Blogs

Fosfaatrechten melkveehouderij per 1 januari 2017

14/03/16 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 9 minuten

Op 3 maart 2016 heeft staatssecretaris Van Dam eindelijk meer duidelijkheid gegeven over de aangekondigde fosfaatrechten voor de melkveehouderij. De fosfaatrechten zullen naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2017 in werking treden. Dit artikel bespreekt de belangrijkste spelregels voor de fosfaatrechten

Achtergrond

De Nederlandse melkveehouderij heeft de afgelopen jaren geanticipeerd op de afschaffing van het melkquotum per 1 april 2015, door de bouw van nieuwe melkveestallen. Dit heeft mede bijdragen aan de groei van de fosfaatproductie uit dierlijke mest, waardoor het nationale fosfaatplafond van 172,9 miljoen kg fosfaat volgens de voorlopige cijfers van het CBS in 2015 met 4% zou zijn overschreden. Daarnaast heeft ook de melkveehouderij haar sectorplafond van 84,9 miljoen kg fosfaat overschreden.

Het nationale fosfaatplafond is een belangrijke voorwaarde die de Europese Commissie aan Nederland stelt voor het behoud van de derogatiebeschikking. Met deze derogatie is het voor Nederlandse boeren mogelijk meer stikstof uit dierlijke mest te gebruiken op de landbouwgronden, hetgeen een kostenbesparing voor mestafzet en aanvoer van kunstmest oplevert.

Vanaf 2014 zijn zowel door de Rijksoverheid als door de sector diverse maatregelen genomen om de fosfaatproductie onder het plafond te houden. Vanuit de overheid zijn nieuwe regels gesteld voor verplichte mestverwerking. De sector heeft zich met name ingezet voor de vermindering van het fosfaatgehalte in veevoer en de stimulering van fosfaatefficiëntie op bedrijfsniveau door onder meer het gebruik van de Kringloopwijzer. Deze publieke en private maatregelen zijn echter onvoldoende effectief gebleken.

De staatssecretaris van Economische Zaken heeft op 2 juli 2015 aangekondigd dat binnen de melkveehouderij een stelsel van fosfaatrechten zal worden geïntroduceerd. De essentie is dat voor elk melkveebedrijf de maximaal in een kalenderjaar te produceren hoeveelheid fosfaat wordt vastgesteld, uitgedrukt in fosfaatrechten. Het doel van het stelsel van fosfaatrechten is dat de melkveehouderij binnen het sectorplafond van 84,9 miljoen kg fosfaat blijft, nodig om het nationale fosfaatplafond te garanderen.

In de afgelopen maanden heeft in een regiegroep intensief overleg plaatsgevonden tussen de staatssecretaris en de in de sector betrokken belangenorganisatie en deskundigen over de verdere invulling van het stelsel van fosfaatrechten. Op 3 maart 2016 heeft de staatssecretaris de voorlopige uitkomst van dit overleg besproken in een brief aan de Tweede Kamer. De hoofdpunten vat ik hierna samen.

Invoering en overdracht

De fosfaatrechten zullen naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2017 worden ingevoerd. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding, waarover zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog dienen te oordelen. De tijd hiervoor is echter beperkt.

Vanaf de invoering kunnen de fosfaatrechten worden overgedragen binnen de melkveesector. Een uitwisseling met varkens- of pluimveerechten zal niet mogelijk zijn. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland registreert de overdracht en de hoeveelheid rechten per melkveehouder.

Hoeveel fosfaatrechten?

Het aantal fosfaatrechten dat een melkveehouder zal verkrijgen, wordt vanaf 2017 bepaald op basis van het aantal stuks melkvee op de peildatum 2 juli 2015 maal de forfaitaire fosfaatnorm van het melkvee die volgt uit de Meststoffenwet. Voor melkkoeien is deze fosfaatnorm afhankelijk de gemiddelde melkproductie per melkkoe in heel 2015 op het bedrijf.

De fosfaatrechten worden niet extra gekoppeld aan de grond. De peildatum 2 juli 2015 is de dag waarop voormalig staatssecretaris Dijksma de komst van fosfaatrechten per brief aankondigde. Groei van de veestapel na 2 juli 2015 wordt niet meegeteld, zodat deze groei voor rekening en risico van de melkveehouder is.

Het aanhaken bij de omvang van de veestapel op 2 juli 2015 is een opvallende verandering. In de brief van 2 juli 2015 werd aanvankelijk aangekondigd dat het aantal fosfaatrechten op peildatum 2 juli 2015 zou worden bepaald op basis van de gemiddelde veestapel over het jaar 2014. Het toekennen van fosfaatrechten, door terug te grijpen naar een moment vóór 2 juli 2015, wordt echter juridisch niet houdbaar geacht. Vóór 2 juli 2015 was namelijk voor de sector onvoldoende voorzienbaar dat voor de melkveehouderij fosfaatrechten zouden worden ingevoerd.

In 2017 dient de veestapel van de melkveehouder in overeenstemming te zijn met het aantal toegekende fosfaatrechten gebaseerd op de veestal op 2 juli 2015. Bij onvoldoende rechten dreigt een bestuurlijke boete.

Afroming fosfaatrechten

Omdat het fosfaatplafond vrijwel zeker al op 2 juli 2015 was overschreden, zal er een afroming van het aantal toegekende fosfaatrechten moeten plaatsvinden om dit weer recht te zetten. Deze afroming zal op twee manieren plaatsvinden.

In eerste instantie worden de fosfaatrechten telkens met 10% afgeroomd zodra de rechten worden verhandeld. Deze afgeroomde fosfaatrechten zullen in beginsel vervallen. Indien de fosfaatproductie na 2018 weer onder het fosfaatplafond blijft, zullen deze afgeroomde fosfaatrechten vanuit een nog in te stellen fosfaatbank “tot leven komen” en opnieuw worden toegekend aan melkveehouders die op dat moment voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Daarnaast zal de melkveehouderij naar verwachting ook generiek worden afgeroomd op 1 januari 2018. Bij de toekenning van de fosfaatrechten begin 2017, wordt aan de melkveehouders kenbaar gemaakt met welk generiek afroompercentage zij per 2018 rekening dienen te houden. Het definitieve afroompercentage dat per 2018 zal geleden voor alle bedrijven, wordt uiterlijk 1 juli 2017 bekend gemaakt en ligt volgens de staatssecretaris Van Dam naar verwachting tussen de 4 en 8 procent. Tot 1 juli 2017 bestaat voor de melkveehouders dus nog onzekerheid over de exacte gevolgen van de generieke afroming voor hun individuele fosfaatproductie en –plafond.

Redelijke termijn en fosfaatefficiëntie

De melkveehouders krijgen met het aanvangsjaar 2017 een redelijke termijn om de feitelijke fosfaatproductie in 2018 in overeenstemming te brengen met de hoeveelheid fosfaatrechten waarover zij in dat jaar na afroming beschikken. Zij kunnen onder meer gerichte voermaatregelen nemen en gebruik maken van de Kringloopwijzer, waardoor de fosfaatefficiëntie op het bedrijf wordt verhoogd en mogelijk zelfs ontwikkelruimte wordt verdiend binnen de toegekende fosfaatrechten. Het doel is dat de totale fosfaatproductie in Nederland in 2018 binnen het nationale fosfaatplafond zal blijven.

Tegemoetkoming extensieve grondgebonden bedrijven

Staatssecretaris Van Dam is voornemens om extensieve grondgebonden melkveebedrijven enigszins tegemoet te komen bij de afroming van de rechten, door de bedrijven die op 2 juli 2015 geen fosfaatoverschot hadden, voor het deel van de landbouwgrond dat niet nodig is voor aanwending van de fosfaatproductie van het bedrijf, extra fosfaatrechten toe te kennen. Intensieve bedrijven die meer mest produceren dan zij aan landbouwgrond hiervoor kunnen benutten krijgen dit voordeel niet. Deze extra aangekondigde fosfaatrechten zullen van invloed zijn op het definitieve percentage van de generieke afroming per 1 januari 2018.

Zeer beperkte knelgevallenvoorziening

Om te voorkomen dat er nog meer fosfaatrechten dienen te worden afgeroomd, zal slechts een zeer beperkte voorziening voor knelgevallen worden ingevoerd. Waarschijnlijk komen hiervoor alleen zeer bijzondere gevallen in aanmerking, bijvoorbeeld ondernemers die als gevolg van ziekte van de ondernemer of als gevolg van een dierziekte aantoonbaar minder melkvee hielden op de peildatum 2 juli 2015, en ook recent gestarte bedrijven die (i) ofwel op de peildatum aantoonbaar onomkeerbare financieringsverplichtingen zijn aangegaan ofwel (ii) waarbij de veebezetting op de peildatum aantoonbaar hoofdzakelijk bestond uit jongvee dat bedoeld is voor melkproductie op het bedrijf. Toegestane knelgevallen worden slechts gedeeltelijk gecompenseerd.

Fosfaatplafond ter discussie

Staatssecretaris van Dam kondigt in zijn brief van 3 maart 2016 opvallend genoeg ook aan, dat hij zich bij de gesprekken met de Europese Commissie over het zesde Actieprogramma (periode 2018-2021) zal inzetten voor een verlenging van de derogatie, waarbij het fosfaatplafond als voorwaarde zal komen te vervallen. Het doel is om met behulp van de verplichte mestverwerking een voldoende evenwicht te realiseren op de Nederlandse mestmarkt, waardoor vasthouden aan het fosfaatplafond niet langer nodig zal zijn. Of de Commissie hiermee akkoord zal gaan, valt gelet op het verleden nog te bezien. Indien de Commissie vasthoudt aan het plafond, zal Van Dam “Plan B” proberen uit het vuur te slepen, waarin bij de berekening van het fosfaatplafond niet langer rekening zal worden gehouden met de mest die aantoonbaar buiten de Nederlandse landbouw wordt gebracht door mestverwerking of export. De uitkomsten van de onderhandelingen met de Commissie verwacht ik op zijn vroegst eind 2016, maar waarschijnlijk medio juli 2017. Dit traject loopt dus vrijwel gelijk aan de verdere invulling van de fosfaatrechten en de generieke afroming hiervan.

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van fosfaat- en mestwetgeving of heeft u hierover vragen, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs