Rechtsgebieden

Stikstof en de Wet natuurbescherming

Het juridisch stelsel van natuurbescherming, vergunningen en ontheffingen is complex en onoverzichtelijk. Met de Wet natuurbescherming en het daarop gebaseerde Programma Aanpak Stikstof (PAS) heeft de wetgever getracht om voor het overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) orde te scheppen én daarbij ruimte te bieden aan economische activiteiten. Op 29 mei 2019 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving, de Habitatrichtlijn.

Als gevolg van deze uitspraken heerst er veel onzekerheid. Duizenden procedures zijn stilgelegd en nog niet onherroepelijk verleende vergunningen en toestemmingen, worden opnieuw bekeken. Daarnaast wordt in de praktijk gevreesd voor langere procedures, vertragingen en extra kosten.

Heeft u als agrariër of (woningbouw)ontwikkelaar te maken met de Wet natuurbescherming? Dan is het, zeker nu, van groot belang om tijdig juridisch advies in te winnen over de procedures en uw (on)mogelijkheden.

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en bevat regels voor het behoud, beheer en beschermen van flora en fauna in Nederland. In de wet is onder andere de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd. Deze wet heeft het complexe stelsel van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen.

Op grond van de Wet natuurbescherming kan voor activiteiten, plannen of projecten een ontheffing of vergunning vereist zijn, in verband met gebiedsbescherming of soortenbescherming. Als gevolg van de recente PAS-uitspraken is het op dit moment echter niet meer eenvoudig om voor gebiedsbescherming aan een vergunning te komen.

Gevolgen van de PAS-uitspraken

De PAS-uitspraken van 29 mei 2019 hebben verschillende gevolgen:

A   Het PAS is niet langer bruikbaar voor vergunningverlening

Het PAS kan niet langer worden ingezet voor vergunningverlening voor bouwwerkzaamheden of de exploitatie van een agrarisch bedrijf. Dat betekent dat per individueel plan of project beoordeeld moet worden of deze activiteit effecten heeft, en zo ja, kan worden vergund ondanks een mogelijke stikstoftoename op gevoelige natuurtypen.

De verschillende habitattypen in de Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn in veel gevallen stikstofoverbelast. Leidt een activiteit tot stikstofdepositie op een gevoelig natuurtype dat al stikstofoverbelast is? Dan kan een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming alleen worden verleend als daarvoor een zogenaamde passende beoordeling is opgesteld, als onderbouwing van de vergunning.

Volgt uit die passende beoordeling dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied kunnen worden aangetast? Dan kan alleen een vergunning worden verleend als is voldaan aan de volgende voorwaarden (de ADC-toets):

  1. er zijn geen alternatieve oplossingen;
  2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
  3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

Bij private ruimtelijke ontwikkelingen of agrarische bedrijven is in principe geen sprake van een dwingende reden van groot openbaar belang. Dat betekent dat voor die activiteit geen vergunning kan worden verleend. De activiteit kan dan niet worden uitgevoerd.

B   Er is een vergunning nodig voor beweiden en bemesten

Door de PAS-uitspraken geldt er voor agrariërs in beginsel een vergunningplicht voor beweiden en bemesten. Die activiteiten worden sindsdien aangemerkt als een project. Op dit moment wordt daartegen niet actief handhavend opgetreden. Dit zal anders wellicht anders worden als een derde een verzoek om handhaving indient.

C   Extern salderen

De PAS-uitspraken hebben tot gevolg dat onder omstandigheden extern salderen weer mogelijk is. Daarvoor gelden wel strikte eisen.

Juridisch advies over stikstof en natuurbescherming

Door op tijd te onderzoeken wat de gevolgen zijn van een activiteit of ontwikkeling, kunt u beoordelen of u op grond van de Wet natuurbescherming een vergunning of ontheffing nodig heeft. Of ook een passende beoordeling moet worden opgesteld, hangt af van de gevolgen van uw activiteit voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Schenkeveld Advocaten adviseert u hier graag over.

Daarnaast kunt u zich door Schenkeveld laten adviseren en bijstaan in het overleg met het bevoegd gezag (de provincie) over de toepassing van de Wet natuurbescherming. Uiteraard staan we u ook graag bij in procedures over de Wet natuurbescherming, zowel bij de rechtbank als bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. U kunt daarnaast bij ons terecht voor advies over extern salderen.

Vragen?

Heeft u een vraag over de Wet natuurbescherming? Of over de gevolgen van de PAS-uitspraken voor uw situatie? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op. Dat kan door te bellen met 072 514 46 66. U kunt ook het contactformulier invullen, dan ontvangt u binnen 24 uur antwoord.