
Vastgoedrecht: Losse vrijstellingsbesluiten en projectbesluiten ook onder Wabo bruikbaar! (17 -01-2011)
Op 30 december 2010 is er aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangeboden dat ervoor zorgt dat van oude, ‘losse’ vrijstellingsbesluiten ook onder de Wabo gebruik kan worden gemaakt.
Het verhaal begint onder de (oude) Wet Ruimtelijke Ordening (WRO). Daar kenden we de zogenaamde artikel 19-procedures om vrijstelling van het bestemmingsplan te krijgen. Verleende vrijstellingen waren in principe niet zelfstandig appellabel, maar pas bij de verleende bouwvergunning. Datzelfde was het geval onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 werd ingevoerd voor projectbesluiten. De vrijstelling, het projectbesluit en de bouwvergunning werden als één besluit gezien, zodat daar tegelijk tegen kon worden opgekomen.
Bij de invoering van de Wro speelde al de vraag of er wel van ‘kale’ artikel 19-vrijstellingen gebruik kon worden gemaakt. Het overgangsrecht liet daar een leemte.
Deze leemte is eerst door de rechter opgevuld en later door de wetgever. Dit laatste is gebeurd bij de invoering van de Crisis- en Herstelwet. De wetgever heeft in deze wet artikel 19-vrijstellingen gelijkgesteld met een projectbesluit. Daarmee kwam aan de onduidelijkheid een einde. Maar toen stond de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) alweer op stapel. En omdat het projectbesluit zou verdwijnen, doemde hetzelfde probleem op.
De verwachting was dan ook dat bij de invoering van de Wabo een dergelijke gelijkstelling opnieuw plaats zou vinden. Vreemd genoeg – ondanks signalen en later smeekbeden uit de praktijk – heeft de wetgever dit punt niet geregeld. De Wabo werd op 1 oktober 2010 ingevoerd en de vraag was meteen: wat is de status van oude artikel 19-vrijstellingen en projectbesluiten? Dat bleef onduidelijk, al kondigde het ministerie aan met wetgeving te komen.
Dat is geworden het wetsvoorstel van 30 december 2010 en de Memorie van Toelichting daarbij (nummer 32588). Artikel IV van deze wet introduceert artikel 1.5a en 1.5b van de Invoeringswet Wabo. Met deze artikelen wordt het hiaat gerepareerd dat zich voordoet bij – wat de wetgever noemt – separate planologische afwijkingsbesluiten. Daarmee zijn bedoeld oude artikel 19-vrijstellingen en projectbesluiten op grond van artikel 3.10 Wro waarvoor niet tegelijkertijd een aanvraag om bouwvergunning werd ingediend. De oplossing is nu gevonden in gelijkstelling met een omgevingsvergunning die planologisch afwijkend gebruik toestaat. Men ziet de vrijstelling c.q. het projectbesluit dan als omgevingsvergunning ‘eerste fase’. Daarna kan dan een omgevingsvergunning worden aangevraagd die (onder meer) de activiteit bouwen toestaat. Dit is dan de omgevingsvergunning ‘tweede fase’.
Voor de mogelijkheid van beroep worden deze omgevingsvergunningen als één besluit aangemerkt. De artikel 19-WRO vrijstelling of het projectbesluit is bij verlening van de omgevingsvergunning ‘tweede fase’ dus alsnog appellabel. Deze regeling ontleent men aan het oude artikel 46 lid 6 van de Woningwet.
Overigens geldt deze regeling ook voor aanvragen om een 19-WRO vrijstelling of een projectbesluit waarop nog niet is beslist. Op het moment dat daarop wel wordt beslist, wordt een dergelijk besluit direct een omgevingsvergunning eerste fase.
Bedacht dient te worden dat in deze gevallen een ruimtelijke onderbouwing toetsbaar wordt (die ligt immers aan de vrijstelling of het projectbesluit ten grondslag) die al enige tijd geleden is verleend. Het is verstandig om deze door te lichten en waar nodig te actualiseren, zodat deze niet alsnog ‘onderuit gaat’ bij de verlening van de omgevingsvergunning tweede fase.
Over de (verdere) behandeling van het wetsvoorstel is nog geen duidelijkheid. Maar aan de onzekerheid lijkt snel een einde te komen.
Jelle Groen j.groen@schenkeveldadvocaten.nl
Terug naar overzicht
|