Blogs

Is de landingsbaan van een vliegveld aan te merken als gebouwde onroerende zaak?

30/06/14 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 3 minuten

De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart maakt al tientallen jaren gebruik van vliegveld Valkenburg als basis voor de beoefening van de zweefvliegsport. De vereniging heeft ten behoeve van dit gebruik een huurovereenkomst gesloten met de Staat.

Vliegveld Valkenburg is sinds 2007 niet meer in gebruik als militair vliegveld. De Staat wil het terrein ontwikkelen tot woon-, recreatie- en natuurgebied. De Staat heeft de huurovereenkomst opgezegd en aanspraak gemaakt op de ontruiming van het gehuurde. De vereniging heeft de kantonrechter vervolgens verzocht om de termijnen waarin het gehuurde dient te worden ontruimd, op de voet van artikel 7:230a BW met een jaar te verlengen. De Staat heeft de toepasselijkheid van dat wetsartikel betwist en een tegenverzoek ingediend tot de vaststelling van de ontruimingsdatum. De kantonrechter heeft het verzoek van de vereniging afgewezen en het tegenverzoek van de Staat toegewezen.

De vraag in cassatie is of het oordeel van de kantonrechter (en daarna het Gerechtshof) dat artikel 7:230a BW niet van toepassing is, terecht is. De vereniging voert in dat kader twee argumenten aan. Ten eerste dat het Gerechtshof in hoger beroep een onderscheid heeft gemaakt tussen “gebouwde” en “aangelegde” onroerende zaken. Het tweede argument is dat het Gerechtshof niet zou zijn ingegaan op de stellingen van de vereniging dat de baan 45m breed is, een fundering heeft van meer dan 2,5m diepte en dat er zware vliegtuigen op zijn geland.

Op art. 7:230a BW kan een beroep worden gedaan als zich op of onder de grond een gebouw bevindt. Onder “gebouw” dient te worden verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. De Hoge Raad geeft aan dat een enkele verharding of bewerking van de grond in de regel niet toereikend is om een zaak aan te merken als “gebouwd” in de zin van een wetsartikel. Dat was in eerdere rechtspraak al uitgemaakt.

Het Hof heeft onderzocht of hier sprake is van een uitzondering op de hoofdregel. Ten aanzien van het eerste bezwaar geeft de Hoge Raad aan dat het Hof door het gebruiken van de term “aangelegd” niet heeft willen aangeven af te wijken van het door de Hoge Raad bevestigde criterium, zoals door de vereniging is betoogd. Ten aanzien van de tweede klacht van de vereniging geeft de Hoge Raad aan dat de uitspraak van het Gerechtshof niet onvoldoende gemotiveerd is en dat ook wat dat betreft de uitspraak in stand kan blijven.

De slotsom is dat een landingsbaan dus in de regel niet is aan te merken als een gebouwde onroerende zaak. De huurder komt in de meeste gevallen geen ontruimingsbescherming toe en zal het gehuurde moeten verlaten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs