Blogs

Wanneer is een advocaat aansprakelijk tegenover derden?

21/01/20 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 7 minuten

In hoeverre moet een advocaat bij de dienstverlening aan zijn cliënt ook rekening houden met mogelijke belangen van derden? Aan de hand van een langslepend conflict over de opbrengst van een verkocht vliegtuig vertelt Schenkeveld Advocaten u daar graag meer over.

De beroepsaansprakelijkheid van een advocaat tegenover zijn cliënt

In een eerder artikel legden wij u uit wat de maatstaf is voor de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat tegenover zijn cliënt. Kort gezegd komt het erop neer dat een advocaat een zorgplicht heeft. Deze zorgplicht houdt in dat de advocaat moet handelen zoals een redelijk handelende en redelijk bekwame vakgenoot met dezelfde kennis en ervaring in dezelfde situatie zou hebben gedaan. Of dat in een concrete zaak het geval was, hangt in de praktijk vrijwel altijd af van de omstandigheden van het geval. Heeft de advocaat zijn zorgplicht geschonden? Dan is hij aansprakelijk voor de schade die de cliënt daardoor lijdt.

De beroepsaansprakelijkheid van advocaten tegenover derden

In de praktijk komt het ook wel eens voor dat een ander dan de cliënt van mening is dat hij schade lijdt door het onrechtmatig of onzorgvuldig handelen van een advocaat. Schuldeisers van een failliete vennootschap bijvoorbeeld. Deze partijen kunnen de advocaat dan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk stellen.

Vliegtuig verkocht, opbrengst foetsie: advocaat aansprakelijk voor schade derden?

Dit gebeurde ook in een zaak waarin de Hoge Raad onlangs uitspraak deed. Wat was er aan de hand? De advocaten van Banning waren als huisadvocaten betrokken bij een (internationale) groep vennootschappen en hun bestuurders. Daarvan kwamen in 2005 verschillende vennootschappen in financiële problemen. Besloten werd om een vliegtuig uit het vermogen van twee Belgische vennootschappen te verkopen voor een bedrag van 2,8 miljoen dollar. Dit bedrag werd door de koper van het vliegtuig, in opdracht van de verkopers, niet overgemaakt naar de twee Belgische vennootschappen, maar naar een gelieerde Zwitserse vennootschap. Banning verzorgde deze betalingsopdracht in opdracht van de vennootschappen.

Vervolgens ging de opbrengst, via de Zwitserse vennootschap naar een eveneens gelieerde Nederlandse vennootschap, waarna het bedrag werd opgemaakt en alle vennootschappen – uiteindelijk – failliet gingen. Hierop stelden de curatoren van de verkopers van het vliegtuig, de twee Belgische vennootschappen, onder meer dat hun schuldeisers door de betaling aan de Zwitserse vennootschap waren benadeeld. En dat Banning, gelet op de omstandigheden waarin het concern in 2005 verkeerde, niet aan deze constructie had mogen meewerken. Daarom stelden de curatoren Banning aansprakelijk en vorderden zij de koopsom van het vliegtuig van Banning.

De rechtbank

De rechtbank stelde de curatoren in 2016 in het gelijk. De rechters vonden dat Banning onrechtmatig en onzorgvuldig had gehandeld jegens de schuldeisers van de Belgische vennootschappen. Banning had in de gegeven omstandigheden nader onderzoek moeten doen naar de risico’s van de betalingsomleiding, aldus de rechtbank.

Het Gerechtshof

Banning ging in hoger beroep en het Gerechtshof besliste in 2018 dat Banning niet onrechtmatig had gehandeld of toerekenbaar tekort was geschoten. Volgens het hof was niet gebleken dat Banning de ‘Zwitserse route’ had geadviseerd. De advocaten hadden zich alleen aan de instructies van hun cliënten (de Belgische vennootschappen) gehouden. Bovendien wisten de Belgische vennootschappen dat zij na de verkoop aan de Zwitserse vennootschappen niet meer zelf over de opbrengst konden beschikken, aldus het hof.

De Hoge Raad

Hierop stelden de curatoren cassatie in en moest de Hoge Raad duidelijkheid brengen. In de uitspraak geeft de Hoge Raad niet alleen een beslissing in deze zaak, maar ook een aantal belangrijke uitgangspunten voor de aansprakelijkheid van advocaten tegenover derden.

De Hoge Raad stelt namelijk eerst dat de aard van het werk van een advocaat (het behartigen van de belangen van zijn cliënt) meebrengt dat hij zich partijdig opstelt. Daarbij moet de advocaat wel oog hebben voor de gerechtvaardigde belangen van anderen, zoals de wederpartij of derden:

“Onder omstandigheden kan een advocaat gehouden zijn bij zijn dienstverlening aan de cliënt rekening te houden met hem bekende of redelijkerwijs kenbare, gerechtvaardigde belangen van derden die in voor hen nadelige zin zouden kunnen worden geraakt door het (voorgenomen) handelen of nalaten waarop zijn dienstverlening betrekking heeft. Indien een advocaat weet, of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat sprake is van zodanige belangen en dat de betrokken derden door een (voorgenomen) handelen of nalaten op onaanvaardbare wijze in die belangen zouden kunnen worden geschaad, dient hij zijn dienstverlening aan de cliënt daarop af te stemmen. Daarbij valt te denken aan het ontraden van een voorgenomen transactie, of het waarschuwen van de cliënt voor de daaraan, in verband met de betrokken belangen van derden, verbonden risico’s.

Bij het voorgaande geldt dat een advocaat mag afgaan op de juistheid van de hem door de cliënt verstrekte gegevens zolang in redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken.”

In een zaak als de onderhavige betekent dat volgens de Hoge Raad:

“dat een advocaat bij zijn dienstverlening met betrekking tot een voorgenomen financiële transactie geen rekening hoeft te houden met mogelijke belangen van derden, tenzij hij uit de hem door de cliënt verschafte gegevens of de overige omstandigheden van het geval redelijkerwijs behoort af te leiden dat zodanige, gerechtvaardigde, belangen door de van hem gevraagde dienstverlening op onaanvaardbare wijze kunnen worden geschaad.”

Hoe een advocaat moet concluderen dat er sprake is van een situatie waarin hij nader onderzoek moet doen is volgen de Hoge Raad afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren onder meer de inhoud en de reikwijdte van zijn opdracht.

Het feit dat de advocaat weet dat zijn cliënt, of de groep waarvan zijn cliënt deel uitmaakt, in financieel zwaar weer verkeert is daarbij op zichzelf niet genoeg, ook niet als de advocaat gespecialiseerd is in het faillissementsrecht. Gelet op de informatie die Banning van de cliënt had ontvangen had de advocaat niet kunnen weten of moeten begrijpen dat het geld uit de gelieerde Zwitserse vennootschap zou verdwijnen. Kortom: de Hoge Raad is van mening dat Banning, gelet op de omstandigheden van dit geval, niet aansprakelijk is.

Vragen?

Heeft u hier vragen over? Of wilt u zelf een advocaat aansprakelijk stellen? Neemt u dan gerust contact op met onze advocaten beroepsaansprakelijkheid.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs