
Arbeidsrecht: handelen in strijd met gedragsregels bij ziekte: geen ontslag op staande voet (27-06-2011)
In een recente uitspraak is door het Hof Amsterdam bepaald dat het niet naleven van controlevoorschriften en overtreding van de gedragsregels tijdens arbeidsongeschiktheid geen rechtsgeldig ontslag oplevert.
De betreffende werkneemster was sinds 2001 in dienst bij ABN AMRO. Op de dienstbetrekking is de ABN AMRO-CAO van toepassing. Onderdeel van de CAO zijn de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid. Deze leggen aan de werknemers de verplichting op zich bij ziekte te melden bij de leidinggevende, steeds bereikbaar te zijn en indien er op een ander adres dan het woonadres wordt verpleegd dit te melden aan de leidinggevende.
Werkneemster is boventallig geworden en neemt deel aan een employabilitytraject. Op 24 mei 2006 meldt werkneemster zich ziek. Tijdens haar ziekte verblijft zij niet thuis in Breda, maar bij haar zus in Hilversum. Zij heeft haar verpleegadres niet doorgegeven aan ABN AMRO. Een medewerker van de Arbodienst treft haar (daardoor) niet thuis aan, waarna zij meerdere keren door de ABN AMRO per brief wordt opgeroepen voor het spreekuur. Op 6 juni 2006 komt de werkneemster thuis, waar zij de brieven van de ANB AMRO aantreft. Per brief bericht zij kort de arbo-arts, onder vermelding van haar mobiele telefoonnummer en haar e-mailadres. Daarna vertrekt zij wederom naar Hilversum, zonder dat aan te geven. ABN AMRO is op de hoogte van deze brief. Vervolgens heeft ABN AMRO haar een brief gestuurd en gesommeerd te verschijnen op het hoofdkantoor. Die brief bereikt haar niet, en werkneemster verschijnt dan ook niet op het hoofdkantoor. Bij brief van 12 juni 2006 heeft ABN AMRO werkneemster op staande voet ontslagen.
Het Hof stelt vast dat werkneemster in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid door niet haar verpleegadres door te geven toen zij zich ziek meldde. Dat valt haar aan te rekenen. Echter, zij heeft op 6 juni 2006 wel haar mobile nummer en emailadres doorgegeven aan de Arbodienst. Het verwijt dat zij zich (vanaf dat moment) niet bereikbaar hield is dan ook volgens het Hof niet juist. De gronden voor ontslag op staande voet worden door het Hof niet ernstig genoeg bevonden om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen, zeker gelet op de ernst van de gevolgen voor werkneemster. De mogelijkheid om via het ‘employability-centre’ ander werk te krijgen en het recht op een WW-uitkering werden haar immers door het ontslag afgenomen. Volgens het Hof had het van de ABN AMRO gevergd kunnen worden om werkneemster door de arbodienst te laten oproepen, nadat haar bekend was geworden waarom werkneemster niet was verschenen en langs welke weg werkneemster wel bereikbaar was.
Conclusie Het niet naleven van controlevoorschriften alleen levert geen grond op voor ontslag op staande voet. Dat was al bepaald in het arrest Vixa/Gerrits (HR 8 oktober 2004). Naast de niet-naleving dient er sprake te zijn van andere feiten en omstandigheden die het ontslag rechtvaardigen zoals bijvoorbeeld (ander) wangedrag. Het gedrag van de werkneemster in deze casus geeft geen aanleiding om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen.
a.sieswerda@schenkeveldadvocaten.nl
Terug naar overzicht
|