Blogs

Beklemrecht

09/03/17 Bekijk reacties Verwachte leestijd: 4 minuten

Is terecht een aanslag onroerende-zaakbelasting (OZB) opgelegd aan de eigenaar van een kavel cultuurgrond waar het recht van beklemming op rust? De Hoge Raad heeft zich op 3 maart 2017 hierover uitgelaten.

Recht van beklemming

Het recht van beklemming is het recht om voor altijd de grond van iemand anders te mogen gebruiken. Hij wordt niet de eigenaar van de grond, maar wel van gebouwen en beplantingen die zich op die grond bevinden. Het lijkt hiermee op een combinatie van erfpacht en opstal. Het recht van beklemming kan tegenwoordig niet meer gevestigd worden. Het beklemrecht kan nog wel voorkomen in de openbare registers. Het recht blijft namelijk ook gehandhaafd bij vererving, verkoop of een andere vorm van overdracht.

Genothebbende van de onroerende zaak

In de gemeente Bellingwedde kwam het recht van beklemming voor op een kavel cultuurgrond. De eigenaar van dit perceel had in 2012 voor een bedrag van € 5,- de kavel cultuurgrond gekocht. Bij besluit van 27 februari 2013 kreeg de eigenaar een aanslag OZB voor het eigenaarsdeel opgelegd, per waardepeildatum 1 januari 2012. De eigenaar is het hier niet mee eens, omdat de eigenaar van oordeel is dat hij geen genothebbende is van de onroerende zaak. Er rust namelijk een recht van beklemming op de onroerende zaak. Volgens de eigenaar dient de beschikking met daarin de OZB aanslag die aan hem is opgelegd niet aan hem, maar aan de genothebbende van het recht van beklemming te worden opgelegd.

Feitelijk genot

De rechtbank en ook het gerechtshof volgen de eigenaar niet. Uit de notariële akte waarin het recht van beklemming was opgenomen, was de voorwaarde opgenomen dat indien de meier (rechthebbende van het beklemrecht) drie achtereenvolgende jaren niet betaalt, het recht van beklemming komt te vervallen. Er werd in dit geval al jaren, in ieder geval gedurende drie jaar voorafgaand aan 1 januari 2013, niet meer betaald. Het hof heeft geoordeeld dat de belanghebbende het feitelijke genot heeft van de grond. Niemand heeft zich namelijk bij de eigenaar aangediend om aanspraak te maken op het gebruik van de grond krachtens beklemrecht. Zelfs indien iemand aanspraak zou maken, dan zou de eigenaar zich kunnen beroepen op het vervallen verklaren van het beklemrecht. De eigenaar stelt zich echter op het standpunt dat zijn grond wordt gebruikt door derden voor het houden van schapen. Daarvan oordeelt het hof dat hij dit gebruik slechts heeft gedoogd. Dit brengt niet met zich mee dat de eigenaar niet het genot heeft van de onroerende zaak.

Recht van beklemming vervallen

De eigenaar heeft cassatie ingesteld tegen het oordeel van het hof dat de beschikking met de OZB aanslag terecht is opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de beklemde meier inderdaad de genothebbende krachtens beperkt recht is en beschikking met de OZB aanslag ook aan diegene moet worden opgelegd. Echter, aangezien de meier gedurende drie jaren niet heeft betaald, is blijkens de vestigingsakte het beklemrecht komen te vervallen. De eigenaar heeft dus terecht de beschikking met de OZB aanslag opgelegd gekregen.

Indien u vragen heeft over deze uitspraak of over een aan u opgelegde aanslag, neem dan contact op met één van onze specialisten.

Plaats zelf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle blogs