Blogs

Voorwaarden derogatie stikstofnorm dierlijke mest 2014-2017

13/05/14 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

De Europese Nitraatrichtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid om een derogatie van de stikstof gebruiksnorm aan te vragen bij de Europese Commissie, waardoor een landbouwer onder bepaalde voorwaarden een hogere gebruiksnorm kan hanteren voor de dierlijke mest op zijn bedrijf.

Stikstof gebruiksnorm tegen waterverontreiniging

De Europese Nitraatrichtlijn beoogt de waterverontreiniging die wordt veroorzaakt door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Wat is het belang van derogatie voor de landbouwer? Wanneer een landbouwer niet voldoet aan de voorwaarden voor derogatie is voor de dierlijke mest op zijn bedrijf de algemene gebruiksnorm van maximaal 170 kg stikstof per hectare per jaar van toepassing. Wanneer wel derogatie is verleend aan een landbouwer, is deze gebruiksnorm in beginsel maximaal 250 kg stikstof.

Zonder derogatie dient een landbouwer dus een grotere hoeveelheid mest aan derden af te zetten en zal een groter bedrijfsoverschot overblijven. De gebruiksnorm van 170 kg wordt immers eerder overschreven. Dit is ook van invloed op de per 1 januari 2014 ingevoerde mestverwerkingsplicht en op de af te sluiten mestverwerkingsovereenkomsten. Derogatie kan hierdoor voor een landbouwer een kostenbesparing opleveren, omdat bij een hogere stikstof gebruiksnorm minder stikstof uit dierlijke mest afgezet dient te worden en men bovendien in mindere mate is aangewezen op de aankoop van kunstmest.

In de afgelopen periode heeft Nederland onderhandeld met de Europese Commissie over het voorstel voor een Vijfde Actieprogramma voor de periode 2014-2017 als basis voor een nieuwe derogatie. Het Nitraatcomité van de Europese Commissie heeft op 23 april 2014 het voorstel van Nederland voor derogatie aanvaard. De voorwaarden voor derogatie zijn echter gewijzigd ten opzichte van het Vierde Actieprogramma. De wijzingen zijn per 1 mei 2014 van kracht. Reden genoeg om hierna kort de belangrijkste wijzigingen te bespreken.

Nieuwe gebruiksnorm voor uitzonderingsgebieden

Op grond van een verleende derogatie mag een landbouwer in beginsel een gebruiksnorm van 250 kg stikstof hanteren voor de dierlijke mest op zijn bedrijf. Ten aanzien van landbouwgronden gelegen op zand- of lössgrond in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant of Limburg geldt echter vanaf 1 mei 2014 een gebruiksnorm voor dierlijke mest van 230 kg stikstof per hectare per jaar. De kwaliteit van het grondwater in deze gebieden voldoet namelijk nog niet aan de normen van de Nitraatrichtlijn.

Aanmelden derogatie en het bemestingsplan

Om voor derogatie in aanmerking te komen dient een landbouwer zijn bedrijf uiterlijk op 31 januari van het kalanderjaar aan te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De landbouwer dient ook een bemestingsplan op te stellen en te bewaren in zijn meststoffenregister. Uiterlijk op 31 januari van het kalanderjaar dient de landbouwer de gegevens uit zijn meststoffenregister te overleggen aan de RVO. Voor 2014 geldt er een afwijking van deze standaardtermijnen in verband met de vertraagde besluitvorming. Landbouwers kunnen zich van 1 mei 2014 tot en met 13 juni 2014 aanmelden voor derogatie. Ook het bemestingsplan dient uiterlijk op 13 juni 2014 bij de RVO te zijn ingediend.

80%-eis grasland

Een voorwaarde voor derogatie is dat gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september van het betreffende kalenderjaar tenminste 80% van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond onafgebroken wordt beteeld met gras dat is bestemd om te worden gebruikt als ruwvoer. Onder het Vierde Actieprogramma was dit nog een 70%-eis. Ook deze wijziging beoogt een verbetering van de grondwaterkwaliteit, aangezien door grasland gedurende het jaar stikstof wordt opgenomen.

Voorziening voor knelgevallen

Voor bedrijven die er niet op hadden gerekend in 2014 over tenminste 80% grasland te moeten beschikken, is voor 2014 een speciale voorziening getroffen op basis waarvan tijdelijk de 70%-eis geldt. Het gaat slechts om bedrijven die in 2013 van derogatie gebruik maakten en toen minder dan 80% grasland in het bouwplan hadden én die, als gevolg van aangegane verplichtingen, in 2014 niet in staat zijn te voldoen aan de 80%-eis. Deze bedrijven dienen gelijktijdig met de aanmelding bij de RVO bewijsstukken aan te leveren, waaruit blijkt dat zij vóór 21 maart 2014 onherroepelijke financiële verplichtingen zijn aangegaan.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs