
Arbeidsrecht: Werknemer ontslagen tijdens ziekte wegens weigering passend werk (27-10-2011)
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde recent in een zaak dat de werknemer, ondanks dat hij ziek was, ontslagen mocht worden omdat hij zonder goede reden weigerde passend werk te verrichten.
Nadat de werknemer zich had ziek gemeld is tussen de werknemer en de werkgever een geschil ontstaan over de vraag of de werknemer wel of niet in staat was om passend werk te verrichten. De werkgever heeft tijdens dit geschil het CWI toestemming verzocht om het dienstverband te beëindiging wegens een verstoorde arbeidsrelatie omdat de werknemer weigerde de passende arbeid te verrichten. Het CWI verleende de toestemming en de werknemer werd ontslagen.
De werknemer verzocht de kantonrechter te bepalen dat het ontslag nietig was omdat er een ontslagverbod aanwezig was inhoudende dat de werknemer niet mocht worden ontslagen omdat hij op het moment dat hij ziek was. Indien de kantonrechter zou vinden dat hij wel mocht worden ontslagen, dan vorderde hij een schadevergoeding van de werkgever op grond van een kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter benoemde een bedrijfsarts als deskundige. Deze deskundige oordeelde dat de werknemer geen redelijke grond had om de passende werkzaamheden te weigeren, zodat op grond van de wet het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing was. Ook de verstoorde arbeidsrelatie was volgens de deskundige geen belemmering om de passende arbeid te verrichten. De kantonrechter nam het oordeel van de deskundige over en bepaalde dus dat de werknemer tijdens zijn ziekte mocht worden ontslagen omdat hij zonder goede reden weigerde de aangeboden passende arbeid te verrichten. Ook oordeelde de kantonrechter dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was op grond waarvan de werkgever een schadevergoeding zou moeten betalen.
Ook het Hof nam het oordeel van de deskundige over en vond, net als de kantonrechter, dat de werknemer, ondanks het feit dat hij ziek was, ontslagen mocht worden. Ook oordeelde het Hof, wederom net als de kantonrechter, dat de werkgever geen schadevergoeding hoefde te betalen op grond van een kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof gaf aan dat het feit dat er geen schriftelijk plan voorhanden was en dat er (wellicht) iets schortte aan de communicatie tussen partijen, de arbodienst en het UWV onvoldoende is om het ontslag als kennelijk onredelijk aan te merken.
Uiteindelijk stapte de werknemer zelfs naar de Hoge Raad maar ook dit mocht hem niet baten. Zijn klachten konden niet tot cassatie leiden en zijn beroep werd dan ook door de Hoge Raad verworpen.
k.wientjes@schenkeveldadvocaten.nl
(Bron: Hoge Raad, 02-09-2011,10/01018, LJN BQ3878)
Terug naar overzicht
|