Blogs

De kracht van de toverformule onder de Wabo

12/07/12 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 3 minuten

Onder de Wet Ruimtelijke Ordening oud (WRO) is veel rechtspraak gewezen over de ‘toverformule’. Dit is een vrijstellingsmogelijkheid waarbij het gebruiksverbod van een bestemmingsplan om gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan ter zijde kon worden gesteld.

Deze toverformule vond haar grondslag in artikel 15 WRO. In handhavingsprocedures wordt door partijen veelvuldig een beroep gedaan op legaliseringsmogelijkheden van de illegale situatie, waaronder toepassing van de toverformule uit het vigerende bestemmingsplan.

Na de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening nieuw (Wro) in 2008 en de Wabo in 2010 is in veel recente bestemmingsplannen opnieuw een toverformule opgenomen. De Afdeling heeft zich recent pas uitgelaten over de vraag of de oude rechtspraak over de toverformule onder de WRO ook van toepassing is onder de Wabo.

De zaak is kort gezegd als volgt. Aan een persoon is door het College van B&W van de gemeente Leidschendam-Voorburg een last onder dwangsom opgelegd voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van kassen op zijn perceel, voor het stallen van onder meer caravans en boten. De bestemming van het perceel is agrarisch en vaststaat dat het stallen van caravans zich daarmee niet verdraagt. Het bezwaar en nadien het beroep van appellant tegen de last onder dwangsom bij de rechtbank Den Haag is ongegrond verklaard.

In hoger beroep bij de Afdeling wordt door appellant gesteld dat deze strijdige situatie gelegaliseerd kan worden door toepassing van de toverformule uit het bestemmingsplan. Het exploiteren van een glastuinbouwbedrijf op het perceel is financieel niet haalbaar en daardoor zou het College ontheffing moeten verlenen van het bestemmingsplan.

De Afdeling stelt voorop dat het verlenen van vrijstelling van het bestemmingsplan pas mogelijk is en ook is verplicht, als het zinvol gebruik in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan objectief bezien niet meer mogelijk is(1).  Ook stelt de Afdeling vast dat onder de Wabo geen aanleiding bestaat om daar anders over te denken. Deze vaste rechtspraak uit het WRO-tijdperk geldt dan ook onverkort onder de Wabo (2).

Helaas leidt het beroep van appellant op de toverformule niet tot een ‘magisch’ resultaat. De Afdeling stelt dat hij onvoldoende heeft aangetoond dat het perceel objectief bezien niet meer voor agrarische bedrijfsvoering kan worden gebruikt. De Afdeling laat de uitspraak van de rechtbank Den Haag dan ook in stand.

(1.) De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van ABRvS 6 mei 2009, LJN: BI2969.
(2.) ABRvS 4 juli 2012, LJN:BX0296, overweging 2.3.1.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs