigenaren een boete van € 10.000,- op. In bezwaar werd deze boete gematigd naar € 5.000,- per eigenaar.</p> <p>Volgens de eigenaren was er geen sprake van verhuur, maar van een tijdelijke vriendendienst. Ook stelden zij dat zij niet wisten van de opkoopbescherming. Daarnaast doen zij een beroep op het evenredigheidsbeginsel en hun beperkte financiële draagkracht.</p> <h4><strong>In gebruik geven is al voldoende </strong></h4> <p>De rechtbank vindt dat het in gebruik geven van een woning aan een derde een overtreding is. Of dat gebeurt op basis van huur is niet doorslaggevend. Het (tijdelijk) laten bewonen van een woning door een derde valt onder het verbod van artikel 41 Huisvestingswet, zolang daarvoor geen vergunning is verleend.</p> <p>Ook stelt de rechtbank dat het aan de eigenaar is om op de hoogte te zijn van de opkoopbescherming. Goede bedoelingen of een voorgenomen toekomstige eigen bewoning doen daar niet aan af.</p> <h4><strong>Geen waarschuwing vooraf</strong></h4> <p>Het college hoeft daarbij niet eerst te waarschuwen voordat de boete wordt opgelegd. De rechtbank acht het niet onredelijk dat de gemeente direct een boete oplegt, vanwege het afschrikkende karakter van de boete en het doel van de regeling.</p> <h4><strong>Hoogte boete en matiging</strong></h4> <p>De hoogte van de boete wordt bepaald op basis van de tabel in de bijlage bij de Haagse <a href="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR698067">Huisvestigingsverordening</a>. Hoe hoog de boete is, hangt af van het soort overtreding, of er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie en of eerder een soortgelijke overtreding is begaan. Ondanks het feit dat de hoogte bij wettelijk voorschrift (de Huisvestingsverordening) is vastgesteld en de boetes zijn gefixeerd, moet het college de boete verlagen als aannemelijk is dat de overtreder minder verwijtbaar is, de overtreding beperkt ernstig is of als er sprake is van geringe financiële draagkracht.</p> <p>In dit geval was het een eerste overtreding en was geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie. De rechtbank vond desondanks dat de boete van € 5.000,- per eigenaar niet onevenredig was.</p> <h4><strong>Beperkte financiële draagkracht</strong></h4> <p>Door de eigenaren werd aangevoerd dat zij beperkte financiële draagkracht hebben. Het is aan de overtreder om aannemelijk te maken (dus: te onderbouwen) dat sprake is van geringe financiële draagkracht en dat de boete daarom onevenredig uitpakt. Dit kan worden onderbouwd door het netto besteedbaar inkomen voldoende inzichtelijk te maken. De eigenaren hadden dit volgens de uitspraak onvoldoende gedaan, waardoor de rechtbank hieraan voorbij is gegaan.</p> <h4><strong>Overschrijding redelijke termijn</strong></h4> <p>De rechtbank heeft de boetes wel gematigd. Matiging vond plaats vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Die termijn was met vijf maanden overschreden, daarom is een matiging toegepast op de boete van 5%. De boete wordt door de rechtbank vastgesteld op € 4.750,- per eigenaar.</p> <h4><strong>Relevantie voor de praktijk </strong></h4> <p>Overtreding van de regels voor opkoopbescherming mogen worden beboet zonder voorafgaande waarschuwing. Het enkel in gebruik geven aan een derde kan al leiden tot overtreding van het verbod. Het college hoeft daarbij niet te bewijzen dat sprake is van huur. Het is daarnaast aan de overtreder om aan te tonen dat sprake is van beperkte financiële draagkracht.</p> <h4>Conclusie</h4> <p>Deze uitspraak benadrukt het belang van de doorlooptijd van procedures. Hoewel de boete in stand blijft, leidde de procedurele vertraging tot matiging van de boete. Een efficiënte afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures is daarmee niet alleen bestuurlijk wenselijk, maar ook financieel relevant.</p> <p>Heeft u vragen over deze uitspraak of wilt u advies over de toepassing van de opkoopbescherming? Neem dan <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">contact</a> op met onze sectie Overheidsrecht.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/referentiesituatie-en-natuurvergunningen-wat-betekent-dit-voor-ondernemers/">Referentiesituatie en natuurvergunningen: Wat betekent dit voor ondernemers?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/de-impact-van-de-rendac-uitspraak-op-intern-salderen/">De Impact van de Rendac-uitspraak op Intern Salderen</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/intrekking-onbenutte-ruimte-natuurvergunning/">Intrekking onbenutte ruimte natuurvergunning</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/omgevingswet-voor-het-eerst-toegepast/">Omgevingswet voor het eerst toegepast</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/intern-salderen-met-algemene-regels-mag-niet-meer-welke-oplossingen-zijn-er-mogelijk/">Intern salderen met algemene regels mag niet meer. Welke oplossingen zijn er mogelijk?</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Waar moet een zaakwaarnemer zich aan houden bij het bemiddelen voor contracten van profvoetballers?</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/waar-moet-een-zaakwaarnemer-zich-aan-houden-bij-het-bemiddelen-voor-contracten-van-profvoetballers/</link>
            <pubDate>Mon, 26 Jan 2026 10:14:30 +0000</pubDate>
            <dc:creator>Lisa Hageman</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66041</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Op 26 september 2025 wees de Hoge Raad arrest in het geschil tussen profvoetballer Stefan de Vrij en zijn voormalig zaakwaarnemer Sports Entertainment Group (‘SEG’) over de perikelen rondom zijn transfer naar Internazionale in 2018. De zaakwaarnemer moet De Vrij naar verwachting een forse schadevergoeding van miljoenen betalen. Aan welke regels moet een zaakwaarnemer zich<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/waar-moet-een-zaakwaarnemer-zich-aan-houden-bij-het-bemiddelen-voor-contracten-van-profvoetballers/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Op 26 september 2025 wees de Hoge Raad arrest in het geschil tussen profvoetballer Stefan de Vrij en zijn voormalig zaakwaarnemer Sports Entertainment Group (‘SEG’) over de perikelen rondom zijn transfer naar Internazionale in 2018. De zaakwaarnemer moet De Vrij naar verwachting een forse schadevergoeding van miljoenen betalen. Aan welke regels moet een zaakwaarnemer zich houden en welke regels heeft zij hier geschonden?</p> <h4><strong>Wat is er gebeurd?</strong></h4> <p>SEG trad al bij eerdere transferonderhandelingen op voor profvoetballer De Vrij. Bij de overstap van De Vrij naar Internazionale handelde SEG daarnaast ook als intermediair voor Internazionale. SEG liet echter niet aan De Vrij weten wat haar eigen belang was bij het tot stand komen van een contract tussen De Vrij en Internazionale: een commissie van € 7,5 miljoen, een mogelijke bonus van € 2 miljoen en een percentage van de transfersom bij een eventuele volgende transfer. Dat laatste was het geval indien De Vrij een contract voor vijf jaar zou tekenen en zijn totale salaris niet hoger zou zijn dan € 50 miljoen.</p> <p>De Vrij ontdekte pas na zijn transfer naar Internazionale dat SEG ook een overeenkomst met Internazionale had gesloten en dat SEG zodoende een groot eigen financieel belang had bij de tot stand gekomen overeenkomst tussen hem en Internazionale. Volgens De Vrij had SEG zich schuldig gemaakt aan ongeoorloofde belangenverstrengeling.</p> <h4><strong>Aan welke regels moet een zaakwaarnemer zich bij een bemiddeling houden? </strong></h4> <p>De Vrij en SEG hebben een bemiddelingsovereenkomst (artikel 7:425 e.v. BW) gesloten, een specifieke vorm van de overeenkomst van opdracht. SEG verbond zich tegenover De Vrij om hem, tegen loon, te ondersteunen bij de totstandkoming van een overeenkomst met een derde, in dit geval Internazionale.</p> <p>Op grond van deze overeenkomst was SEG wettelijk verplicht om te handelen als goed opdrachtnemer (artikel 7:401 BW) en, nu zij direct of indirect belang had bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen De Vrij en Internazionale, om De Vrij in kennis te stellen van dit aanzienlijke eigen belang (artikel 7:427 jo. 7:418 BW). Kortom, voor SEG geldt in elk geval een mededelingsplicht.</p> <h4><strong>Oordeel rechtbank en gerechtshof</strong></h4> <p>De rechtbank Amsterdam oordeelde dat SEG haar mededelingsplicht had geschonden. Dit heeft grote gevolgen voor SEG, aangezien SEG door deze schending geen recht op loon heeft en tegenover De Vrij schadeplichtig is. De rechtbank veroordeelde SEG tot betaling van een schadebedrag aan De Vrij van € 4,75 miljoen.</p> <p>In hoger beroep liet het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank grotendeels in stand, maar de schade van De Vrij werd nog een stuk hoger begroot. Dit kwam uit op een bedrag van ruim € 5,2 miljoen.</p> <h4><strong>Oordeel Hoge Raad</strong></h4> <p>Zowel De Vrij als SEG stelde vervolgens cassatie in. De Hoge Raad heeft het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, omdat het gerechtshof de schade hoger begrootte dan de rechtbank, terwijl De Vrij in hoger beroep geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van het schadebedrag dat de rechtbank had vastgesteld. Dit is een formele vernietigingsgrond.</p> <p>De Hoge Raad is wel van oordeel dat SEG haar mededelingsplicht heeft geschonden. Het gerechtshof had volgens de Hoge Raad bij het begroten van de schade alleen niet zonder motivering voorbij mogen gaan aan de stellingen van SEG inclusief een bewijsaanbod én aan het feit dat De Vrij in hoger beroep geen (incidentele) grief heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de schade moest worden begroot op € 4,75 miljoen. Door desondanks toch een hogere schadevergoeding toe te kennen dan de rechtbank, heeft het gerechtshof de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep overschreden.</p> <p>De Hoge Raad verwijst de zaak voor verdere afdoening naar het gerechtshof Den Haag. Het gerechtshof Den Haag moet zich opnieuw buigen over de schadevergoeding die SEG aan De Vrij moet betalen. Dit bedrag kan in elk geval niet hoger zijn dan € 4,75 miljoen, vanwege het feit dat De Vrij in hoger beroep geen aanspraak maakte op een hogere vergoeding dan het door de rechtbank toegewezen bedrag van € 4,75 miljoen.</p> <h4><strong>Geleerde lessen</strong></h4> <p>Heeft een lasthebber, in dit geval in de vorm van bemiddelaar, direct of indirect belang bij de totstandkoming van een rechtshandeling, dan is hij verplicht de lastgever, in dit geval een profvoetballer, daarvan in kennis te stellen. Deze mededelingsplicht wordt niet beperkt door een onderzoeksplicht van de lastgever.</p> <p>Kortom, een bemiddelaar moet volledig transparant zijn over zijn (financiële) belangen bij het tot stand komen van een overeenkomst tussen de lastgever en een derde. De bemiddelaar kan deze verplichting niet omzeilen door aan te voeren dat de lastgever dat zelf had kunnen of behoren te weten. Laat een bemiddelaar na de lastgever hierover te informeren, dan heeft hij geen recht op het in de bemiddelingsovereenkomst overeengekomen loon en is hij gehouden de geleden schade aan de lastgever te vergoeden.</p> <p>Daarnaast is het, ook wanneer het de wederpartij is die in hoger beroep gaat, verstandig om incidenteel hoger beroep in te stellen tegen de onderdelen van het vonnis die in hoger beroep eventueel nog gunstiger kunnen uitvallen. Zo wordt voorkomen dat de uitspraak in hoger beroep alleen maar slechter kan uitvallen dan in eerste aanleg.</p> <p>Heeft u vragen over de mededelingsplicht? Of een ander vraagstuk binnen het sportrecht? Neem gerust <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">contact</a> met ons op.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/belangen-kinderen-ontruiming-hoge-raad-2025/">Belangen van kinderen vs. de belangen van een verhuurder: wegen de belangen van kinderen zwaarder bij ontruimingszaken?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/nieuw-roz-model-voor-huurovereenkomst-woonruimte/">Nieuw ROZ-model voor huurovereenkomst woonruimte</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/afdeling-past-rechtspraak-over-verschoonbare-termijnoverschrijding-aan/">Afdeling past rechtspraak over verschoonbare termijnoverschrijding aan</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/rentevergoeding-bij-overname-woning-na-echtscheiding-en-lage-hypotheekrente/">Rentevergoeding bij overname woning na echtscheiding en lage hypotheekrente</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/alternatieve-geschilbeslechting-mediation-arbitrage-en-bindend-advies/">Alternatieve geschilbeslechting: mediation, arbitrage en bindend advies</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
               <item>
            <title>Handhaving &#038; het vertrouwensbeginsel</title>
            <link>https://www.schenkeveldadvocaten.nl/vertrouwensbeginsel-handhaving-recreatiewoning-bergeijk/</link>
            <pubDate>Wed, 21 Jan 2026 10:52:41 +0000</pubDate>
            <dc:creator>S. (Simone) Smit</dc:creator>
                        
            <guid isPermaLink="false">https://www.schenkeveldadvocaten.nl/?p=66035</guid>
                           <description><![CDATA[ <p><p>Het komt niet vaak voor dat een persoon met succes een beroep doet op het vertrouwensbeginsel in een handhavingszaak. In de uitspraak van vandaag van de Afdeling over handhaving in Bergeijk, slaagt dit beroep. Bergeijkse recreatiewoning Op 21 januari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over een handhavingskwestie in<span class="read-more"><span class="read-more-ellipsis">&#8230; </span><a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/vertrouwensbeginsel-handhaving-recreatiewoning-bergeijk/" class="read-more-link">Lees verder</a></span></p>
</p> ]]></description>
                                                <content:encoded><![CDATA[ <p><p>Het komt niet vaak voor dat een persoon met succes een beroep doet op het vertrouwensbeginsel in een handhavingszaak. In de uitspraak van vandaag van de Afdeling over handhaving in Bergeijk, slaagt dit beroep.</p> <h4><strong>Bergeijkse recreatiewoning</strong></h4> <p>Op <a href="https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@155835/202400498-1-r2/">21 januari 2026</a> heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State <a href="https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@155835/202400498-1-r2/">uitspraak</a> gedaan over een handhavingskwestie in Bergeijk. Het college van B&amp;W had aan een eigenaar een last onder dwangsom opgelegd om een recreatiewoning, overkapping en houthok te verwijderen. Volgens het bestemmingsplan was recreatief gebruik niet toegestaan en was er geen vergunning verleend voor de bouwwerken.</p> <h4><strong>Brief 1996</strong></h4> <p>Volgens de eigenaar heeft het college in 1996 het vertrouwen gewekt dat de recreatiewoning mocht blijven staan én recreatief gebruikt mocht worden. In een brief van het college van 22 november 1996 staat:</p> <p>&#8220;(..) Gebleken is dat op Uw perceel een keet aanwezig is met afmetingen van ca 13,70 x 10,00 x 5,50 m (lxbxh). Omdat deze keet reeds gedurende lange tijd aanwezig is, valt deze onder het overgangsrecht en mag derhalve blijven staan. Ook het recreatieve gebruik daarvan mag worden voortgezet. Ander gebruik waardoor de kwalitatieve afwijking van het bestemmingsplan wordt vergroot, zoals bijvoorbeeld bewoning of bedrijfsmatige activiteiten, is niet toegestaan. Indien U voornemens bent de keet te verbouwen, is daarvoor een bouwvergunning nodig en verzoeken wij U vooraf met ons in overleg te treden&#8221;</p> <h4><strong>Gewekt vertrouwen</strong></h4> <p>De Afdeling vindt dat met deze brief inderdaad bij de eigenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de recreatiewoning op het perceel mag blijven staan én recreatief mag worden gebruikt. Dit vertrouwen had het college moeten meewegen bij het besluit om handhavend op te treden.</p> <h4><strong>Bewijslast</strong></h4> <p>Volgens het college wijkt de bestaande recreatiewoning af van het gebouw wat in 1996 op het perceel stond. De Afdeling bepaalt dat met de foto’s en de verklaringen van de eigenaar aannemelijk is gemaakt dat de huidige recreatiewoning niet afwijkt van het gebouw dat er stond ten tijde van de brief. Het is dan aan het college om twijfel hierover te zaaien stelt de Afdeling.</p> <p>Volgens de uitspraak is het college daarin niet geslaagd. De Afdeling stelt daarna dat met de brief wel het vertrouwen is gewekt, en dat dit gewekte vertrouwen ten onrechte niet is betrokken door het college en de rechtbank in de procedure.</p> <h4><strong>Juridisch kader en verwijzingen</strong></h4> <p><em>Vertrouwensbeginsel. </em>De uitspraak bevestigt de lijn uit de standaarduitspraak van de Afdeling over het vertrouwensbeginsel (<a href="https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@115589/201802496-1-a1/">ECLI:NL:RVS:2019:194</a>, de Amsterdamse Dakopbouw). Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat toezeggingen zijn gedaan door of namens het bestuursorgaan, waaruit redelijkerwijs kan en mag worden afgeleid dat een bepaalde bevoegdheid zou worden uitgeoefend.</p> <p><em>Beginselplicht tot handhaving</em>. De Afdeling verwijst naar de uitspraak uit 2025 (<a href="https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@148746/202206610-1-r2/">ECLI:NL:RVS:2025:678</a>, herformulering beginselplicht). Daarin is bepaald dat het bestuursorgaan in beginsel verplicht is handhavend op te treden tegen overtredingen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.</p> <h4><strong>Tussenuitspraak</strong></h4> <p>Het college moet binnen 10 weken opnieuw toereikend motiveren of en zo ja welke belangen zwaarder wegen dan de gewekte verwachtingen. Daarbij moet het college ook rekening houden met andere belangen, zoals het algemeen belang of belangen van derden.</p> <h4><strong>Relevantie voor de praktijk</strong></h4> <p>Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat een zorgvuldige belangenafweging bij handhaving moet plaatsvinden. Dit geldt zeker wanneer is aangevoerd dat er gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt. Bestuursorganen moeten in de motivering van besluiten expliciet rekening houden met eventueel gewekte verwachtingen, in lijn met de uitspraken van de Afdeling daarover.</p> <p>Heeft u vragen over deze uitspraak of wilt u advies over handhavingskwesties en het vertrouwensbeginsel? Neem <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/contact/">contact</a> op met onze sectie Omgevingsrecht.</p>                <h3 data-title-count="1" class="section-element-title__heading h4 order-2"> Gerelateerde Blogs </h3>   <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/handhaving-recreatiewoning-bestuursrecht-uitspraak/">Handhaving na 11 jaar toch niet onevenredig</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/gewekt-vertrouwen-verlenging-raamovereenkomst-aanbestedingsrecht/">Aanbestedingsrecht: gewekt vertrouwen bij verlenging raamovereenkomst?</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/gemeente-amsterdam-moet-schadevergoeding-aan-deelfietsbedrijf-betalen/">Gemeente Amsterdam moet schadevergoeding aan deelfietsbedrijf betalen</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/evenredigheid-en-het-streven-naar-maatwerk-bij-handhaving/">Evenredigheid en het streven naar maatwerk bij handhaving</a> <a href="https://www.schenkeveldadvocaten.nl/initiatiefwetsvoorstel-zelfstandigenwet-een-update-voor-zelfstandigen-en-opdrachtgevers/">Initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet: een update voor zelfstandigen en opdrachtgevers</a></p> ]]></content:encoded>
                                                                        </item>
         </channel>
</rss>
<!--
Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: https://www.boldgrid.com/w3-total-cache/

Paginacaching met Disk: Enhanced (Page is feed) 

Served from: www.schenkeveldadvocaten.nl @ 2026-06-23 20:41:00 by W3 Total Cache
-->